Ambtsverslag/Rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Ambtsverslag/Rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam. 23 juli 1941. [Stempel/Kenmerk linksboven:]
Nº 37/68/1 M.1941 25/7
[Titel midden:]
R A P P O R T
Van kooper Tibbertsma, die een groenten en fruitzaak heeft in perceel J.P.Heijenstraat 156 alhier, is een klacht ingekomen dat kooper P.Roemer.Jr die een groenten en fruitzaak heeft in perceel J.P.Heijen-straat 147 alhier, [doorgehaald: geen] groenten zou betrekken buiten de Centrale Markt om. Ingevolge Uw opdracht heb ik, rapporteur, naar een en ander een onderzoek ingesteld, waarbij mij het volgende is gebleken.
Kooper Roemer gaat, naar hij mijzelf verklaarde, reeds eenige jaren om de dag naar Aalsmeer alwaar hij aan de Centrale Aalsmeersche Veiling, welke blijkbaar ook voor kleinhandelaren is opengesteld, inkoopen doet voor zijn zaak. Deze goederen worden hem dan later per vrachtauto aan zijn zaak bezorgt. Voorts verklaarde Roemer nog, dat niet alleen hij doch meerdere koopers, die ook de Centrale Markt bezoeken, hun inkoopen doen aan genoemde Veiling. Van een verplichting, niet buiten de Centrale Markt om te moegen koopen, wist Roemer, naar hij verklaarde, niets af.
[Linksonder:]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handtekening links over tekst:]
M. Brouwer [?]
[Rechtsonder:]
Amsterdam 23 Juli 1941.
Controleur,
[Handtekening:] A. Felthuis
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
Besproken met hr. Dijkstra
Bevonden, dat van grossiers- zijde in Aalsmeer wordt gekocht
[Initiaal links:] J. Dit rapport beschrijft een onderzoek naar een vermeende overtreding van de marktvoorschriften in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Een groenteboer, Tibbertsma (J.P. Heijestraat 156), heeft zijn collega en buurman Roemer (nr. 147) aangegeven omdat deze zijn waren niet op de Amsterdamse Centrale Markt koopt, maar direct bij de veiling in Aalsmeer.
Roemer geeft tijdens de ondervraging ruiterlijk toe dat hij in Aalsmeer inkoopt en stelt dat hij dit al jaren doet. Hij voert als verweer aan dat de veiling in Aalsmeer gewoon toegankelijk is voor kleinhandelaren en dat hij niet op de hoogte is van een verbod om buiten de Centrale Markt van Amsterdam om te handelen. Hij wijst er tevens op dat vele andere handelaren hetzelfde doen. De handgeschreven notitie onderaan suggereert dat de zaak is besproken met een leidinggevende (Dijkstra) en dat bevestigd is dat er inderdaad op grote schaal direct in Aalsmeer wordt ingekocht door handelaren. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden distributieregels en marktvoorschriften steeds strenger gehandhaafd om controle te houden over de voedselvoorziening en om de 'zwarte handel' tegen te gaan.
De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam hield streng toezicht op de goederenstromen. Winkeliers waren in principe verplicht hun inkopen via de Centrale Markt te laten lopen, zodat de overheid zicht hield op prijzen en hoeveelheden. Dit rapport illustreert ook de sociale spanningen uit die tijd: de schaarste en strenge regels leidden ertoe dat concurrenten elkaar in de gaten hielden en aangaven bij de autoriteiten ("verklikking"). De Jan Pieter Heijestraat was (en is) een drukke winkelstraat in Amsterdam-West waar de onderlinge concurrentie groot was. A. Felthuis J.P. Heijestraat M. Brouwer P. Roemer Marktwezen