Zakelijke brief (geleidebrief bij huurcontract)
Origineel
Zakelijke brief (geleidebrief bij huurcontract) 18 september 1941 Directie van het Marktwezen, Amsterdam Den Heer H.F. Spiering, Centrale Markt D 25, Amsterdam-West Handgeschreven aantekening bovenaan:
Verzonden 19/9-'41.
Getypte tekst:
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN. 18 September 1941.
37/77/6 M. Amsterdam-West,
No. Jan van Galenstraat 14.
den Heer H.F.Spiering,
Aan Centrale Markt D 25,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij de toezending van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige locatie van het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat).
De directeur van het Marktwezen wijst de huurder, de heer H.F. Spiering, expliciet op twee belangrijke verplichtingen:
1. Onderhoud: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (artikel 1619) is de huurder zelf verantwoordelijk voor kleine herstellingen en specifiek onderhoud aan zaken als rolluiken, ruiten en sloten.
2. Reclame-uitingen: Volgens het huurcontract (artikel 8) is het verboden om zonder schriftelijke toestemming van de directie reclameborden of andere aanduidingen op het gehuurde pand aan te brengen.
Het document is representatief voor de formele, ambtelijke correspondentie van die tijd, met gebruik van archaïsche spelling ("pakhuisafdeeling", "reparatiën", "zooals") en beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U", "U gelieve"). De datum van de brief, 18 september 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief strikt zakelijk en administratief van aard is, ging het dagelijks leven en de bureaucratie van het gemeentelijk apparaat in Amsterdam door.
De Centrale Markt was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. In de oorlogsjaren werd de markt geconfronteerd met toenemende schaarste, distributiemaatregelen en streng toezicht door de bezetter. Het feit dat er in 1941 nog steeds formele huurcontracten werden afgehandeld voor pakhuisruimtes, toont de continuïteit van de marktactiviteiten aan, ondanks de beperkingen van de bezettingstijd. De heer Spiering was vermoedelijk een handelaar of groothandelaar die op de markt opereerde. H.F. Spiering Spiering was (De heer) Marktwezen