Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 29
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Verslag (handgeschreven).

Origineel

Ambtelijke notitie / Verslag (handgeschreven). [Marginale notitie linksboven, verticaal geschreven:]
Van wege de administratie.

[Hoofdtekst:]
Ter zake van de verdeling ingekomen en wel van Joodsche zijde; deze is doorgegeven aan de N.G.T.C.

Punten

  1. De verhandeling van groenten en fruit vindt in eerste instantie plaats op de veilingen in het land; de producten komen via grossiers in handen van de kleinhandelaren. Een en ander is middels „erkenningen” landelijk geregeld; de N.G.T.C. is met de uitvoering belast.
    Aardappelen [doorgehaald: komen] via de V.B.N.A. [doorgehaald: in handen van den kleinhandel]; ook hierbij geldt het stelsel van erkenningen.

Dit punt onderstelt m.i. dat één ontvanger op de C.M. aanwezig is, die voor de verdeling zorgdraagt. Deze moet dus de beschikking krijgen over de producten, die door de grossiers zijn aangevoerd. Hierbij zal dus [doorgehaald: een zeer omvangrijk werk moeten worden geïnventariseerd] een zeer omvangrijk werk moeten worden geïnventariseerd, hetgeen [doorgehaald: een dergelijk] invoering van een stelsel zou niet anders mogelijk zijn, dan krachtens wettelijke bepalingen, welke voor het geheele land zouden moeten gelden.

Ik merk ten aanzien van dit stelsel op, dat tot nu toe, behoudens een korte periode van incidenteele schaarshte van enkele groentensoorten, geen enkele behoefte heeft bestaan aan een verdeling. Iedere kleinhandelaar voorziet zich zooveel mogelijk van die producten, die hij verwacht te verkoopen. Het publiek heeft tot nu toe de vrije keuze bij het aankoopen van zijn groenten; de kleinhandelaar richt zich derhalve bij zijn aankoopen naar de behoeften van het publiek. Zoals ik reeds vermeldde, bestaat er, op het gebied van groenten en fruit, geen schaarshte. Integendeel, een ruime voorziening hiervan is als regel mogelijk.

Indien een verdeling, als door de opstellers der brochure wordt bedoeld, zou worden aanvaard, zou dit logischerwijze ook moeten worden voorgeschreven voor den verkoop door den kleinhandel aan het publiek; een rantsoeneeringsstelsel derhalve. De zekerheid, dat op de toegekende rantsoenkaarten kan worden geleverd, ontbreekt echter te eenen male. [onderaan: z.o.z.]

[Marginale notitie links over de gehele lengte:]
Gezien de geringe het aantal soorten en kwaliteiten; [onleesbaar] de geregelde afloop der produkten [onleesbaar]. Dit stuit op de verdeling, welke volgens bepaalde normen zal moeten geschieden. Voorts zal men voor 3 à 5 koopers dat moeten [onleesbaar] vastgesteld van hetgeen er [onleesbaar] per week zou worden verstrekt. Hetgeen met zich meebrengt, bij de distributie waarbij zal moeten worden vermeld bij welke grossier hij de bonnen moet inleveren. Dit stuit weer op het stelsel van contante betaling. Het document is een ambtelijk advies of een kritische beschouwing betreffende een voorstel voor een distributiesysteem voor groenten en fruit. De auteur reageert op een "brochure" met voorstellen die blijkbaar afkomstig zijn "van Joodsche zijde".

Kernpunten van de analyse:
1. Huidig Systeem: De auteur legt uit dat het bestaande systeem werkt via veilingen, grossiers en erkende kleinhandelaren onder toezicht van de N.G.T.C.
2. Bezwaren tegen Distributie: De auteur voert aan dat er op dat moment geen schaarste is ("Integendeel, een ruime voorziening"). Hij waarschuwt dat een formeel verdelingssysteem (rantsoenering) juridisch complex is ("krachtens wettelijke bepalingen") en logistiek onuitvoerbaar, omdat men de levering op rantsoenkaarten niet kan garanderen.
3. Economisch argument: In de kantlijn wordt gewezen op de praktische problemen: de diversiteit aan producten en kwaliteiten maakt een starre verdeling onmogelijk, en het botst met het principe van contante betaling in de handel. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1940/1941). De N.G.T.C. (Nederlandsche Gemeenschappelijke Teelt- en Crisis-instelling) was een uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Landbouw en Visserij, opgericht tijdens de crisisjaren 30 en essentieel voor de voedselvoorziening tijdens de oorlog.

De vermelding dat de voorstellen van "Joodsche zijde" kwamen, is historisch relevant. In deze periode probeerden Joodse organisaties (zoals de Joodsche Raad of daaraan gelieerde instanties) nog de belangen van de Joodse bevolking te behartigen binnen de beperkende maatregelen van de bezetter. Het voorstel waarover hier gesproken wordt, had waarschijnlijk tot doel de voedselvoorziening voor de Joodse gemeenschap veilig te stellen via een eigen verdeelsysteem, wat door de rapporteur hier op technische en economische gronden wordt afgewezen.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies of een kritische beschouwing betreffende een voorstel voor een distributiesysteem voor groenten en fruit. De auteur reageert op een "brochure" met voorstellen die blijkbaar afkomstig zijn "van Joodsche zijde".

Kernpunten van de analyse:
1. Huidig Systeem: De auteur legt uit dat het bestaande systeem werkt via veilingen, grossiers en erkende kleinhandelaren onder toezicht van de N.G.T.C.
2. Bezwaren tegen Distributie: De auteur voert aan dat er op dat moment geen schaarste is ("Integendeel, een ruime voorziening"). Hij waarschuwt dat een formeel verdelingssysteem (rantsoenering) juridisch complex is ("krachtens wettelijke bepalingen") en logistiek onuitvoerbaar, omdat men de levering op rantsoenkaarten niet kan garanderen.
3. Economisch argument: In de kantlijn wordt gewezen op de praktische problemen: de diversiteit aan producten en kwaliteiten maakt een starre verdeling onmogelijk, en het botst met het principe van contante betaling in de handel.

Historische Context

Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1940/1941). De N.G.T.C. (Nederlandsche Gemeenschappelijke Teelt- en Crisis-instelling) was een uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Landbouw en Visserij, opgericht tijdens de crisisjaren 30 en essentieel voor de voedselvoorziening tijdens de oorlog.

De vermelding dat de voorstellen van "Joodsche zijde" kwamen, is historisch relevant. In deze periode probeerden Joodse organisaties (zoals de Joodsche Raad of daaraan gelieerde instanties) nog de belangen van de Joodse bevolking te behartigen binnen de beperkende maatregelen van de bezetter. Het voorstel waarover hier gesproken wordt, had waarschijnlijk tot doel de voedselvoorziening voor de Joodse gemeenschap veilig te stellen via een eigen verdeelsysteem, wat door de rapporteur hier op technische en economische gronden wordt afgewezen.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6