Archiefdocument
Origineel
30 oktober 1941 Onbekend (vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt of een soortgelijke instantie voor voedselvoorziening) D/G.
37/91/5 H
30 October 1941.
Brochure leden Agrarisch
Front over Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder verwijzing naar mijn brief van 1 dezer no. 37/91/2 H heb ik de eer U hierbij, ingevolge Uw opdracht, mijn zienswijze op de verschillende, door eenige leden van het Agrarisch Front, in een brochure opgestelde punten inzake de voedselvoorziening van Amsterdam en meer speciaal, die van aardappelen, groenten en fruit, te doen toekomen. Ik zal daarbij de in de brochure vermelde punten in hunne volgorde van opstelling beantwoorden.
Inleiding
ten 1ste. Het koopen van de grossiers buiten de veiling om is niet een specifiek Amsterdamsch verschijnsel, doch komt in het geheele land voor. Het is bekend, dat de Centrale Crisis-Contrôle Dienst, welke dienst met de contrôle hierop is belast, hiertegen met alle beschikbare middelen optreedt. Ik merk hierbij nog op, dat de contrôle op den geschetsten "illegalen" verkoop, zoomede op de overschrijding van de voor groenten en fruit gestelde maximumprijzen (door het Bureau Prijsbeheersching) te Amsterdam intensiever is, dan in de andere groote consumptiegebieden van ons land.
ten 2e en 3e. Indien concrete feiten bekend zijn, dienen deze ter kennis te worden gebracht van den Centralen Crisis-Contrôle Dienst, het Bureau Prijsbeheersching of de Politie. Feiten, als bij deze punten omschreven, spelen zich buiten de Centrale Markt af. Uit courantenartikelen is mij bekend, dat de Politie tegen den clandestienen handel in distributiebonnen voortdurend optreedt. Ik wijs hierbij op de nieuwe Verordening volgens welke sabotage, waaronder bedoelde handelingen mede kunnen worden begrepen, met den doodstraf kan worden bestraft.
Aan bovenvermelde opsporingsinstanties worden alle, eventueel ter kennis van mijn dienst komende feiten doorgegeven; voor zoover mogelijk wordt bij de opsporing ervan door de ambtenaren van mijn dienst de meest mogelijke assistentie verleend.
ten 4e. betreft blijkbaar den verkoop buiten de veiling om; zie hieromtrent punt 1. * Doel van het document: Dit is een officiële rapportage aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De auteur reageert op klachten of suggesties van leden van het "Agrarisch Front" over misstanden in de voedseldistributie.
* Kernpunten:
1. Zwarte handel: De auteur erkent het probleem van handel buiten de veiling om (omzeilen van de officiële distributie), maar stelt dat dit een landelijk probleem is en dat er in Amsterdam juist streng op wordt toegezien.
2. Prijsbeheersing: Er wordt actief gecontroleerd op het naleven van maximumprijzen.
3. Distributiebonnen: Er wordt gewaarschuwd voor de handel in bonnen.
4. Repressie: Zeer opvallend is de expliciete dreiging met de doodstraf. De auteur verwijst naar een nieuwe verordening waarbij economische overtredingen ("sabotage") met de hoogste straf bemeten kunnen worden.
* Toon: De toon is ambtelijk en defensief. De auteur benadrukt dat zijn dienst en de opsporingsinstanties (zoals de Crisis-Contrôle Dienst en de politie) er alles aan doen om de illegale handel te bestrijden. Dit document stamt uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender, wat leidde tot een bloeiende zwarte markt. Het "Agrarisch Front" was een nationaalsocialistische organisatie voor boeren die collaboreerde met de bezetter.
De verwijzing naar de doodstraf voor "sabotage" illustreert de verharding van het bezettingsregime. De Duitsers beschouwden verstoringen van de officiële distributieketen als een directe aanval op de oorlogsinspanningen en de openbare orde, en probeerden dit met draconische maatregelen de kop in te drukken. Het document toont de spanning aan tussen de officiële markt (Centrale Markt) en de clandestiene economie die noodgedwongen ontstond.