Handgeschreven rapportage of brief.
Origineel
Handgeschreven rapportage of brief. uit de Houtkoopersburgwal. Een ander geval is het met de firma
van Loggem gevestigd in de Markensteeg, dit perceel is wel
door de Gemeente gekocht. Volgens mededeeling van de vrouw van
v. Loggem kan het nog wel een paar jaar duren voordat zij
er uit moeten. Van deze firma liggen 2 kolenvaartuigen
gemeerd in de Houtkoopersburgwal tusschen Markensteeg en
Uilenburgersteeg, voor de perceelen Joden Houttuinen 68 t/m 74
dat is een open gedeelte tusschen 2 perc. aan de waterkant.
Dit gedeelte van ongeveer 10 meter lengte moet voor het
lossen van kolenvaartuigen open blijven en moet indien
noodig versterkt worden. Dat is dan voor de brandstoffenmarkt
voldoende, want andere kolenschuiten komen er niet. Om deze
vaartuigen naar een andere markt te brengen is voor deze
firma, zoolang die daar nog gevestigd blijft, te ver weg, daar
de Uilenburgergracht, die er vlakbij op uitkomt, geen loswal
heeft.
A. W. Rijvorst
In dit document rapporteert A.W. Rijvorst over een specifieke situatie rondom de firma van Loggem, gevestigd aan de Markensteeg in Amsterdam. Hoewel de gemeente het pand van de firma reeds heeft aangekocht (waarschijnlijk in het kader van stadsvernieuwing of sanering), wordt verwacht dat het bedrijf er nog enkele jaren kan blijven.
Het kernpunt van het rapport is het behoud van een aanleg- en losplaats aan de Houtkoopersburgwal (ter hoogte van de Joden Houttuinen 68-74). De firma heeft daar twee kolenvaartuigen liggen. Rijvorst adviseert om een strook van 10 meter kade open te houden en eventueel te versterken voor het lossen van kolen. Dit is noodzakelijk omdat een alternatieve locatie te ver weg zou zijn en de nabijgelegen Uilenburgergracht geen geschikte loswal heeft. Het document biedt een inkijkje in de kleinschalige industriële en logistieke dynamiek van de Amsterdamse Jodenbuurt en Uilenburg in de eerste helft van de 20e eeuw. In deze periode was steenkool de voornaamste brandstof voor huishoudens en kleine bedrijven. De levering gebeurde veelal via het water met schuiten.
De tekst refereert aan de grootschalige onteigeningen en de sanering van de oude stadswijken door de gemeente Amsterdam. De genoemde locaties (Joden Houttuinen, Markensteeg) bevonden zich in een gebied dat in de loop van de 20e eeuw ingrijpend zou veranderen door sloop en nieuwbouw, mede versneld door de tragische ontvolking van de Jodenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document illustreert de pragmatische omgang met bedrijven die moesten wijken maar in de overgangsperiode nog wel hun nering moesten kunnen uitoefenen.