Handgeschreven ambtelijke brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief. 16 februari 1939. M. Rijswart (vermoedelijk een opzichter of havenbeambte). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 21/10/1 M. 1939 6/3
Amsterdam 16 Februari ’39
Aan den Heer Inspecteur
Marktwezen.
M.H!
In verband met bijgaand verzoek deel ik Uw het volgende mede.
De brandstoffenhandelaar J.C. Brey is met ingang van 1 Januari 1939 verplaatst van Philips van Almondestraat 18 naar Baarsjesweg 136, het voormalig stempel lokaal, waarvoor ik reeds het verzoek had gedaan tot het aanbrengen van meerpalen voor bovengenoemd perceel, doch door verschillende herstellingen aan de walkant is dit nog niet geschied, rede waarom de twee kolenschuiten Nº 3198 en 1464 eenige perceelen verder gelegenheid hebben om aan de daar aanwezige meerpalen vast te leggen, zelfs heeft bovengenoemde firma reeds nieuwe staaldraden aangeschaft voor de schuiten, als de meerpalen geplaatst zijn deze daarmee vast te leggen.
Volgens mijn bescheiden meening zal de bestaande toestand nog wel even bestendigd blijven om rede de beschoeiing van perceel 136 nog vernieuwd zal worden.
[Ondertekening:] M. Rijswart
[Aantekening in potlood in de marge:]
11 uur Tm
Th. v Galen
Comm. Binnenwaters Het document is een verslag over een logistiek probleem aan de Amsterdamse Baarsjesweg. Een kolenhandelaar (J.C. Brey) is verhuisd, maar kan zijn twee grote kolenschuiten (nrs. 3198 en 1464) niet voor de deur aanmeren omdat er nog geen meerpalen zijn geslagen. Dit uitstel wordt veroorzaakt door noodzakelijke reparaties aan de walkant en de beschoeiing.
De tekst geeft een goed beeld van de ambtelijke taal uit die tijd ("deel ik Uw het volgende mede", "bescheiden meening"). Ook valt op dat de handelaar al proactief "nieuwe staaldraden" heeft gekocht, wat duidt op de wens om de overlast voor andere perceelhouders zo snel mogelijk te beëindigen. In 1939 was steenkool nog de belangrijkste brandstof voor het verwarmen van Amsterdamse woningen. Het transport van deze zware brandstof vond hoofdzakelijk plaats over water met platbodems of schuiten. De afdeling Marktwezen was verantwoordelijk voor het beheer van de kades en de toewijzing van ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen.
De genoemde locatie, Baarsjesweg 136, wordt omschreven als het "voormalig stempellokaal". In de jaren '30 (de crisistijd) moesten werklozen zich vaak dagelijks melden bij een stempellokaal om hun uitkering te behouden. Dat dit pand in 1939 een nieuwe bestemming kreeg als kolenopslag, illustreert de veranderende sociale dynamiek vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De potloodnotitie onderaan verwijst mogelijk naar een controle of overleg met de Commissaris van het Binnenwaterbeheer.