Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 191
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Brief (doorslag).

2 december 1941 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 4/12"). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst, Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Brief (doorslag). 2 december 1941 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 4/12"). De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VD/HG.
Verzonden 4/12 [handgeschreven]

37/119/3 M.
2 December 1941.

Ariseering N.V. Hakker.

                                    den Heer Wethouder
                                    voor de Levensmiddelen,
                                    A l h i e r .

    Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 18 November jl. om nadere inlichtingen ontvangen stuk No. 1064 L.M 1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant ten behoeve van zijn cliente, de firma Gebr. Duyn te Beverwijk verzoekt, te willen bevorderen, dat de Joodsche groothandel N.V. Hakker, welke op de Centrale Markt is gevestigd, zoolang de aandeelen der N.V. niet door Gebr. Duyn zijn overgenomen, niet wordt verplaatst naar het voor de Joden op de Centrale Markt in te richten terrein, omdat hierdoor de zaak van de N.V. zeer belangrijk in waarde zou dalen.

    Ik geef U beleefd in overweging de betreffende Duitsche instantie te verzoeken om – indien ten tijde van de instelling van een afzonderlijke Joodsche markt op de Centrale Markt nog geen beslissing op het verzoek van adressant aan den Commissaris-Generaal voor de Veiligheid is ingekomen – aan de N.V. Hakker tijdelijk dispensatie te verleenen van het bepaalde in de Verordening van 15 September jl. en haar derhalve te vergunnen op de Centrale Markt gevestigd te blijven, totdat op het onderhavige verzoek zal zijn beslist.

    Een dergelijk als door mij bedoeld verzoek ware echter slechts dan door den Burgemeester te doen, indien U het aannemelijk acht, dat er een redelijke kans op inwilliging aanwezig is; hieromtrent ontbreekt mij uiteraard ieder inzicht.

    Voor de goede orde moet ik U er overigens op wijzen, dat, ongeacht hetgeen hierboven is omschreven, mijnerzijds thans een onderzoek wordt ingesteld naar de antecedenten van de firma Gebr. Duyn, meer in het bijzonder naar de vraag of deze firma voldoet aan de maatstaven, die voor toelating als grossier tot de Centrale Markt tot nu toe steeds zijn aangelegd.

    Al zou derhalve het verzoek van adressant door den Commissaris-Generaal worden ingewilligd, dan houdt dit nog geenszins in, dat toestemming tot vestiging op de Centrale Markt hiermede bij voorbaat is verleend.

                                    De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies betreffende de "ariseering" (arisering) van de Joodse groothandel N.V. Hakker op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam).

Kernpunten van de brief:
1. Arisering: De firma Gebr. Duyn uit Beverwijk is bezig met de overname van de aandelen van het Joodse bedrijf N.V. Hakker. Dit proces werd "arisering" genoemd: het onteigenen van Joods bezit ten gunste van niet-Joodse eigenaren.
2. Economisch motief: Er wordt verzocht om N.V. Hakker voorlopig niet te verplaatsen naar het "Jodenkwartier" op de markt (het gesegregeerde deel). De reden hiervoor is puur bedrijfseconomisch: verplaatsing zou de waarde van de zaak doen dalen, wat ongunstig is voor de nieuwe (niet-Joodse) eigenaren.
3. Bureaucratie en Segregatie: De brief verwijst naar de "Verordening van 15 September" (1941), die de bewegingsvrijheid en vestigingsmogelijkheden van Joden verder beperkte. Er wordt voorgesteld om via de Burgemeester dispensatie te vragen bij de Duitse Commissaris-Generaal voor de Veiligheid (Hanns Albin Rauter).
4. Controle op de overnemer: De directeur merkt op dat hij nog onderzoek doet naar de firma Gebr. Duyn zelf. Ook als de "arisering" door de Duitsers wordt goedgekeurd, moet de firma nog steeds voldoen aan de reguliere marktvoorschriften voor grossiers. Dit document stamt uit de kernperiode van de economische uitsluiting van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters de druk op om Joods kapitaal en bedrijven in "Arische" handen te krijgen.

De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal distributiepunt voor levensmiddelen. In deze periode werden Joodse handelaren daar steeds meer geïsoleerd en uiteindelijk verwijderd. De brief toont de kille, zakelijke toon waarmee over het lot van Joodse bedrijven werd beslist: de bezorgdheid ligt niet bij de oorspronkelijke eigenaar, maar bij de waardevastheid van het bedrijf voor de toekomstige "Arische" eigenaar. Het illustreert hoe lokale overheden en het bedrijfsleven verstrikt raakten in de uitvoering van de antisemitische maatregelen van de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies betreffende de "ariseering" (arisering) van de Joodse groothandel N.V. Hakker op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam).

Kernpunten van de brief:
1. Arisering: De firma Gebr. Duyn uit Beverwijk is bezig met de overname van de aandelen van het Joodse bedrijf N.V. Hakker. Dit proces werd "arisering" genoemd: het onteigenen van Joods bezit ten gunste van niet-Joodse eigenaren.
2. Economisch motief: Er wordt verzocht om N.V. Hakker voorlopig niet te verplaatsen naar het "Jodenkwartier" op de markt (het gesegregeerde deel). De reden hiervoor is puur bedrijfseconomisch: verplaatsing zou de waarde van de zaak doen dalen, wat ongunstig is voor de nieuwe (niet-Joodse) eigenaren.
3. Bureaucratie en Segregatie: De brief verwijst naar de "Verordening van 15 September" (1941), die de bewegingsvrijheid en vestigingsmogelijkheden van Joden verder beperkte. Er wordt voorgesteld om via de Burgemeester dispensatie te vragen bij de Duitse Commissaris-Generaal voor de Veiligheid (Hanns Albin Rauter).
4. Controle op de overnemer: De directeur merkt op dat hij nog onderzoek doet naar de firma Gebr. Duyn zelf. Ook als de "arisering" door de Duitsers wordt goedgekeurd, moet de firma nog steeds voldoen aan de reguliere marktvoorschriften voor grossiers.

Historische Context

Dit document stamt uit de kernperiode van de economische uitsluiting van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters de druk op om Joods kapitaal en bedrijven in "Arische" handen te krijgen.

De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal distributiepunt voor levensmiddelen. In deze periode werden Joodse handelaren daar steeds meer geïsoleerd en uiteindelijk verwijderd. De brief toont de kille, zakelijke toon waarmee over het lot van Joodse bedrijven werd beslist: de bezorgdheid ligt niet bij de oorspronkelijke eigenaar, maar bij de waardevastheid van het bedrijf voor de toekomstige "Arische" eigenaar. Het illustreert hoe lokale overheden en het bedrijfsleven verstrikt raakten in de uitvoering van de antisemitische maatregelen van de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6