Officieel bijblad / Ambtelijke notitie.
Origineel
Officieel bijblad / Ambtelijke notitie. 2 januari 1941 (doorgezonden datum). De inhoud refereert aan gebeurtenissen in 1935 en 1936. [Stempel/Kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 39 / 1 / 1 1940
DOORGEZONDEN: 2/1 - '41.
[Toevoeging rechtsboven:]
Nog opgemerkt dient te worden dat in 1935 zoowel Woudenberg als de Goede aan de Admiraal de Ruijterweg standplaats innamen. Bij uitgifte van standplaatsen is Woudenberg gepasseerd [doorgehaald: clandestien en] clandestien en vorige stukken aan clandestien verk.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van het adres van de N.S.B. [geparafeerd: JW?] 3/1 '41 inzake de standplaats van de Goede merk ik het volgende op.
Nergens is bepaald, dat bij uitgifte van standplaatsen voor de verkoop van bloemen ten aanzien van andere bloemenstandplaatshouders een afstand van 100 meter in acht moet worden genomen.
Dit standpunt is bij toewijzing ook nimmer ingenomen.
[Doorgehaalde alinea:] Wij wijzen als regel geen standplaatsen voor bloemen toe wanneer in de omgeving toegewezene binnen 100 meter afstand van een bloemenwinkel.
Op 20 april 1936 heeft de Goede inderdaad verzocht om Woudenberg geen standplaats in zijn onmiddellijke nabijheid toe te wijzen.
[Tekst met veel doorhalingen en correcties:] Op advies van den Hoofdcommissaris van Politie waarbij werd het standpunt ingenomen, dat van de gevolgde gedragslijn ten aanzien van de verleening van "clandestiene" standplaatsen, niet moest worden afgeweken. Woudenberg [onleesbaar/doorgehaald] reeds geruimen tijd op dezelve plaats clandestien. Het document betreft een ambtelijke reactie op een beklag of verzoek ("het adres") van de N.S.B. betreffende de toewijzing van een standplaats voor bloemenverkoop. De kern van het geschil draait om twee verkopers, Woudenberg en De Goede, aan de Admiraal de Ruijterweg.
De schrijver stelt vast dat er geen regel bestaat die een minimale afstand van 100 meter tussen verschillende bloemenstallen voorschrijft. Uit de aantekeningen blijkt een voorgeschiedenis: in 1936 wilde De Goede al dat Woudenberg werd geweerd. Dit werd toen door de politie afgewezen omdat Woudenberg daar al langere tijd "clandestien" (zonder officiële vergunning, maar gedoogd) stond. Het document is een werkversie of kladblok met veel doorhalingen, wat duidt op een interne afstemming over hoe te reageren op de politieke druk van de N.S.B. Dit document is geschreven in januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De bemoeienis van de N.S.B. in een triviale zaak als een standplaatsvergunning is typerend voor die periode; de partij probeerde op alle niveaus van het openbare leven invloed uit te oefenen en gunsten te verlenen aan hun sympathisanten (of hun klachten te legitimeren).
De term "clandestien" verwijst naar de wijdverbreide praktijk van straathandel in Amsterdam voor en tijdens de oorlog, waarbij verkopers zonder de juiste papieren toch hun plek innamen, wat vaak leidde tot juridische en administratieve touwtrekkerij tussen de gemeente, de politie en de marktmeesters. De Admiraal de Ruijterweg in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke verkeersader waar dergelijke handel veel voorkwam.