Ambtelijk advies/rapportage (doorslag van een brief).
Origineel
Ambtelijk advies/rapportage (doorslag van een brief). 22 januari 1941 (verzonden op 23 januari). Onbekend (mogelijk hoofd van een gemeentelijke afdeling, gezien de verwijzing naar "den Heer Wethouder"). [Handgeschreven rechtsboven:] A. de Laer
[Handgeschreven middenboven:] verzonden 23/1
[Stempel/Type rechtsboven:] D/G.
39/1/2 M
1
22 Januari 1941.
Adres N.S.B.inzake
standplaatshouder
A.C.de Goede.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 De-
cember jl. om advies ontvangen stuk no.5/696 L.M.1940 heb ik de
eer U het volgende te berichten.
A.C.de Goede werd op 8 Januari 1935 onder no.5/1114 L.M.
1934 voor den tyd van 1 jaar door Burgemeester en Wethouders ver-
gunning verleend tot het innemen van een standplaats met een
mand of houten bak ter grootte van 1 m. by 0,50 m. ten verkoop
van bloemen op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van den
Admiraal de Ruyterweg vóór de scheiding van de perceelen 87 en
89; op 28 December 1935 werd deze vergunning onder no.5/1136 L.M.
1935 tot wederopzeggens verlengd.
Op 17 Juli 1939 werd De Goede onder no.5/208 L.M.1939
onder intrekking van bovengenoemde beschikking opnieuw vergun-
ning voor hetzelfde punt verleend; de voorwaarden, waaronder ver-
gunning werd verleend, werden echter aangevuld met de bepaling,
dat het op eenigerlei wyze op- of uitbouwen van de gebezigde
mand of bak niet is toegestaan. De aanleiding hiertoe waren
klachten van den winkelier J.Warner, gevestigd in perceel Admi-
raal de Ruyterweg 89 huis, over den onderhavigen vergunninghou-
der (vide hieromtrent myn brief van 11 April 1939 no.39/33/3 M).
Op 3 Augustus 1939 heeft De Goede zich tot U gewend met
het verzoek hem eenige uitbreiding van zyn standplaats toe te
staan (vide no.5/208 L.M.1939 en myn advies d.d. 7 September
1939 no.39/33/6 M). In verband hiermede werd De Goede by be-
schikking van 11 October 1939 no.5/208 L.M.1939 toegestaan in
plaats van 1 m. by 0,50 m. een oppervlakte te bezigen van 1,50 m.
by 0,50 m. Tenslotte moest de vergunning opnieuw met enkele on-
belangryke voorwaarden worden aangevuld, zoodat aan De Goede,
onder intrekking van de vorenvermelde vergunningen op 4 Januari
1940 onder no.764 L.M.1939, een nieuwe vergunning, welke thans
nog geldt, werd verleend.
A.W.Woudenberg werd op 25 April 1936 onder no.5/293 L.M.
1936 door Burgemeester en Wethouders tot wederopzeggens toe ver-
gunning verleend tot het innemen van een standplaats met een Deze ambtelijke brief bevat een gedetailleerde chronologie van de vergunningen die zijn verleend aan A.C. de Goede voor een bloemenkraam op de Admiraal de Ruyterweg in Amsterdam. De kern van het document is een feitelijke weergave van besluiten vanaf 1935 tot 1940.
Opvallend is de aanleiding: een "adres" (een formeel schrijven of verzoek) van de N.S.B. Blijkbaar heeft de Nationaal-Socialistische Beweging zich bemoeid met de positie van deze standplaatshouder. De brief lijkt een reactie op die bemoeienis door de geschiedenis van de vergunningverlening nauwkeurig in kaart te brengen, inclusief eerdere klachten van een omwonende winkelier (J. Warner) over uitbreidingen van de kraam. Het document breekt af bij de vermelding van een tweede persoon, A.W. Woudenberg, wiens situatie waarschijnlijk als vergelijkingsmateriaal diende. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de N.S.B. haar invloed op het lokale bestuur uit te breiden. Het was gebruikelijk dat de partij tussenbeide kwam voor haar leden of sympathisanten bij administratieve kwesties, zoals markt- of standplaatsvergunningen.
De Admiraal de Ruyterweg was (en is) een belangrijke verkeersader in Amsterdam-West met veel detailhandel. Standplaatsen waren strikt gereguleerd om overlast voor winkeliers te beperken, wat in dit document wordt bevestigd door de vermelding van de klachten van bakker/winkelier Warner. Dit type documentatie illustreert hoe de bezetting en politieke voorkeur doorsijpelden in de meest alledaagse bureaucratische processen van de stad. De genoemde A.W. Woudenberg was een bekende figuur binnen de N.S.B. (leider van het Nederlands Arbeidsfront), wat de politieke lading van deze brief verder onderstreept.