Dienstbrief / Ambtelijk memorandum.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk memorandum. U.W. Rijnvoort (ondertekenaar). 28 Mei 1939
No 21/22/1 M 1939 85/5
Afd. Boekhouding
Marktwezen.
Aangaande het schrijven van P. Bakker, Geld. kade
kan ik U het volgende mededeelen.
Bakker heeft begin April het vaartuig No f 103 - 42 ton
aan den Heer Soutendijk verhuurd, maar doordat
Soutendijk het vaartuig nog niet beladen kon, wegens het
niet aankomen van zijn kolen, heeft hij het vaartuig
leeg, bij Bakker aan de Geld. kade laten liggen, totdat hij
het vaartuig 6 Mei 1939 geladen aan de Brandstoffenmarkt
de Jac. Catskade bracht. Daar P. Bakker daarvan geen
mededeeling heeft gedaan, is het volgens mij, dat de restitutie
van het jaargeld, vanaf 6 Mei 1939 moet ingaan.
Het marktgeld over de maand April, moet hij dan
maar van J. M. Soutendijk terug vorderen.
U.W. Rijnvoort * Inhoud: De brief behandelt een verzoek tot restitutie van liggeld of marktgeld. P. Bakker had een vaartuig verhuurd aan J.M. Soutendijk. Door vertraging in de levering van kolen bleef het schip een maand lang ongebruikt liggen bij de Geldersekade. Pas op 6 mei werd het schip geladen en naar de Brandstoffenmarkt aan de Jacob Catskade gebracht.
* Besluit: De schrijver adviseert dat de restitutie van het jaargeld pas mag ingaan op 6 mei, de datum waarop de verandering van status (het varen naar de markt) officieel werd. De kosten voor de maand april worden niet gerestitueerd door de gemeente; Bakker moet deze kosten zelf verhalen op de huurder, Soutendijk.
* Terminologie: "Jaargeld" en "Marktgeld" verwijzen naar de belastingen of leges die schippers moesten betalen om gebruik te mogen maken van de stedelijke markten en kades.
* Locaties: De genoemde locaties (Geldersekade en Jacob Catskade) duiden op Amsterdam. De Jacob Catskade was in die tijd een belangrijke locatie voor de handel in brandstoffen (kolen en hout). Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte administratieve afhandeling van haven- en marktgelden in Amsterdam. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de bewegingen van vaartuigen en de bijbehorende afdrachten. De brief illustreert hoe een vertraging in de logistieke keten (het niet aankomen van kolen) leidde tot een bureaucratisch geschil over wie verantwoordelijk was voor de verschuldigde markttarieven. De toon van de brief is zakelijk en beslist: de gemeente neemt geen verantwoordelijkheid voor commerciële vertragingen tussen private partijen.