Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 205
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Instructie

1 oktober 1940. Van: Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC), 's-Gravenhage. Aan: Koelhuis Centrale Markt, Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Instructie 1 oktober 1940. Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC), 's-Gravenhage. Koelhuis Centrale Markt, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VEEHOUDERIJCENTRALE.
No. 7606, Afd. Ve/12/9. 's-Gravenhage, 1 October 1940.
Laan van Meerdervoort 84.

Betreft machtigingen
voor den opslag in
koel- en/of vriesruimten.

AAN Koelhuis Centrale Markt,
te
A M S T E R D A M.

Hiermede maken wij U opmerkzaam, dat aangezien de machtigingen voor het bruto gewicht worden uitgeschreven, U bij Uw aanvragen steeds het bruto gewicht, met vermelding van het aantal kisten, bakken, manden e.d. dient op te geven.

Indien partijen eventueel uit verschillende soorten fust bestaan, gelieve U dit tevens te vermelden, onder opgave van het netto gewicht en de gemiddelde tarra van de verschillende soorten fust.

Wij nemen aan, dat U ook op Uw wekelijksche voorraadstaten steeds het bruto gewicht opgeeft, met uitzondering van boter, waarvoor U een gemiddeld gewicht van 50 kg. per 1/3 vat kunt aannemen, terwijl voor koelhuis-eieren alleen het aantal eieren dient te worden opgegeven.

Voor druiven, welke verpakt zijn in de normale pootenbakken, moet een gemiddeld bruto gewicht van 10 kg. per 1/1 bak en 5 kg. per 1/2 bak aangenomen worden.

NEDERLANDSCHE VEEHOUDERIJCENTRALE
[Handtekening/Paraaf onleesbaar] De brief is een strikt administratieve aanwijzing van de Nederlandsche Veehouderijcentrale aan een Amsterdams koelhuis. De kern van de instructie is de overschakeling naar, of nadruk op, het rapporteren van bruto gewichten (gewicht inclusief verpakking) in plaats van netto gewichten voor de opslagmachtigingen en wekelijkse voorraadstaten.

De brief specificeert hoe om te gaan met uitzonderingen en standaardisaties:
* Gemengde verpakkingen: Hier moet zowel netto gewicht als de gemiddelde 'tarra' (gewicht van de lege verpakking) worden opgegeven.
* Boter: Hiervoor geldt een forfaitair gewicht van 50 kg per 1/3 vat.
* Eieren: Deze worden per stuk geteld, niet op gewicht.
* Druiven: Voor de specifieke "pootenbakken" (een type veilingkist) worden vaste bruto gewichten voorgeschreven (10 kg voor een hele bak, 5 kg voor een halve).

De toon is formeel en directief, passend bij de bureaucratische structuur van die tijd. De datum van de brief, 1 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC) was een van de crisisorganen die al voor de oorlog (onder de Landbouwcrisiswet van 1933) waren opgericht, maar tijdens de bezetting een cruciale rol gingen spelen in de strak gereguleerde distributie en voedselvoorziening.

Het centraliseren van gegevens over voedselvoorraden in koelhuizen was voor de bezetter en de Nederlandse overheidsapparaten van vitaal belang voor het distributiesysteem (de rantsoenering). Door exacte regels te stellen voor gewichtsrapportage kon de centrale overheid nauwkeuriger berekenen hoeveel voedsel er werkelijk beschikbaar was, zonder dat verschillen in verpakkingsmateriaal de statistieken vervuilden. De "Centrale Markt" in Amsterdam was destijds (en is nog steeds) een essentieel knooppunt voor de voedseldistributie in de regio.

Samenvatting

De brief is een strikt administratieve aanwijzing van de Nederlandsche Veehouderijcentrale aan een Amsterdams koelhuis. De kern van de instructie is de overschakeling naar, of nadruk op, het rapporteren van bruto gewichten (gewicht inclusief verpakking) in plaats van netto gewichten voor de opslagmachtigingen en wekelijkse voorraadstaten.

De brief specificeert hoe om te gaan met uitzonderingen en standaardisaties:
* Gemengde verpakkingen: Hier moet zowel netto gewicht als de gemiddelde 'tarra' (gewicht van de lege verpakking) worden opgegeven.
* Boter: Hiervoor geldt een forfaitair gewicht van 50 kg per 1/3 vat.
* Eieren: Deze worden per stuk geteld, niet op gewicht.
* Druiven: Voor de specifieke "pootenbakken" (een type veilingkist) worden vaste bruto gewichten voorgeschreven (10 kg voor een hele bak, 5 kg voor een halve).

De toon is formeel en directief, passend bij de bureaucratische structuur van die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 1 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC) was een van de crisisorganen die al voor de oorlog (onder de Landbouwcrisiswet van 1933) waren opgericht, maar tijdens de bezetting een cruciale rol gingen spelen in de strak gereguleerde distributie en voedselvoorziening.

Het centraliseren van gegevens over voedselvoorraden in koelhuizen was voor de bezetter en de Nederlandse overheidsapparaten van vitaal belang voor het distributiesysteem (de rantsoenering). Door exacte regels te stellen voor gewichtsrapportage kon de centrale overheid nauwkeuriger berekenen hoeveel voedsel er werkelijk beschikbaar was, zonder dat verschillen in verpakkingsmateriaal de statistieken vervuilden. De "Centrale Markt" in Amsterdam was destijds (en is nog steeds) een essentieel knooppunt voor de voedseldistributie in de regio.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6