Handgeschreven concept-brief (administratief rapport).
Origineel
Handgeschreven concept-brief (administratief rapport). 1 december 1939. [Links boven:]
Concept.
MHo
Weigering betaling
van marktgeld
brandstoffenmarkt
door "A.B.A."
[Rechts boven:]
A'dam 1 Dec. 1939.
1/12/39 W.C.U.
21/33/2 M
[Hoofdtekst:]
Ter vervolge op mijn rapport d.d. 30 Nov. jl. (no. 21/33/1 M) heb ik de eer U te berichten, dat de N.V. "Algemeene Brandstoffenhandel 'Amsterdam'", blijkens een heden ingekomen rapport eveneens weigerachtig blijft om een bedrag van f 0,75 te betalen, verschuldigd terzake van het vaartuig no. 35, groot 30 ton, waarmede op 24 November jl. ligplaats is ingenomen aan de Brandstoffenmarkt Kostverlorenvaart. Vanwege voornoemde onderneming werd op [doorgehaald: een datum] 24 Nov. jl. verklaard, dat de [doorgehaald: firma] brandstoffen, die op vaartuig [einde pagina] Dit document is een ambtelijk concept waarin verslag wordt gedaan van een betalingsgeschil. De kern van de zaak is de weigering van de "N.V. Algemeene Brandstoffenhandel Amsterdam" (afgekort als A.B.A.) om een klein bedrag aan marktgeld (75 cent) te voldoen. Dit bedrag was verschuldigd voor een schip van 30 ton dat op 24 november 1939 lag afgemeerd aan de Kostverlorenvaart.
De tekst is formeel van aard ("heb ik de eer U te berichten") en bevat correcties die typerend zijn voor een concept, zoals het doorhalen van woorden ("firma" wordt "onderneming") om de juiste terminologie te gebruiken. Het document refereert aan een eerder rapport van de dag ervoor, wat duidt op een actieve correspondentie over dit specifieke incident. Het document dateert van december 1939, de periode van de 'Schemeroorlog' vlak voor de Duitse inval in Nederland. Amsterdam was in die tijd sterk afhankelijk van de aanvoer van brandstoffen (voornamelijk kolen) per schip voor de verwarming van de stad en het aandrijven van industrieën. De Brandstoffenmarkt aan de Kostverlorenvaart was een essentieel knooppunt voor deze distributie.
Dergelijke administratieve geschillen over marktgeld waren niet ongewoon; bedrijven maakten soms uit principe bezwaar tegen lokale heffingen. Het feit dat dit officieel gerapporteerd werd onder specifieke referentienummers (21/33/2 M) suggereert dat dit onderdeel was van een groter dossier over markttoezicht of havenrechten in de gemeente Amsterdam.