Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 304
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven concept of manuscript (pagina 3 van een groter geheel).

Origineel

Handgeschreven concept of manuscript (pagina 3 van een groter geheel). (Pagina linksboven genummerd: 3.)
(Marge links: T/laboratoria, / proeftuinen en / -velden enz.)

hoe hoezeer het vraagstuk aldus
gesteld worde; wat zijn de beste
verpakkingsmethoden en bewaringsproducten,
gezien de eigenschappen van het product. Het
vraagstuk dient echter ook aldus te
worden gesteld dat men, gezien de beschikbare
middelen tot verpakking en bewaring,
zich tot doel stelt variëteiten te
kweeken met zoodanige eigenschappen,
dat de producten ~~met~~ het meest
resistent zijn tegen de invloeden
welke zij tijdens ~~het~~ transport,
opslag enz. ondergaan.

> Bij het onderzoek dienen te worden
ingeschakeld zoowel de zuiver
wetenschappelijke laboratoria en
onderzoekingsinstituten, als wel
de land- en tuinbouwtechnische
instituten; terwijl ten slotte de verkregen
resultaten zullen kunnen worden getoetst
(de practijk) door massale waarneming ~~t.o.a.~~ in de
koelhuizen.

> Het is gewenscht om behalve de
specifieke onderzoekingsinstituten ook
in te schakelen de laboratoria der
verschillende instellingen van hooger
onderwijs opdat reeds aanstonds onder
de studeerenden belangstelling wordt
gewekt voor de tallijke vraagstukken
die op het toegepaste terrein der
toegepaste wetenschappen liggen zoodat
op den duur over een reserve van
wetenschappelijk opgeleide krachten
kan worden beschikt die zich ~~reeds~~ voor
het gebied der toepassing hebben
georiënteerd.

> Ter slotte moge ik, ter illustratie van
een en ander, nog de aandacht vestigen
op een actueel vraagstuk, nl. het
verband tusschen de zgn. "houdbaarheid"
van producten, in verband met de ~~hooge~~
~~verpakkings~~ wijze van verpakking. Dit vraagstuk
~~is~~ wordt van meer en meer belang
nu er een streven is om te komen
tot zgn. standaard sorteering en
standaard verpakking ~~te welke~~ thans
~~met~~ handelstechnisch voornamelijk
gerichtheid wordt bekeken. Het is Dit document is een concepttekst, waarschijnlijk voor een rapport, advies of beleidsstuk betreffende agrarisch onderzoek. De tekst vertoont diverse doorhalingen en invoegingen (zoals "(de practijk)" en de margonota), wat wijst op een auteur die zijn argumentatie ter plekke aanscherpt.

De kern van het betoog is tweeledig:
1. Omkering van de onderzoeksvraag: In plaats van alleen te kijken naar hoe bestaande producten verpakt moeten worden, pleit de auteur voor het kweken van nieuwe variëteiten die inherent beter bestand zijn tegen transport en opslag.
2. Organisatie van onderzoek: De auteur stelt een integrale aanpak voor waarbij fundamentele wetenschap (universiteiten), toegepaste instituten (tuinbouwtechniek) en de praktijk (koelhuizen) samenwerken. Er is een specifieke nadruk op het betrekken van studenten om een toekomstige 'reserve' aan deskundigen op te bouwen.

De toon is zakelijk, beleidsmatig en visionair voor die tijd, met oog voor zowel de biologische als de economische ("handelstechnische") aspecten van de sector. De tekst moet geplaatst worden in de context van de professionalisering en technologisering van de Nederlandse tuinbouwsector in de eerste helft van de 20e eeuw. In deze periode nam het belang van export toe, waardoor houdbaarheid en gestandaardiseerde verpakking cruciale economische factoren werden.

De genoemde samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en praktijk doet sterk denken aan de ontwikkeling van de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen en de diverse proefstations. De auteur is mogelijk een hoogleraar, een topambtenaar van het Ministerie van Landbouw, of een bestuurder binnen een onderzoeksorgaan zoals TNO (opgericht in 1932). Het document illustreert de verschuiving van traditionele landbouw naar een wetenschappelijk onderbouwde agro-industrie.

Samenvatting

Dit document is een concepttekst, waarschijnlijk voor een rapport, advies of beleidsstuk betreffende agrarisch onderzoek. De tekst vertoont diverse doorhalingen en invoegingen (zoals "(de practijk)" en de margonota), wat wijst op een auteur die zijn argumentatie ter plekke aanscherpt.

De kern van het betoog is tweeledig:
1. Omkering van de onderzoeksvraag: In plaats van alleen te kijken naar hoe bestaande producten verpakt moeten worden, pleit de auteur voor het kweken van nieuwe variëteiten die inherent beter bestand zijn tegen transport en opslag.
2. Organisatie van onderzoek: De auteur stelt een integrale aanpak voor waarbij fundamentele wetenschap (universiteiten), toegepaste instituten (tuinbouwtechniek) en de praktijk (koelhuizen) samenwerken. Er is een specifieke nadruk op het betrekken van studenten om een toekomstige 'reserve' aan deskundigen op te bouwen.

De toon is zakelijk, beleidsmatig en visionair voor die tijd, met oog voor zowel de biologische als de economische ("handelstechnische") aspecten van de sector.

Historische Context

De tekst moet geplaatst worden in de context van de professionalisering en technologisering van de Nederlandse tuinbouwsector in de eerste helft van de 20e eeuw. In deze periode nam het belang van export toe, waardoor houdbaarheid en gestandaardiseerde verpakking cruciale economische factoren werden.

De genoemde samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en praktijk doet sterk denken aan de ontwikkeling van de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen en de diverse proefstations. De auteur is mogelijk een hoogleraar, een topambtenaar van het Ministerie van Landbouw, of een bestuurder binnen een onderzoeksorgaan zoals TNO (opgericht in 1932). Het document illustreert de verschuiving van traditionele landbouw naar een wetenschappelijk onderbouwde agro-industrie.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6