Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 12 mei 1941. Onbekend (waarschijnlijk een wetenschappelijk adviseur of instituutscoördinator). S/HG. Extra [handgeschreven]
48/10/1 M.
12 Mei 1941.
den Heer Secretaris van de Cen-
trale Organisatie voor Toegepast
Natuurwetenschappelijk Onderzoek,
Van Alkemadelaan 9, Ir.A.de Mooy.
D E N H A A G .
Gevolg gevende aan de gemaakte afspraak op 29 April
jl. tijdens de vergadering welke onder leiding van Ir.A.W.
van der Plassche plaats vond in het Physiologisch Chemisch
Laboratorium, kamer Prof.Dr.B.C.P.Jansen heb ik de eer U
hieronder een resumptie te doen toekomen omtrent hetgeen ik
als mijn zienswijze ten aanzien der aldaar besproken vraag-
stukken naar voren heb gebracht.
Hoewel onder meer op het gebied van voedingsmid-
delen van plantaardigen oorsprong in binnen- en buitenland
talrijke onderzoekingen hebben plaatsgevonden en nog steeds
plaats vinden, blijkt, dit de omstandigheid, dat zich in de
practijk nog talrijk vragen voordoen, waarop onderzoekers het
antwoord nog schuldig moeten blijven, dat er nog zeer veel
te onderzoeken overblijft. Er is blijkbaar behoefte om de
onderzoekingen quantitatief uit te breiden.
Gezien de uitgebreidheid van het te onderzoeken
gebied ligt het voor de hand, dat door de verschillende
onderzoekers uit het te onderzoeken materiaal een keuze moet
worden gedaan. De wijze waarop de onderzoeker ten opzichte
der materie is georienteerd, heeft uiteraard op die keuze
grooten invloed. Er is een zoodanige samenhang tusschen de
intrinsieke eigenschappen van het product en de eigenschap-
pen, welke het bezit wanneer het uiteindelijk zijn dienst
als voedingsmiddel zal moeten doen, dat alle stadia welke
het product door maakt, voorwerp van onderzoek moeten worden.
Het is daarom noodig de onderzoekingen qualitatief uit te
breiden.
De uitbreiding in beiderlei zin kan geschieden
door bestaande onderzoekingsinstituten van ruimer middelen
te voorzien, zoowel als door het oprichten van nieuwe insti-
tuten te bevorderen, waarbij met den eisch tot differentia-
tie van het onderzoek zooveel mogelijk wordt rekening gehou-
den. * Onderwerp: De brief betreft een pleidooi voor de structurele uitbreiding van wetenschappelijk onderzoek naar plantaardige voedingsmiddelen in Nederland. De schrijver benadrukt dat zowel de kwantiteit (meer onderzoek) als de kwaliteit (onderzoek naar de gehele keten, van grondstof tot eindproduct) verbeterd moeten worden.
* Kernpunten:
1. Verslaglegging: De brief is een samenvatting ("resumptie") van een eerdere vergadering bij Prof. Dr. B.C.P. Jansen.
2. Kennisachterstand: Ondanks bestaand onderzoek blijven er veel praktijkvragen onbeantwoord.
3. Holistische benadering: De auteur stelt dat alle stadia die een product doorloopt onderzocht moeten worden om de kwaliteit als voedingsmiddel te waarborgen.
4. Organisatorische groei: De auteur stelt voor om bestaande instituten (zoals die van TNO) beter te financieren en nieuwe gespecialiseerde instituten op te richten.
* Stijl en Spelling: Formele, ambtelijke stijl uit de jaren '40. Let op ouderwetse spelling zoals "resumptie", "georienteerd" (zonder trema) en de spaties in "D E N H A A G". * Tijdsgeest: De brief is gedateerd in mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedselvoorziening en de voedingswaarde van surrogaten en plantaardige producten een cruciaal onderwerp voor de volksgezondheid en economische zelfvoorziening.
* Personen:
* Ir. A. de Mooy: Was in die tijd de invloedrijke secretaris van TNO.
* Prof. Dr. B.C.P. Jansen: Een wereldberoemde pionier in vitamine-onderzoek (hij isoleerde als eerste vitamine B1). Zijn laboratorium in Amsterdam was een centrum voor voedingsonderzoek.
* Ir. A.W. van der Plassche: Een belangrijk landbouwkundig ambtenaar en later Directeur-Generaal van de Landbouw.
* Institutioneel: Dit document illustreert de vroege beleidsvorming binnen TNO om wetenschappelijke kennis direct toe te passen op maatschappelijke noden, in dit geval de optimalisatie van plantaardige voeding. * Ir. A. de Mooy: Was in die tijd de invloedrijke secretaris van TNO.