Brief (doorslag of stencil), Bladzijde 2.
Origineel
Brief (doorslag of stencil), Bladzijde 2. 12 mei 1941. Directeur van het Marktwezen. Bladzijde no.2 van brief no.48/10/1 M. d.d. 12 Mei 1941 aan
den Heer Secretaris van de Centrale Organisatie voor Toege-
past Natuurwetenschappelijk Onderzoek te Den Haag van den
Directeur van het Marktwezen.
Teneinde het hoogst mogelijke effect van den onder-
zoekingsarbeid te bereiken is het in de eerste plaats noodig
om te komen tot een centrale "research" van wat in het bin-
nen- en buitenland reeds werd bereikt, opdat hierbij kan
worden aangesloten voor de hier te verrichten onderzoekingen.
In de tweede plaats is noodig, dat de verschillende onder-
zoekinstituten worden gecoördineerd zoodat, van een centraal
punt uit - de verbindingsschakel - het werk min of meer kan
worden verdeeld, waardoor de diverse onderzoekingen daar
worden verricht waar men daarvoor het best is geoutilleerd,
terwijl anderzijds dubbel werk kan worden voorkomen.
Als doel van het onderzoek moet worden gesteld,
dat producten worden verkregen, die, wanneer ze voor voeding
zullen worden gebruikt in de hoogst mogelijke graad de ei-
genschappen bezitten die het begrip voedingswaarde bepalen.
In den grond zijn hierbij drie stadia te onderscheiden te
weten het cultuurstadium met inbegrip van het oogsten, het
distributiestadium met inbegrip van de wijze van verpakking
(van zeer veel invloed), het transport en de bewaring in al
dan niet speciaal geconditionneerde ruimten, en het stadium
waarin het product voor het gebruik wordt toebereid. Tus-
schen deze drie stadia bestaat een wisselwerking. Een en
ander moet in dit verband worden bezien. Ten aanzien bijvoor-
beeld van het eerste en het tweede stadium kan het vraagstuk
aldus gesteld worden: wat zijn de beste verpakkingsmethoden
en bewaringsproducten gezien de eigenschappen van het pro-
duct. Het vraagstuk dient echter ook aldus te worden gesteld
dat men, gezien de beschikbare middelen tot verpakking en
bewaring, zich tot taak stelt varieteiten te kweeken met
zoodanige eigenschappen, dat de producten het meest resistent
zijn tegen de invloeden welke zij tijdens transport, opslag
enz. ondergaan.
Bij het onderzoek dienen te worden ingeschakeld
zoowel de zuiver wetenschappelijke laboratoria en onderzoe-
kingsinstituten, als wel de land- en tuinbouwtechnische
instituten (laboratoria, proeftuinen en -velden enz.) terwijl
ten slotte verkregen resultaten in de practijk zullen kunnen
worden getoetst door massale waarneming onder andere in de
koelhuizen.
Het is gewenscht om behalve de specifieke onder-
zoekingsinstituten ook in te schakelen de laboratoria der
verschillende instellingen voor hooger onderwijs opdat reeds
aanstonds onder de studeerenden belangstelling wordt gewekt
voor de talrijke vraagstukken, die op het terrein der toege-
paste wetenschappen liggen, zoodat op den duur over een re-
serve van wetenschappelijk opgeleide krachten kan worden be-
schikt, die zich reeds naar het gebied der toepassingen heb-
ben georienteerd. * Centrale Coördinatie: De schrijver pleit voor een centrale regie (de "verbindingsschakel") over wetenschappelijk onderzoek om efficiëntie te verhogen en doublures te voorkomen. Dit past in de vroege organisatiegeschiedenis van TNO.
* Focus op Voedingswaarde: Het primaire doel is het optimaliseren van de voedingswaarde van producten door de gehele keten heen: van kweek (cultuurstadium) via logistiek (distributie en bewaring) tot aan de bereiding.
* Wisselwerking: Een interessant technisch detail is het voorstel om gewasvariëteiten te kweken die specifiek bestand zijn tegen de (beperkte) transport- en opslagmogelijkheden van die tijd, in plaats van alleen de opslag aan te passen aan het product.
* Onderwijs en Toekomst: Er wordt nadrukkelijk gepleit voor het betrekken van het hoger onderwijs om een "reserve van wetenschappelijk opgeleide krachten" te creëren voor de toegepaste wetenschappen. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een cruciaal en precair beleidsterrein. De "Directeur van het Marktwezen" viel onder het Departement van Landbouw en Visserij.
In deze periode was er een sterke drang vanuit de overheid (zowel de Nederlandse bureaucreatie als de bezetter) naar centralisatie en wetenschappelijke rationalisatie van de productie en distributie. Het voorkomen van bederf en het maximaliseren van de kwaliteit van het schaarse voedsel was van vitaal belang voor de volksgezondheid en de economische stabiliteit onder oorlogsomstandigheden. Het document illustreert hoe TNO werd ingezet als strategisch instrument voor deze maatschappelijke en economische uitdagingen.