Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 364
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte doorslag of afschrift van een officieel verslag/memorandum.

Origineel

Getypte doorslag of afschrift van een officieel verslag/memorandum. A F S C H R I F T .

Werkzaamheden van het Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek (C.I.V.O.) te Utrecht.

Het C.I.V.O. is in 1940 opgericht door de Voedingsorganisatie T.N.O.. Het doel was hiermee in Nederland een centrum te stichten voor het doen van onderzoekingen betreffende de voeding van den mens. Daarbij is het de taak van het instituut onderzoekingen, die reeds elders op dit gebied plaats vinden zomogelijk te coördineren en te stimuleren.
Het personeel van het instituut bestaat thans uit:
directeur(bioloog)
biochemicus
chemicus
3 analysten
huishoudkundige
administratief-, technisch- en hulppersoneel.

Voorts zijn er 2 volontairs (arts en semi-arts) werkzaam.
Per 1 Juni a.s. wordt het personeel uitgebreid met een chemicus en een analyste.
Verder is een chemicus gedetacheerd bij het Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen.
Door werkloos personeel van het Koloniaal Etablissement te Amsterdam (een chemicus en een analyste) worden samen met een door het C.I.V.O. gesalarieerde chemicus van de Keuringsdienst van Waren te Amsterdam onderzoekingen voor het C.I.V.O. verricht.
Aangaande land- en tuinbouwproducten is of wordt over de volgende onderwerpen gewerkt :
1. Verteerbaarheid bij zuigelingen en jonge kinderen van zetmeel uit verschillende gewassen, dat op verschillende wijze bereid is.
2. Verteerbaarheid van carotine uit plantaardig materiaal door volwassenen en kinderen.
3. Invloed van het kunstmatig drogen op de voedingswaarde en enzymgehalte van granen.
4. Invloed van de huishoudelijke bereiding op het vitamine C gehal-te van groenten en aardappels.
5. Bereiding van vitamine houdende jam.
6. Verwerking van suikerbietenpulp in brood.
7. Biologische waarde bepaling van eiwit verkregen uit aardappel-vruchtwater.
8. Onderzoek naar het phasinegehalte en toxische werking van rauwe en gekookte bonen.
9. Voedingswaarde van brood gebakken uit verschillende melanges (chemisch en biologisch onderzoek).
10. Analyses van bewerkte en onbewerkte land- en tuinbouwproducten op verschillende voedingsstoffen. Deze worden veelal ingezonden door particulieren, fabrieken, enz..
11. In samenwerking met het Koloniaal Etablissement, de Keuringsdienst van Waren en het Nederlands Instituut voor Volksvoeding allen te Amsterdam, wordt gewerkt aan een voedingsmiddelentabel van Nederlandse voedingsmiddelen.
12. In verband met de bovengenoemde onderwerpen werden en worden analyse methodes bestudeerd en uitgewerkt.

De inkomsten van het Instituut worden verkregen uit Rijkssubsidie en uit betaalde werkzaamheden voor fabrieken.

De Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de vroege jaren van het Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek (C.I.V.O.) in Utrecht. Het instituut werd opgericht onder de vlag van TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) met een tweeledig doel: het uitvoeren van eigen voedingsonderzoek en het coördineren van bestaand onderzoek in Nederland.

Kernpunten uit de tekst:
* Organisatiestructuur: Het team is multidisciplinair, bestaande uit biologen, chemici, analisten en zelfs een huishoudkundige, wat wijst op een brede benadering van voedingsvraagstukken (van laboratorium tot keuken).
* Samenwerking: Er is sprake van uitgebreide samenwerking met andere instellingen zoals het Station voor Maalderij en Bakkerij in Wageningen, de Keuringsdienst van Waren en het Nederlands Instituut voor Volksvoeding.
* Onderzoeksfocus: De 12 genoemde onderzoekspunten tonen een sterke focus op praktische voedingsvraagstukken:
* Verteerbaarheid (vooral voor kwetsbare groepen zoals kinderen).
* Behoud van voedingsstoffen (zoals vitamine C) tijdens verwerking en bereiding.
* Efficiënt gebruik van grondstoffen (bijv. suikerbietenpulp in brood), wat cruciaal was in tijden van schaarste.
* Veiligheid (toxiciteit van bonen).
* De creatie van een nationale voedingsmiddelentabel. Het document moet worden geplaatst in de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, ademt de lijst met onderzoeksprojecten de sfeer van de oorlogseconomie en voedselschaarste. Projecten zoals "verwerking van suikerbietenpulp in brood" en het onderzoek naar de voedingswaarde van verschillende graanmelanges waren directe antwoorden op de dreigende voedseltekorten en de noodzaak om surrogaatproducten te vinden of restproducten nuttig te gebruiken.

De oprichting van het C.I.V.O. in 1940 was een belangrijke stap in de professionalisering van de voedingswetenschap in Nederland. Het instituut zou later uitgroeien tot een wereldwijd gerenommeerd onderzoekscentrum, dat tegenwoordig volledig is opgegaan in TNO (TNO Voeding). De vermelding van het "Koloniaal Etablissement" herinnert aan de banden met de toenmalige Nederlandse koloniën, waarbij expertise uit die regio werd ingezet voor binnenlandse voedingsvraagstukken.

Samenvatting

Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de vroege jaren van het Centraal Instituut voor Voedingsonderzoek (C.I.V.O.) in Utrecht. Het instituut werd opgericht onder de vlag van TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) met een tweeledig doel: het uitvoeren van eigen voedingsonderzoek en het coördineren van bestaand onderzoek in Nederland.

Kernpunten uit de tekst:
* Organisatiestructuur: Het team is multidisciplinair, bestaande uit biologen, chemici, analisten en zelfs een huishoudkundige, wat wijst op een brede benadering van voedingsvraagstukken (van laboratorium tot keuken).
* Samenwerking: Er is sprake van uitgebreide samenwerking met andere instellingen zoals het Station voor Maalderij en Bakkerij in Wageningen, de Keuringsdienst van Waren en het Nederlands Instituut voor Volksvoeding.
* Onderzoeksfocus: De 12 genoemde onderzoekspunten tonen een sterke focus op praktische voedingsvraagstukken:
* Verteerbaarheid (vooral voor kwetsbare groepen zoals kinderen).
* Behoud van voedingsstoffen (zoals vitamine C) tijdens verwerking en bereiding.
* Efficiënt gebruik van grondstoffen (bijv. suikerbietenpulp in brood), wat cruciaal was in tijden van schaarste.
* Veiligheid (toxiciteit van bonen).
* De creatie van een nationale voedingsmiddelentabel.

Historische Context

Het document moet worden geplaatst in de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, ademt de lijst met onderzoeksprojecten de sfeer van de oorlogseconomie en voedselschaarste. Projecten zoals "verwerking van suikerbietenpulp in brood" en het onderzoek naar de voedingswaarde van verschillende graanmelanges waren directe antwoorden op de dreigende voedseltekorten en de noodzaak om surrogaatproducten te vinden of restproducten nuttig te gebruiken.

De oprichting van het C.I.V.O. in 1940 was een belangrijke stap in de professionalisering van de voedingswetenschap in Nederland. Het instituut zou later uitgroeien tot een wereldwijd gerenommeerd onderzoekscentrum, dat tegenwoordig volledig is opgegaan in TNO (TNO Voeding). De vermelding van het "Koloniaal Etablissement" herinnert aan de banden met de toenmalige Nederlandse koloniën, waarbij expertise uit die regio werd ingezet voor binnenlandse voedingsvraagstukken.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6