Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 401
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie (doorslag).

27 december (jaar vermoedelijk 1935, gezien de referentie naar het Gemeenteblad 1935). Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie (doorslag). 27 december (jaar vermoedelijk 1935, gezien de referentie naar het Gemeenteblad 1935). Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam). 1 27 December 9
21/33/4 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

Wat het feit betreft, dat de "A.B.A." voor haar
vaartuigen het vastgestelde havengeld betaalt, dit geldt voor
alle gebruikers van de brandstoffenmarkten hier ter stede:
het havengeld wordt krachtens artikel 1 van de Verordening op
de heffing van het havengeld (Gemeenteblad 1935 afd. 3 volgno.
24) geheven voor het varen in of door of het verblijven in
het watergebied der Gemeente. De betaling van deze belasting
geeft niet het recht om ook in als markt aangewezen gemeente-
water te verblijven. Artikel 4 lid 3 der juist genoemde Ver-
ordening bepaalt dienaangaande, dat het havengeld, wanneer
dit volgens het tarief per kalenderjaar wordt voldaan, slechts
voor de helft verschuldigd is, wanneer het vaartuig hoofdza-
kelijk wordt gebruikt om ligplaats in te nemen in het als markt
aangewezen openbare gemeentewater, waarvoor marktgeld ver-
schuldigd is. Van deze mogelijkheid om verminderd havengeld
te betalen maakt de "A.B.A." geen gebruik, omdat zij het voor
haar zaken voordeeliger acht, niet het jaartarief doch het
weektarief te voldoen; dit is vanzelf sprekend haar goed
recht.

Zooals ik aan de "A.B.A." en ook aan Mr. Mulderije
reeds bij herhaling heb meegedeeld is op de brandstoffen-
markten het marktgeld verschuldigd "wegens het innemen van een
plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater"
(artikel 3 lid 1 der Verordening op de heffing van markt-,
standplaats- en ventgelden). Of de "A.B.A." dus op de brand-
stoffenmarkt Kostverlorenvaart, zooals Mr. Mulderije stelt met
bepaalde schuiten "uitsluitend ..... overslaghandelingen"
verricht, doet niets ter zake: indien een harer schuiten lig-
plaats inneemt in het water dezer markt, hetzij ledig, hetzij
geladen, dan is marktgeld verschuldigd. Deze gedragslijn wordt
steeds gevolgd en er bestaat geen enkele aanleiding daarbij
voor de "A.B.A." een uitzondering te maken. Op andere brand-
stoffenmarkten komt het voor, dat brandstoffen van dekschuiten
in pakhuizen of omgekeerd van pakhuizen in dekschuiten worden
"overgeslagen"; terzake wordt steeds marktgeld geheven. Dit
is geheel in overeenstemming met de bedoeling van de Verorde-
ning. Ten bewijze hiervan diene, dat voorheen (vóór 15 October
1934) op brandstoffenmarkten, krachtens artikel 2 der Verorde- * Juridische argumentatie: De kern van het document is een formeel-juridische weerlegging van een bezwaar of verzoek van de "A.B.A." (waarschijnlijk de Algemeene Brandstoffen Associatie). De schrijver legt het onderscheid uit tussen havengeld (voor het gebruik van gemeentelijk water in het algemeen) en marktgeld (voor het innemen van een specifieke ligplaats op een aangewezen markt).
* Tarieven: Er wordt verwezen naar een keuzemogelijkheid tussen een jaartarief (met korting bij marktgebruik) en een weektarief. De A.B.A. kiest voor het weektarief, wat volgens de schrijver hun recht is, maar geen recht geeft op verdere vrijstellingen.
* Overslag: De A.B.A. (vertegenwoordigd door Mr. Mulderije) probeert te beargumenteren dat voor "overslaghandelingen" (het overladen van goederen) geen marktgeld verschuldigd zou zijn. De schrijver wijst dit resoluut af: zodra een schip een ligplaats inneemt binnen de marktgrenzen, is marktgeld verschuldigd, ongeacht de aard van de werkzaamheden of de beladingstoestand van het schip.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke ambtelijke stijl (spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als "zooals", "vóór" en "dienaangaande". Dit document biedt inzicht in de Amsterdamse economische geschiedenis van de jaren '30. In deze periode was de handel in brandstoffen (met name steenkool) cruciaal voor de stad. De brandstoffenmarkten, zoals die aan de Kostverlorenvaart, waren belangrijke logistieke knooppunten waar brandstoffen per schip werden aangevoerd en verhandeld.

De brief illustreert de frictie tussen het bedrijfsleven (dat de exploitatiekosten laag wilde houden) en de gemeente (die de inkomsten uit belastingen en leges strikt reguleerde via verordeningen). De referentie naar de datum 15 oktober 1934 suggereert dat er rond die tijd een wijziging in de regelgeving heeft plaatsgevonden, waarover ten tijde van schrijven nog discussie bestond. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor de distributie en betaalbaarheid van essentiële goederen, waartoe brandstoffen voor verwarming ook werden gerekend.

Samenvatting

  • Juridische argumentatie: De kern van het document is een formeel-juridische weerlegging van een bezwaar of verzoek van de "A.B.A." (waarschijnlijk de Algemeene Brandstoffen Associatie). De schrijver legt het onderscheid uit tussen havengeld (voor het gebruik van gemeentelijk water in het algemeen) en marktgeld (voor het innemen van een specifieke ligplaats op een aangewezen markt).
  • Tarieven: Er wordt verwezen naar een keuzemogelijkheid tussen een jaartarief (met korting bij marktgebruik) en een weektarief. De A.B.A. kiest voor het weektarief, wat volgens de schrijver hun recht is, maar geen recht geeft op verdere vrijstellingen.
  • Overslag: De A.B.A. (vertegenwoordigd door Mr. Mulderije) probeert te beargumenteren dat voor "overslaghandelingen" (het overladen van goederen) geen marktgeld verschuldigd zou zijn. De schrijver wijst dit resoluut af: zodra een schip een ligplaats inneemt binnen de marktgrenzen, is marktgeld verschuldigd, ongeacht de aard van de werkzaamheden of de beladingstoestand van het schip.
  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke ambtelijke stijl (spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als "zooals", "vóór" en "dienaangaande".

Historische Context

Dit document biedt inzicht in de Amsterdamse economische geschiedenis van de jaren '30. In deze periode was de handel in brandstoffen (met name steenkool) cruciaal voor de stad. De brandstoffenmarkten, zoals die aan de Kostverlorenvaart, waren belangrijke logistieke knooppunten waar brandstoffen per schip werden aangevoerd en verhandeld.

De brief illustreert de frictie tussen het bedrijfsleven (dat de exploitatiekosten laag wilde houden) en de gemeente (die de inkomsten uit belastingen en leges strikt reguleerde via verordeningen). De referentie naar de datum 15 oktober 1934 suggereert dat er rond die tijd een wijziging in de regelgeving heeft plaatsgevonden, waarover ten tijde van schrijven nog discussie bestond. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor de distributie en betaalbaarheid van essentiële goederen, waartoe brandstoffen voor verwarming ook werden gerekend.

Locaties

Amsterdam (o.a. Kostverlorenvaart).

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6