Archief 745
Inventaris 745-360
Pagina 375
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Pagina uit een getypt verslag of beleidsvoorstel (pagina 3).

Origineel

Pagina uit een getypt verslag of beleidsvoorstel (pagina 3). 3.
Verslagen over deze proefnemingen werden uitgebracht aan
de Nederlandsch-Indische Regeering, aan de Directie van den
Landbouw, aan de N.V. Bananenmaatschappij, aan de Bananen Import
Maatschappij, terwijl van sommige proefnemingen verslagen versche-
nen in de vakbladen of afzonderlijke publicaties werden verspreid.

Alhoewel gewoekerd werd met de beschikbare middelen wat be-
treft geld en wetenschappelijke hulpkrachten, was het niet moge-
lijk alle problemen aan te vatten, die in de practijk rezen en
waarvan wij de oplossing van belang achten voor de ontwikkeling
der koeltechniek.
Het spreekt van zelf, dat volledige bevrediging in dit
opzicht nimmer verkregen kan worden, maar ongetwijfeld kan toch
meer worden gedaan, indien wij de beschikking hadden over inrich-
tingen, zooals deze voorkomen in Amerika, Engeland, Duitschland
etc..
Dit is ook noodzakelijk, tenzij wij in ons land willen blijven
parasiteeren op het onderzoek, dat elders geschiedt. Maar onze
producten zijn anders en wij stellen andere eischen dan in 't bui-
tenland. Het is dus wel zeer aan te bevelen, dat ook hier onder-
zoek plaats vindt. Wij meenen daarom, dat het van belang is, dat
te Wageningen een Instituutsgebouw wordt gesticht en dan onder
één dak wordt gebracht met het gebouw voor het Instituut voor On-
derzoek op het Gebied van Verwerking van Fruit en Groenten, dat
gelijke belangen heeft. Wij voegen hierbij een foto van het ontwerp
voor den bouw van deze inrichting.
Foto.*

Het Instituut kan door samenwerking met den Rijkstuinbouw-
consulent, belast met koelaangelegenheden en door de relaties,
die het onderhoud met diverse laboratoria in binnen- en buiten-
land, bovendien hiertoe in staat gesteld door een goede biblio-
theek, in vele opzichten voldoen aan vragen, die door de practijk
worden gesteld, terwijl het bereid is problemen in onderzoek te
nemen, indien hiervoor krachten en hulpmiddelen worden verstrekt.
1. Het zoeken naar den juisten plukdatum in verband met het na-
rijpen van peren.
2. Een onderzoek naar de nadeelige gevolgen van niet tijdig koe-
len, van verkeerd gebruik van de voorkoelruimte en van het
plotseling afkoelen van vruchten.
3. Het nagaan van de wijze, waarop men vruchten moet tempereeren,
zonder gevaar voor het condenseeren van water.
4. Het vaststellen van de meest gewenschte luchtvochtigheid voor
het inbrengen en voor het bewaren van verschillende produc-
ten bij stille en bewogen koeling.
5. Het onderzoeken van verschillende appeltypen op hun geschikt-
heid voor het bewaren.
6. De wijze, waarop men de aardappelen- en de uienbewaring kan
verbeteren.
7. Tenslotte mag nog genoemd worden het onderzoek naar de moge-
lijkheid van invriezen van verschillende soorten groenten en
fruit.
Wij volstaan met het noemen van deze onderwerpen, waaraan
wij nog meerdere kunnen toevoegen.

Conserveering

* De foto is aanwezig in het archief van de Organisatie T.N.O.. * Kernboodschap: De auteur betoogt dat Nederland niet langer afhankelijk kan zijn van buitenlands onderzoek naar koeltechniek ("parasiteeren"). Vanwege de specifieke aard van Nederlandse landbouwproducten is eigen onderzoek in Wageningen noodzakelijk.
* Wetenschappelijke ambities: Het document somt zeven concrete onderzoekspunten op die de brug slaan tussen fundamentele wetenschap en de "practijk". Dit varieert van fysiologisch onderzoek (plukdata en narijping) tot technische procesoptimalisatie (voorkoelen, luchtvochtigheid) en de introductie van nieuwe technieken zoals invriezen.
* Organisatie: Er wordt gepleit voor schaalvergroting en synergie door onderzoek naar koeling en verwerking onder één dak te brengen in Wageningen. De voetnoot onderstreept de nauwe band met de toen nog jonge T.N.O.-organisatie.
* Taalgebruik: Het gebruik van de spelling-Marchant (bijv. "zooals", "practijk", "nimmer") en de formele toon zijn kenmerkend voor ambtelijke en wetenschappelijke rapportages uit het interbellum. Dit document markeert een kantelpunt in de Nederlandse landbouwgeschiedenis: de professionalisering en verwetenschappelijking van de bewaringstechnologie. In de jaren '30 nam de export van fruit en groenten toe, evenals de import vanuit de koloniën (zoals bananen uit Nederlands-Indië), waardoor de beheersing van de koudeketen van cruciaal economisch belang werd.

Het pleidooi voor een gecentraliseerd instituut in Wageningen leidde uiteindelijk tot de oprichting van het Sprenger Instituut (later onderdeel van Wageningen University & Research). De genoemde samenwerking met T.N.O. laat zien hoe de overheid na de crisis van de jaren '30 zwaar inzette op toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek om de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw en handel te versterken. De vermelding van "invriezen" als laatste punt in de lijst getuigt van een vooruitziende blik; deze techniek zou na de Tweede Wereldoorlog een enorme vlucht nemen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De auteur betoogt dat Nederland niet langer afhankelijk kan zijn van buitenlands onderzoek naar koeltechniek ("parasiteeren"). Vanwege de specifieke aard van Nederlandse landbouwproducten is eigen onderzoek in Wageningen noodzakelijk.
  • Wetenschappelijke ambities: Het document somt zeven concrete onderzoekspunten op die de brug slaan tussen fundamentele wetenschap en de "practijk". Dit varieert van fysiologisch onderzoek (plukdata en narijping) tot technische procesoptimalisatie (voorkoelen, luchtvochtigheid) en de introductie van nieuwe technieken zoals invriezen.
  • Organisatie: Er wordt gepleit voor schaalvergroting en synergie door onderzoek naar koeling en verwerking onder één dak te brengen in Wageningen. De voetnoot onderstreept de nauwe band met de toen nog jonge T.N.O.-organisatie.
  • Taalgebruik: Het gebruik van de spelling-Marchant (bijv. "zooals", "practijk", "nimmer") en de formele toon zijn kenmerkend voor ambtelijke en wetenschappelijke rapportages uit het interbellum.

Historische Context

Dit document markeert een kantelpunt in de Nederlandse landbouwgeschiedenis: de professionalisering en verwetenschappelijking van de bewaringstechnologie. In de jaren '30 nam de export van fruit en groenten toe, evenals de import vanuit de koloniën (zoals bananen uit Nederlands-Indië), waardoor de beheersing van de koudeketen van cruciaal economisch belang werd.

Het pleidooi voor een gecentraliseerd instituut in Wageningen leidde uiteindelijk tot de oprichting van het Sprenger Instituut (later onderdeel van Wageningen University & Research). De genoemde samenwerking met T.N.O. laat zien hoe de overheid na de crisis van de jaren '30 zwaar inzette op toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek om de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw en handel te versterken. De vermelding van "invriezen" als laatste punt in de lijst getuigt van een vooruitziende blik; deze techniek zou na de Tweede Wereldoorlog een enorme vlucht nemen.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Jansen Nieuwmarkt 469.77
A. Jansen 6.13
Andere knol- en wortelgewassen
C. Gottmann 24.73
76 jaar) 110
76 jaar) 236
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
Cel No. nuttige inhoud ...... M$^3$. spek of varkensvl.
C. Dienst 1.29
De Olmenhorst
F. Barends 2.42
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6