Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 8 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van een marktwezen of gemeentelijke instantie). Den Heer N. Eigenhuis, Seringenstraat 9, Aalsmeer. [Rechtsboven handgeschreven:] G. Küffler [?]
[Daaronder een rond paars stempel met de letters 'VK']
VP/G.
22/2/2 M
8 Februari 1939.
den Heer N. Eigenhuis,
Seringenstraat 9,
A a l s m e e r.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 Januari jl.
bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek om U kwyt-
schelding van betaling van voor Uw lichter "Jacoba" aan de
Boom- en Bloemmarkt verschuldigd marktgeld te verleenen,
niet voor inwilliging in aanmerking kan komen, omdat Uw
lichter ook na de bedoelde vorstperiode aan de bedoelde
markt is gebleven en zich momenteel nog aldaar bevindt. Uw
schuld bedraagt tot heden ƒ 5,25; ik maan U aan dit bedrag
thans per omgaande te betalen.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke afwijzing van een verzoek tot kwijtschelding van havengeld of marktgeld. De heer N. Eigenhuis uit Aalsmeer had verzocht om niet te hoeven betalen voor de ligplaats van zijn lichter (een type vrachtschip) genaamd "Jacoba".
Uit de tekst valt op te maken dat de aanvrager waarschijnlijk aanvoerde dat het schip tijdens een vorstperiode niet kon varen en daarom ongewild aan de markt bleef liggen. De directeur wijst dit verzoek echter resoluut af met het argument dat het schip ook na het intreden van de dooi is blijven liggen en op het moment van schrijven nog steeds aanwezig is. De toon van de brief is formeel en dwingend ("ik maan U aan"), waarbij het woord 'niet' is onderstreept om de definitieve aard van de beslissing te benadrukken. Het openstaande bedrag bedraagt 5,25 gulden. Het document dateert van februari 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30 en de politieke spanningen in Europa toenamen. Aalsmeer was (en is) het centrum van de bloemenhandel. Een "lichter" was in die tijd een essentieel transportmiddel voor het vervoer van bomen, planten en bloemen over de Westeinderplassen en de omliggende kanalen.
De "Boom- en Bloemmarkt" verwijst naar de specifieke handelsplaats waarvoor marktgeld verschuldigd was. Vorstperiodes waren voor schippers een riskante tijd; als de kanalen dichtvroren, lag de handel stil maar liepen de kosten (zoals liggelden) vaak door. Dit document illustreert de strikte bureaucratische handhaving van regels omtrent deze gelden, zelfs in tijden van overmacht door weersomstandigheden.