Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 28 november 1938. De Wethouder voor de Levensmiddelen (F. van Meurs). De Wethouder voor de Publieke Werken. No.64/26 P.W.1937
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.L.M.
No.733 - 1937 Amsterdam, 28 November 1938.
In aansluiting aan Uw kantschrijven van 6
October jl. No.64/26 P.W.1937, verzoek ik U beleefd
den Directeur van Uw Dienst opdracht te willen
geven in overleg met den Directeur van het Markt-
wezen het in voornoemde kantschrijven bedoelde
houten loodsje op het Amsteveld ~~xxx~~ te doen verwij-
deren, en wel voor rekening van den Dienst van het
Marktwezen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
w.g.F.van Meurs,
Aan den Heer Wethouder voor
de Publieke Werken, * Onderwerp: De verwijdering van een houten loodsje op het Amsteveld te Amsterdam.
* Inhoud: Wethouder Van Meurs reageert op een eerdere correspondentie ("kantschrijven") van ruim een jaar daarvoor. Hij verzoekt de Wethouder van Publieke Werken om actie te ondernemen. Opvallend is de administratieve precisie: er wordt expliciet vermeld dat de kosten ("voor rekening van") gedragen moeten worden door de Dienst van het Marktwezen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl (bijv. "den Directeur", "voornoemde"). Er is een kleine doorhaling zichtbaar (xxx) achter "Amsteveld", waarschijnlijk een typefout die direct is gecorrigeerd.
* Ondertekening: De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een officieel afschrift of een doorgeslagen kopie is van het originele, handgetekende document. Het document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de Amsterdamse stadsadministratie zeer strak georganiseerd was. Het Amstelveld (hier gespeld als Amsteveld) was van oudsher een plek voor markten en openbare voorzieningen. De betrokkenheid van de Dienst van het Marktwezen bevestigt dit markt-gerelateerde gebruik.
De ondertekenaar, F. (Florentinus) van Meurs (1889-1961), was een SDAP-wethouder in Amsterdam. Zijn portefeuille was opmerkelijk breed en specifiek voor die tijd: niet alleen Levensmiddelen (belangrijk voor de voedselvoorziening in crisistijd), maar ook de hygiënische voorzieningen zoals bad- en zweminrichtingen, wat destijds een cruciale publieke taak was aangezien veel woningen nog geen eigen badkamer hadden. Het document illustreert de bureaucratische afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten over relatief kleine infrastructurele zaken.