Getypte brief (doorslag of officieel schrijven).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel schrijven). 30 januari 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Directeur der Publieke Werken, Grondbedrijf, Afd. Rentegevende eigendommen, Raadhuis, Alhier. [Handgeschreven aantekening rechtsboven: de Rijker (?)]
den Heer Directeur der
Publieke Werken,
Grondbedrijf, Afd. Rentegevende
Raadhuis, eigendommen,
A l h i e r .
70/5/2 M. 1 30 Januari 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te zenden van
een brief d.d. 29 Januari jl. van de N.V. Bouwmaterialenhandel v.h.
S. van der Meer. Aangezien de verhuring van het onderhavige terrein
door Uwen dienst moet geschieden, verzoek ik U beleefd de verdere
behandeling van deze aangelegenheid te willen overnemen.
De Directeur, Deze korte ambtelijke brief dient als geleidebrief voor een bijlage (een afschrift van een brief van een extern bedrijf). De kern van het bericht is de formele overdracht van een dossier tussen twee gemeentelijke instanties. Omdat het gaat om de verhuur van een terrein, stelt de afzender dat dit onder de bevoegdheid van de Dienst Publieke Werken valt, specifiek de afdeling 'Grondbedrijf, Afd. Rentegevende eigendommen'.
De schrijfstijl is uiterst formeel en typerend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode, met archaïsche beleefdheidsvormen zoals "heb ik de eer" en "Uwen dienst". Het gebruik van afkortingen als "d.d." (de dato), "jl." (jongstleden) en "v.h." (voorheen) is standaard in dergelijke correspondentie. Het document dateert van 30 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleef het civiele en gemeentelijke apparaat grotendeels functioneren volgens de bestaande administratieve structuren. Deze brief is een voorbeeld van de dagelijkse, routineuze administratie van een grote gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, Rotterdam of Den Haag gezien de structuur van het 'Grondbedrijf').
De genoemde "N.V. Bouwmaterialenhandel v.h. S. van der Meer" was een marktpartij die kennelijk een terrein van de gemeente wilde huren of daarover vragen had gesteld. De brief illustreert de strikte scheiding van taken binnen de gemeentelijke diensten; zodra een zaak een specifieke afdeling aanging (in dit geval vastgoedbeheer/verhuur), werd het dossier direct doorgezet naar de bevoegde directeur.