Handgeschreven ambtelijke mededeling/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke mededeling/notitie. 30 januari 1941. 30/1/41 188
A'dam 30/1 '41
v/d Meer [onderstreept]
70/3/317 [in rood]
Naar aanleiding
van uw brief dd. 28
Januari jl. bericht ik U,
dat ik de onderhavige
aangelegenheid ter behan-
deling heb doorgegeven aan
het Grondbedrijf van
Publieke Werken, afd
Rentegewende eigendommen,
welke afdeling zich ter zake
nader met U in verbinding zal
stellen. Het document is een formeel bericht van ontvangst en doorverwijzing. De afzender (vermoedelijk een ambtenaar genaamd Van der Meer) reageert op een schrijven van de geadresseerde van twee dagen eerder (28 januari 1941). De kern van de boodschap is dat de zaak is overgedragen aan een specifieke gemeentelijke instantie: het Grondbedrijf van Publieke Werken, afdeling Rentegewende eigendommen. Deze afdeling hield zich bezig met het beheer en de exploitatie van onroerend goed en gronden die eigendom waren van de gemeente Amsterdam. De toon is zakelijk en ambtelijk ("onderhavige aangelegenheid", "ter zake nader in verbinding"). Dit briefje is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 was het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam nog grotendeels intact, al stonden deze onder toenemende druk van de bezetter. Het 'Grondbedrijf' speelde een cruciale rol in de ruimtelijke ordening en het beheer van de stad. De term 'Rentegewende eigendommen' duidt op panden of gronden die door de gemeente werden verhuurd of gepacht om inkomsten te genereren. In deze periode begon de administratie van vastgoed ook vaker verbonden te raken met de anti-Joodse maatregelen (zoals de registratie van Joods onroerend goed), hoewel dit specifieke document een reguliere administratieve handeling lijkt te betreffen. De rode cijfers bovenaan zijn typisch voor een archiefregistratiesysteem uit die tijd. Gemeente Amsterdam Publieke Werken
Samenvatting
Het document is een formeel bericht van ontvangst en doorverwijzing. De afzender (vermoedelijk een ambtenaar genaamd Van der Meer) reageert op een schrijven van de geadresseerde van twee dagen eerder (28 januari 1941). De kern van de boodschap is dat de zaak is overgedragen aan een specifieke gemeentelijke instantie: het Grondbedrijf van Publieke Werken, afdeling Rentegewende eigendommen. Deze afdeling hield zich bezig met het beheer en de exploitatie van onroerend goed en gronden die eigendom waren van de gemeente Amsterdam. De toon is zakelijk en ambtelijk ("onderhavige aangelegenheid", "ter zake nader in verbinding").
Historische Context
Dit briefje is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 was het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam nog grotendeels intact, al stonden deze onder toenemende druk van de bezetter. Het 'Grondbedrijf' speelde een cruciale rol in de ruimtelijke ordening en het beheer van de stad. De term 'Rentegewende eigendommen' duidt op panden of gronden die door de gemeente werden verhuurd of gepacht om inkomsten te genereren. In deze periode begon de administratie van vastgoed ook vaker verbonden te raken met de anti-Joodse maatregelen (zoals de registratie van Joods onroerend goed), hoewel dit specifieke document een reguliere administratieve handeling lijkt te betreffen. De rode cijfers bovenaan zijn typisch voor een archiefregistratiesysteem uit die tijd.