Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 20 februari 1939 Jacob Bunbel, geïnterneerd in het Duitsche Vluchtelingenkamp, Hoek van Holland. Onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke instantie in Amsterdam (gezien de referentie naar het Amstelveld). [Stempel linksboven:]
Nº 24 / 4 / I.I. 1939 2/2
[Handgeschreven in cirkel linksboven:]
gebruikt 1/3
Postz. in f 0,04
[Rechtsboven:]
A’dam, den 20. 2. 39.
ni Insp
Wel Edele Heer
In verband met mijn interneering
in het Duitsche - Vluchtelingen Kamp a. d.
Hoek v. Holland verzoekt ik.
U beleefd mij zoo spoedig mogelijk
een bewijs te zenden, dat ik op het
[In de marge:] (bestaan niet!)
Amstelveld een vaste plaats heb en ook hoe
lang ik daar reeds deze plaats bezet.
Ik heb dit noodig omdat daarvan
mijn ontslag uit het kamp hier afhankelijk
is.
U bij voorbaat beleefd dankend
teeken ik
Hoogachtend
Jacob Bunbel
Hoek v. Holland
Kamp D. V. K.
Barakke. III.
[Rechtsonder in potlood:] 24 De schrijver, Jacob Bunbel, bevindt zich in een precaire situatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hij is een Duitse vluchteling (waarschijnlijk Joods, gezien de tijdsperiode en de aard van de kampen) die is geïnterneerd in het vluchtelingenkamp in Hoek van Holland.
Hij probeert zijn vrijlating te bewerkstelligen door aan te tonen dat hij een legaal middel van bestaan heeft in Amsterdam, namelijk een vaste staanplaats op de markt op het Amstelveld. De brief bevat echter een veelzeggende kanttekening in de marge, geschreven door een ambtenaar: "(bestaan niet!)". Dit suggereert dat de bewering van Bunbel werd gecontroleerd en onjuist bleek, wat zijn kansen op vrijlating waarschijnlijk tenietdeed. De taal is formeel, hoewel er een grammaticale fout in de eerste alinea staat ("verzoekt ik"). In de jaren dertig, na de machtsovername door de Nazi's in 1933, vluchtten tienduizenden Joden uit Duitsland naar Nederland. De Nederlandse regering voerde een restrictief beleid. Vluchtelingen werden vaak ondergebracht in centrale kampen. Het "Duitsche Vluchtelingenkamp" in Hoek van Holland was een van de locaties waar zij werden opgevangen/vastgehouden voordat in oktober 1939 Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork werd geopend.
Om uit dergelijke kampen te mogen vertrekken en zich in de samenleving te vestigen, moesten vluchtelingen vaak aantonen dat ze over voldoende middelen van bestaan beschikten of een gegarandeerde werkplek hadden. Deze brief is een directe illustratie van de wanhopige pogingen van vluchtelingen om aan de internering te ontsnappen en een legaal verblijf in Nederland te waarborgen.