Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 174
Dossier 83
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

1 juli 1941. Van: De Commissaris van Politie (namens de Hoofdcommissaris), H. Holsbergen. Aan: Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 1 juli 1941. De Commissaris van Politie (namens de Hoofdcommissaris), H. Holsbergen. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Afbeelding: Wapen van Amsterdam met drie kruizen]

HOOFDBUREAU VAN POLITIE

Amsterdam-C., 1 Juli 1941.

Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.

Dict.Ebb./Vr.
Lr.S.No.7749/1941.

[Stempel in blauw/paars:] No 72/8/3 M.1941 [handgeschreven toevoeging:] 4 M.J. Dri... [onleesbaar]

Hiermede bericht ik U, dat in de maand Mei 1941 13 processen-verbaal terzake de Ventverordening werden opgemaakt.

Coll.: [handgeschreven paraaf: ebb.] / h

DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie

[handgeschreven signatuur: H. Holsbergen]

H. Holsbergen

Aan:
den Heer Directeur van het Marktwezen
te : AMSTERDAM.

M 72 - 5000-12-12-40

[handgeschreven rechtsonder:] 72 Dit document is een kort, zakelijk schrijven van het Amsterdams politiehoofdbureau aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is puur statistisch: in de maand mei 1941 zijn er 13 processen-verbaal opgemaakt wegens overtreding van de Ventverordening.

De brief is ondertekend door H. Holsbergen, een commissaris van politie die belast was met administratieve taken, handelend in naam van de hoofdcommissaris. De diverse stempels en referentienummers (zoals "Dict.Ebb./Vr." en het grote blauwe nummerbovenin) duiden op een strikte bureaucratische verwerking binnen het politieapparaat. De vermelding "Coll." (collatum) met paraaf geeft aan dat de brief is gecontroleerd tegen het concept of de brongegevens. Dit document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de historische context van belang:

  1. De Ventverordening: Deze gemeentelijke verordening regelde de straathandel (venten). Tijdens de bezetting kreeg deze regelgeving een extra lading. De bezetter en de collaborerende overheid gebruikten dergelijke verordeningen steeds vaker om grip te krijgen op de economie, de distributie van goederen (vanwege schaarste en rantsoenering) en om specifieke groepen, met name Joodse Amsterdammers, uit te sluiten van economische activiteiten.
  2. Het Politieapparaat: Het Hoofdbureau van Politie aan de Elandsgracht bleef tijdens de oorlog functioneren, maar kwam onder steeds grotere invloed van de Duitse bezettingsautoriteiten te staan.
  3. Marktwezen: De afdeling Marktwezen was verantwoordelijk voor de marktindeling en vergunningen. De afstemming tussen politie (handhaving) en Marktwezen (beheer) was essentieel voor de controle op de stadse economie.

Het lage aantal van 13 processen-verbaal voor een hele maand in een grote stad als Amsterdam kan wijzen op een relatief hoge mate van naleving, of wellicht een prioriteitstelling van de politie bij andere zaken in die periode.

Samenvatting

Dit document is een kort, zakelijk schrijven van het Amsterdams politiehoofdbureau aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is puur statistisch: in de maand mei 1941 zijn er 13 processen-verbaal opgemaakt wegens overtreding van de Ventverordening.

De brief is ondertekend door H. Holsbergen, een commissaris van politie die belast was met administratieve taken, handelend in naam van de hoofdcommissaris. De diverse stempels en referentienummers (zoals "Dict.Ebb./Vr." en het grote blauwe nummerbovenin) duiden op een strikte bureaucratische verwerking binnen het politieapparaat. De vermelding "Coll." (collatum) met paraaf geeft aan dat de brief is gecontroleerd tegen het concept of de brongegevens.

Historische Context

Dit document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de historische context van belang:

  1. De Ventverordening: Deze gemeentelijke verordening regelde de straathandel (venten). Tijdens de bezetting kreeg deze regelgeving een extra lading. De bezetter en de collaborerende overheid gebruikten dergelijke verordeningen steeds vaker om grip te krijgen op de economie, de distributie van goederen (vanwege schaarste en rantsoenering) en om specifieke groepen, met name Joodse Amsterdammers, uit te sluiten van economische activiteiten.
  2. Het Politieapparaat: Het Hoofdbureau van Politie aan de Elandsgracht bleef tijdens de oorlog functioneren, maar kwam onder steeds grotere invloed van de Duitse bezettingsautoriteiten te staan.
  3. Marktwezen: De afdeling Marktwezen was verantwoordelijk voor de marktindeling en vergunningen. De afstemming tussen politie (handhaving) en Marktwezen (beheer) was essentieel voor de controle op de stadse economie.

Het lage aantal van 13 processen-verbaal voor een hele maand in een grote stad als Amsterdam kan wijzen op een relatief hoge mate van naleving, of wellicht een prioriteitstelling van de politie bij andere zaken in die periode.

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →