Ambtsverslag / Rapport van het Marktwezen.
Origineel
Ambtsverslag / Rapport van het Marktwezen. Opgesteld op 29 april 1941, met latere aantekeningen tot 15 mei 1941. Controleur v.a. Lengelen. De Inspecteur van het Marktwezen. No 72/12/2 M. 1941 29/4
Inschrijven [?]
Hhr. Inspecteurs.
Marktwezen
Rapport
In aansluiting op mijn vorig rapport, deel ik
u mede alsdat de standplaatshouder J. Buijs
standplaatshoudende: Jozef Israëlskade hoek
v Woustraat. Vrijdag den 25 April wederom de geh dag
niet op zijn standplaats is geweest, doch zijn verhuur-
jongen daar weder bij had gezet.
Verzoeke maatregelen te overwegen.
De Controleur
v. a. Lengelen
form.
29/4. '41
[Aantekening rechterzijde:]
nogmaals oproepen
2-5-'41
de Heer
p/v 9 ½ uur
J. Buijs, Keizersstraat 105 II
[Aantekening in rood:]
Komt 12 of 14 mei a.s.
Ph.
[Onderste tekstblok:]
Het aan B. W. verzoeken zich gedurende de ure-
dat hij naar de veiling moet te mogen laten
vervangen door zijn echtgenoote.
Had toestemming om zich door zoon
te mogen laten vervang. Deze is thans
werkzaam in Frankrijk.
Opberg 14-5-41 de Heer [...] 15/5-'41 * Onderwerp: Handhaving van de persoonlijke aanwezigheidsplicht op Amsterdamse markten. Standplaatshouder J. Buijs is op 25 april 1941 de gehele dag afwezig geweest en heeft zijn kraam laten beheren door een niet-geautoriseerde "verhuurjongen".
* Administratieve gang van zaken: Na de rapportage op 29 april volgt een oproep voor een gesprek op 2 mei. De betrokkene verschijnt rond 12 of 14 mei (zoals genoteerd in rood). Het dossier wordt op 15 mei afgehandeld en gearchiveerd ("Opberg").
* Verzoek van de betrokkene: Buijs verzoekt om officiële toestemming van Burgemeester en Wethouders (B.W.) om zich tijdens veilinguren te laten vervangen door zijn echtgenote. Hij had eerder toestemming om zich door zijn zoon te laten vervangen, maar deze is niet langer beschikbaar.
* Interessant detail: In de kantlijn en onderaan is te zien hoe de ambtelijke molen werkt; diverse handen hebben aantekeningen gemaakt over de voortgang van de zaak. Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1941). De Amsterdamse marktregulering was streng: standplaatshouders moesten in principe zelf aanwezig zijn om misbruik en onderverhuur te voorkomen.
De opmerking dat de zoon van Buijs "thans werkzaam in Frankrijk" is, is historisch relevant. Hoewel de grootschalige gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz) later begon, waren er in 1941 al veel Nederlandse mannen die buiten de landsgrenzen werkten, soms vrijwillig wegens werkloosheid, soms als gevolg van eerdere mobilisatie of vroege vormen van arbeidsinzet in bezet gebied. Dit document illustreert hoe de oorlogsomstandigheden direct invloed hadden op het dagelijks economisch leven en de kleinschalige handel in Amsterdam.