Archiefkaart / Ambtelijke notitie (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Archiefkaart / Ambtelijke notitie (Algemene Zaken Model No. 14). [Linksboven, voorgedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/23/1 1941
DOORGEZONDEN: 20/5 - '41.
[Rechtsboven, handgeschreven]
Ventverg. A-176.
1940 - 1941 niet betaald
[Centrale tekst, handgeschreven]
Berichten, dat de ventvergunning niet
behoeft te worden verlengd en ook geen
ventgelden verschuldigd zijn zoolang van deze
vergunning geen gebruik kan of mag worden
gemaakt. F. Betreffende de gespaarde gelden
bij M I dient hij zich met dit bureau
in verbinding te stellen.
[Datumstempel]
20 MEI 1941
[Onderaan, handgeschreven]
F Het recht op de vergunning vervalt om deze
reden niet.
[Linksonder, voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve instructie met betrekking tot een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen) tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de boodschap is dat de houder van de vergunning (geïdentificeerd met nummer A-176) over de periode 1940-1941 geen staangeld of leges hoeft te betalen, omdat er geen gebruik kon of mocht worden gemaakt van de vergunning.
Belangrijk is de expliciete vermelding dat de vergunninghouder hiermee zijn recht op de vergunning voor de toekomst niet verliest. Verder wordt er verwezen naar "gespaarde gelden bij M I". De afkorting "M I" staat in deze context vaak voor de afdeling 'Marktwezen I' of een specifieke sociale kas. De houder moet voor de afwikkeling van dat spaargeld contact opnemen met het bureau. De datum, 20 mei 1941, is zeer relevant. In deze periode van de bezetting werden steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan specifieke groepen burgers, met name Joodse Nederlanders. Velen van hen waren werkzaam als straatventer. Vanaf begin 1941 werden Joden stelselmatig uitgesloten van diverse beroepen en publieke markten.
Dit document lijkt een formele afhandeling van een situatie waarbij een ondernemer gedwongen was te stoppen met werken (door verbodsbepalingen of materiaaltekorten in oorlogstijd). De ambtelijke toon is neutraal, maar de aantekening "1940-1941 niet betaald" suggereert een achterstand die hierbij formeel wordt kwijtgescholden of gepauzeerd zonder dat de betrokkene zijn vergunning definitief kwijtraakt. In de context van de Holocaust werden dergelijke administraties vaak gebruikt om de status van Joodse ondernemers bij te houden die niet meer mochten venten.