Voorblad of titelpagina van een administratief dossier/overzicht.
Origineel
Voorblad of titelpagina van een administratief dossier/overzicht. 1941 (betreft de periode 1 maart 1941 – 1 juni 1941). [Rechtsboven, handgeschreven in rood]:
Dir [?]
Mr. Hartoghs [?]
[Linksboven, getypt]:
No. 56 L.M. 1941
[Midden, getypt met spatiering]:
O v e r z i c h t
V e n t v e r g u n n i n g e n
[Midden, getypt]:
(toestand 1 Maart 1941 - 1 Juni 1941)
[Onderaan midden, handgeschreven paraaf]:
m Dit document dient als de omslag of titelpagina voor een administratief overzicht van ventvergunningen (vergunningen voor straathandel). De periode die gedekt wordt, beslaat drie maanden in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland.
De aanduiding "No. 56 L.M. 1941" verwijst naar een specifiek archief- of dossiernummer, waarbij "L.M." mogelijk staat voor een specifieke afdeling binnen een gemeentelijke of provinciale administratie. De handgeschreven namen in de rechterbovenhoek wijzen op de ambtenaren die het dossier onder zich hadden of hebben gecontroleerd. De spatiering in de woorden "Overzicht" en "Ventvergunningen" was een gebruikelijke typografische methode om titels te benadrukken op een typemachine. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de Nederlandse civiele administratie onder Duits toezicht functioneren. De regulering van economische activiteiten, zoals straathandel (venten), was strikt.
In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds systematischer uitgevoerd. Ventvergunningen werden in deze periode vaak gebruikt als instrument voor uitsluiting; Joodse handelaren kregen te maken met het intrekken of weigeren van dergelijke vergunningen als onderdeel van de economische 'Arisering' en de algemene uitsluiting van Joden uit het openbare leven. Een overzicht uit de periode maart-juni 1941 is daarom historisch significant, omdat het de administratieve vastlegging weerspiegelt van wie er op dat moment nog legaal handel mocht drijven op straat.
Samenvatting
Dit document dient als de omslag of titelpagina voor een administratief overzicht van ventvergunningen (vergunningen voor straathandel). De periode die gedekt wordt, beslaat drie maanden in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland.
De aanduiding "No. 56 L.M. 1941" verwijst naar een specifiek archief- of dossiernummer, waarbij "L.M." mogelijk staat voor een specifieke afdeling binnen een gemeentelijke of provinciale administratie. De handgeschreven namen in de rechterbovenhoek wijzen op de ambtenaren die het dossier onder zich hadden of hebben gecontroleerd. De spatiering in de woorden "Overzicht" en "Ventvergunningen" was een gebruikelijke typografische methode om titels te benadrukken op een typemachine.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de Nederlandse civiele administratie onder Duits toezicht functioneren. De regulering van economische activiteiten, zoals straathandel (venten), was strikt.
In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds systematischer uitgevoerd. Ventvergunningen werden in deze periode vaak gebruikt als instrument voor uitsluiting; Joodse handelaren kregen te maken met het intrekken of weigeren van dergelijke vergunningen als onderdeel van de economische 'Arisering' en de algemene uitsluiting van Joden uit het openbare leven. Een overzicht uit de periode maart-juni 1941 is daarom historisch significant, omdat het de administratieve vastlegging weerspiegelt van wie er op dat moment nog legaal handel mocht drijven op straat.