Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 30 mei 1941. C. J. Suurenbroek, Bentinckstraat 71 hs, Amsterdam (West). No 72/32/1 M. 1941 5/6
Amsterdam 30 Mei 1941
Mijnheer
Hierbij verzoekt ondergetekende C. J. Suurenbroek
enige tolerantie wat betreft het betalen van zijn
ventvergunning (Serie 3 No. 175)
Daar ik heden in het huwelijk ben getreden en al
4 weken voor mijn schoonmoeder heeft moeten zorgen
zou ik graag willen dat U mij uitstel wilden verleenen
voor het betalen van mijn ventvergunning tot uiterlijk
eind Juli.
Van U een gunstig antwoord te mogen ontvangen
verblijf ik
Hoogachtend.
Uw. dw. dn.
C. J. Suurenbroek.
Bentinckstraat 71 hs
Amsterdam
(West) In deze brief verzoekt de heer C.J. Suurenbroek om uitstel van betaling voor zijn 'ventvergunning'. Een ventvergunning was in die tijd noodzakelijk voor straathandelaren (bijvoorbeeld met een handkar of aan de deur).
De brief is opmerkelijk direct: Suurenbroek schrijft op de dag dat hij in het huwelijk is getreden ("heden") naar de instanties. Hij voert twee redenen aan voor zijn financiële krapte:
1. Huwelijkskosten: Hij is die dag getrouwd.
2. Zorgtaken: Hij heeft de afgelopen vier weken de zorg voor zijn schoonmoeder op zich moeten nemen (wat waarschijnlijk gepaard ging met extra kosten of minder inkomsten).
Hij vraagt om een uitstel van ongeveer twee maanden (tot eind juli). De toon is zeer formeel en beleefd, getuige de afsluiting "Uw. dw. dn." (Uw dienstvaardige dienaar). Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een persoonlijke, economische noodkreet is, weerspiegelt het de moeilijke omstandigheden van de Amsterdamse beroepsbevolking tijdens de oorlog. Voor kleine zelfstandigen en straatventers waren de leges voor vergunningen een zware last. De Bentinckstraat ligt in de Staatsliedenbuurt, een typische volksbuurt in Amsterdam-West waar in die tijd veel kleine neringdoenden woonden.
Dergelijke verzoeken werden doorgaans gericht aan de sectie Marktwezen van de gemeente of de plaatselijke politiecommissaris die over de vergunningverlening ging. Het stempel "M. 1941" duidt waarschijnlijk op een registratie in het 'Memorandum' of 'Ingekomen stukken' register van die specifieke afdeling. C.J. Suurenbroek J. Suurenbroek Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de heer C.J. Suurenbroek om uitstel van betaling voor zijn 'ventvergunning'. Een ventvergunning was in die tijd noodzakelijk voor straathandelaren (bijvoorbeeld met een handkar of aan de deur).
De brief is opmerkelijk direct: Suurenbroek schrijft op de dag dat hij in het huwelijk is getreden ("heden") naar de instanties. Hij voert twee redenen aan voor zijn financiële krapte:
1. Huwelijkskosten: Hij is die dag getrouwd.
2. Zorgtaken: Hij heeft de afgelopen vier weken de zorg voor zijn schoonmoeder op zich moeten nemen (wat waarschijnlijk gepaard ging met extra kosten of minder inkomsten).
Hij vraagt om een uitstel van ongeveer twee maanden (tot eind juli). De toon is zeer formeel en beleefd, getuige de afsluiting "Uw. dw. dn." (Uw dienstvaardige dienaar).
Historische Context
Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een persoonlijke, economische noodkreet is, weerspiegelt het de moeilijke omstandigheden van de Amsterdamse beroepsbevolking tijdens de oorlog. Voor kleine zelfstandigen en straatventers waren de leges voor vergunningen een zware last. De Bentinckstraat ligt in de Staatsliedenbuurt, een typische volksbuurt in Amsterdam-West waar in die tijd veel kleine neringdoenden woonden.
Dergelijke verzoeken werden doorgaans gericht aan de sectie Marktwezen van de gemeente of de plaatselijke politiecommissaris die over de vergunningverlening ging. Het stempel "M. 1941" duidt waarschijnlijk op een registratie in het 'Memorandum' of 'Ingekomen stukken' register van die specifieke afdeling.