Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 269
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

4 juni 1941 Van: M. Cohen de Lara, Blasiusstraat 117, Amsterdam (Oost)

Origineel

4 juni 1941 M. Cohen de Lara, Blasiusstraat 117, Amsterdam (Oost) [Linksboven in paarse inkt:] № 72/36/1 M. 1941 5/6
[Rechtsboven:] Amsterdam 4. 6. 1941
[In potlood eronder:] m. Insp.

Waarde Heer en Direkteur

Langs deze weg doe Ik mij met een verzoek tot
U wenden om mij te assisteeren in mijn brood
winning. Ik doe U dan meededeelen dat Ik
zeer zwaar gehinderd wordt door een persoon
genaamdt Jozef. Vischjager. En dat U op de
voorgrond melde dat Ik een Staanplaats heeft
in de Blasiusstraat voor perceel 133 en nu wordt
Ik zeer lastig gevallen door deze persoon. ook kan
Ik U melden dat deze persoon door een van U
Contreleurs (als Ik het goed heeft door de Controleur
№ 23. tereg gewezen. dat hij daar niet mag staan
en zijn eige daar niet dan stoort. met de ver
klaring al zou hij alle dagen een bekeuring krijgen
komt hij er toch staan. want hij heeft op 3 verschil
le kante in komste. Ik hoop dat U mij daar in
zult assisteeren bij voorbaadt mijn dank
zoo noem Ik mij M. Cohen de Lara
Blasiusstraat 117
Staanplaats
Blasiusstraat 133

[Rechtsonder:] Oost
[Rechtsonder in de hoek:] 72 In deze brief beklaagt M. Cohen de Lara zich bij de directeur van een gemeentelijke dienst over de overlast die hij ondervindt bij het uitoefenen van zijn beroep. De schrijver heeft een officiële staanplaats voor het pand aan de Blasiusstraat 133 in Amsterdam.

De kern van de klacht is dat een zekere Jozef Vischjager hem "zeer zwaar" hindert en lastigvalt op deze plek. Uit de tekst blijkt dat er al een controleur (nummer 23) aan te pas is gekomen, die Vischjager heeft gesommeerd te vertrekken omdat hij daar niet mag staan. Vischjager lapt dit verbod echter aan zijn laars. Hij zou verklaard hebben dat hij er blijft staan, zelfs als hij elke dag een bekeuring krijgt, omdat hij inkomsten heeft uit drie verschillende bronnen ("3 verschille kante in komste"). Cohen de Lara verzoekt de directeur om assistentie om zijn broodwinning te beschermen.

Het taalgebruik is formeel maar bevat diverse grammaticale en spellingsfouten die typerend zijn voor die tijd (zoals "genaamdt", "Contreleurs", "tereg gewezen" en "bij voorbaadt"). De brief is gedateerd op 4 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam van de afzender, Cohen de Lara, is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam. De Blasiusstraat ligt in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende.

De context van juni 1941 is beladen: de anti-Joodse maatregelen van de bezetter werden in deze periode steeds strenger en systematischer. Het feit dat Cohen de Lara zich nog tot de reguliere autoriteiten wendt voor een conflict over een staanplaats, toont de dagelijkse realiteit van burgers die probeerden hun normale leven en broodwinning voort te zetten onder steeds moeilijker wordende omstandigheden. Het document biedt een inkijkje in de kleine, alledaagse fricties tussen straathandelaren in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren, waarbij officiële vergunningen en handhaving door controleurs een cruciale rol speelden voor het bestaansrecht van de individuele handelaar.

Samenvatting

In deze brief beklaagt M. Cohen de Lara zich bij de directeur van een gemeentelijke dienst over de overlast die hij ondervindt bij het uitoefenen van zijn beroep. De schrijver heeft een officiële staanplaats voor het pand aan de Blasiusstraat 133 in Amsterdam.

De kern van de klacht is dat een zekere Jozef Vischjager hem "zeer zwaar" hindert en lastigvalt op deze plek. Uit de tekst blijkt dat er al een controleur (nummer 23) aan te pas is gekomen, die Vischjager heeft gesommeerd te vertrekken omdat hij daar niet mag staan. Vischjager lapt dit verbod echter aan zijn laars. Hij zou verklaard hebben dat hij er blijft staan, zelfs als hij elke dag een bekeuring krijgt, omdat hij inkomsten heeft uit drie verschillende bronnen ("3 verschille kante in komste"). Cohen de Lara verzoekt de directeur om assistentie om zijn broodwinning te beschermen.

Het taalgebruik is formeel maar bevat diverse grammaticale en spellingsfouten die typerend zijn voor die tijd (zoals "genaamdt", "Contreleurs", "tereg gewezen" en "bij voorbaadt").

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam van de afzender, Cohen de Lara, is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam. De Blasiusstraat ligt in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende.

De context van juni 1941 is beladen: de anti-Joodse maatregelen van de bezetter werden in deze periode steeds strenger en systematischer. Het feit dat Cohen de Lara zich nog tot de reguliere autoriteiten wendt voor een conflict over een staanplaats, toont de dagelijkse realiteit van burgers die probeerden hun normale leven en broodwinning voort te zetten onder steeds moeilijker wordende omstandigheden. Het document biedt een inkijkje in de kleine, alledaagse fricties tussen straathandelaren in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren, waarbij officiële vergunningen en handhaving door controleurs een cruciale rol speelden voor het bestaansrecht van de individuele handelaar.

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →