Getypte brief (doorslag op grijsachtig papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op grijsachtig papier). 4 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam, afdeling Marktwezen of Publieke Werken). Den Heer C.G. Suurenbroek, Bentinckstraat 71 hs, Amsterdam-West. [Handgeschreven in paarse inkt:] verzonden 5/6
[Getypt:]
HG.
den Heer C.G.Suurenbroek,
Bentinckstraat 71 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 19A.
72/32/2 M.
4 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Mei jl. bericht ik U, dat zoolang U van de U verleende ventvergunning geen gebruik kan maken, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra U echter het beroep van venter weder kunt opnemen, dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging in de in Uw bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling aan de heer C.G. Suurenbroek betreffende zijn ventvergunning. Uit de tekst valt op te maken dat de heer Suurenbroek op 30 mei 1941 een brief heeft gestuurd, waarschijnlijk met de vraag of hij zijn vergunning moest verlengen, ondanks dat hij op dat moment zijn beroep als straatverkoper (venter) niet kon uitoefenen.
De directeur antwoordt dat verlenging niet nodig is zolang de vergunning niet wordt gebruikt. Er wordt echter expliciet bij vermeld dat zodra de werkzaamheden worden hervat, de vergunninghouder zich persoonlijk moet melden op het kantoor om de verlenging officieel in de vergunning te laten bijschrijven (aantekenen). Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezettingsjaren was het economische leven streng gereguleerd. Voor straathandelaren (venters) was een officiële vergunning van de gemeente verplicht. De administratie rondom deze vergunningen was nauwgezet, deels om toezicht te houden op de voedselvoorziening en de distributie van schaarse goederen.
De reden waarom de heer Suurenbroek op dat moment geen gebruik kon maken van zijn vergunning wordt niet vermeld. Dit kon te maken hebben met persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, maar ook met de oorlogsomstandigheden, zoals een gebrek aan handelwaar of specifieke beperkingen opgelegd door de bezetter. De administratieve afhandeling (het "aanteekenen" van de verlenging) was cruciaal om bij controles door de politie of de Crisis Controle Dienst (CCD) aan te kunnen tonen dat men legaal handel dreef. C.G. Suurenbroek Marktwezen Politie Publieke Werken