Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 358
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of officieel afschrift).

29 augustus 1941.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of officieel afschrift). 29 augustus 1941. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 30/8-41
[Handgeschreven, rechtsboven:] Ten mede naar

[Rechtsboven:] VD/HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

72/56/2 H. 29 Augustus 1941.

Intrekking ventvergunning
ten name van J.Messcher.

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift over te leggen van een op 24 dezer door den contrôleur Tak van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat Joseph Messcher, Rapenburg 36 II, houder van ventvergunning serie 22 no.70 zich op 24 Augustus jl. op ernstige wijze tegenover een van onze ambtenaren, die in de rechtmatige uitoefening van zijn functie was, misdragen heeft.

Ik ben van meening, dat dezen venter op duidelijke wijze moet worden kenbaar gemaakt, dat hij zich van dergelijke practijken tegenover het contrôleerend personeel heeft te onthouden en geef U mitsdien beleefd in overweging te willen bevorderen, dat de aan Messcher voornoemd verleende ventvergunning door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam voor onbepaalden tijd wordt ingetrokken.

De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van een niet nader genoemde directeur (waarschijnlijk van de Dienst van de Voedselcommissaris of een verwante gemeentelijke dienst) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het doel is de onmiddellijke en permanente intrekking van de ventvergunning van Joseph Messcher.

De aanleiding is een incident op 24 augustus 1941, waarbij Messcher zich "op ernstige wijze" zou hebben misdragen tegenover een ambtenaar, contrôleur Tak, terwijl deze zijn werk uitvoerde. De directeur gebruikt een strenge toon en stelt dat er een duidelijk signaal moet worden afgegeven dat dergelijk gedrag tegenover controlerend personeel niet wordt getolereerd. Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur van Amsterdam was in deze periode onderhevig aan de richtlijnen van de bezetter. De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (op dat moment Edward Voûte) wijst op deze veranderde bestuursvorm, waarbij de democratisch gekozen burgemeester was vervangen.

De locatie die wordt genoemd voor Joseph Messcher, Rapenburg 36 II, ligt in het hart van de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de datum en de naam Messcher (een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam), is het zeer aannemelijk dat Joseph Messcher Joods was. In deze fase van de bezetting werden Joodse burgers steeds vaker getroffen door beperkende maatregelen en administratieve uitsluiting. Hoewel de brief spreekt van "misdragingen", moet dit document ook gezien worden in het licht van de toenemende willekeur en repressie tegen Joodse kleine zelfstandigen, wier economische basis systematisch werd afgebroken. Een intrekking van een ventvergunning "voor onbepaalden tijd" betekende in de praktijk een beroepsverbod en het verlies van levensonderhoud.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van een niet nader genoemde directeur (waarschijnlijk van de Dienst van de Voedselcommissaris of een verwante gemeentelijke dienst) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het doel is de onmiddellijke en permanente intrekking van de ventvergunning van Joseph Messcher.

De aanleiding is een incident op 24 augustus 1941, waarbij Messcher zich "op ernstige wijze" zou hebben misdragen tegenover een ambtenaar, contrôleur Tak, terwijl deze zijn werk uitvoerde. De directeur gebruikt een strenge toon en stelt dat er een duidelijk signaal moet worden afgegeven dat dergelijk gedrag tegenover controlerend personeel niet wordt getolereerd.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur van Amsterdam was in deze periode onderhevig aan de richtlijnen van de bezetter. De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (op dat moment Edward Voûte) wijst op deze veranderde bestuursvorm, waarbij de democratisch gekozen burgemeester was vervangen.

De locatie die wordt genoemd voor Joseph Messcher, Rapenburg 36 II, ligt in het hart van de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de datum en de naam Messcher (een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam), is het zeer aannemelijk dat Joseph Messcher Joods was. In deze fase van de bezetting werden Joodse burgers steeds vaker getroffen door beperkende maatregelen en administratieve uitsluiting. Hoewel de brief spreekt van "misdragingen", moet dit document ook gezien worden in het licht van de toenemende willekeur en repressie tegen Joodse kleine zelfstandigen, wier economische basis systematisch werd afgebroken. Een intrekking van een ventvergunning "voor onbepaalden tijd" betekende in de praktijk een beroepsverbod en het verlies van levensonderhoud.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →