Archiefdocument
Origineel
5 september 1941. [Bovenaan links, handgeschreven:] Afschrift
[Daaronder getypt en met inkt doorgehaald:] ~~Concept~~
[Bovenaan midden:] № 72/56/3 M. 1041 5/9
[Bovenaan rechts, handgeschreven annotaties:] MW / mij / Zie / Insp. [doorgehaald] / Th. Müller [handtekening]
No. 827 L.M. 1941.
[Afbeelding: Wapen van Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
De Burgemeester van Amsterdam,
Overwegende, dat aan Joseph Messcher, Rapenburg 36 II, een ventvergunning Serie 22 No. 70 is uitgereikt, geldig voor het boekjaar 1941/1942;
Gelet op het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 29 Augustus 1941, No. 72/56/2 M, waaruit blijkt, dat Messcher voornoemd zich op 24 Augustus j.l. op ernstige wijze tegenover een der controleerende ambtenaren van het Marktwezen in de rechtmatige uitoefening van diens functie heeft misdragen;
Gelet op art. 5 (3) van de Ventverordening;
heeft goedgevonden de ventvergunning Serie 22, No. 70, ten name van Joseph Messcher voornoemd, voor onbepaalden tijd in te trekken.
VM
Amsterdam, 5 September 1941.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Rechtsonder, paars stempel:] INGETROKKEN.
[Daaronder handgeschreven:] Behandeld. / G. Robbes. / 17/9 - '41.
Aan Belanghebbende. Het document betreft de formele intrekking van een zogenaamde 'ventvergunning' (een vergunning om goederen op straat te verkopen) van Joseph Messcher. De officiële reden die wordt opgegeven is wangedrag jegens een ambtenaar van het Marktwezen tijdens een controle op 24 augustus 1941. Het besluit is genomen door Edward Voûte, die destijds als regeringscommissaris (burgemeester) door de Duitse bezetter was aangesteld. De handgeschreven aantekeningen rechtsonder tonen aan dat de administratieve verwerking van deze intrekking op 17 september 1941 werd voltooid. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Joseph Messcher was een Joodse Amsterdammer; de buurt rond het Rapenburg had in die tijd een grote Joodse populatie. In deze periode werden Joodse burgers stelselmatig uitgesloten van het economische leven door middel van bureaucratische maatregelen en het intrekken van vergunningen. Hoewel de reden voor intrekking in dit document als 'misdraging' wordt omschreven, past dit in een breder patroon van repressie waarbij de kleinste overtreding of vermeend wangedrag werd aangegrepen om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen. Joseph Messcher is later gedeporteerd en in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een papieren getuigenis van de administratieve voorfase van de Holocaust in Nederland. G. Robbes J.F. Franken Marktwezen