Handgeschreven brief op bruin papier.
Origineel
Handgeschreven brief op bruin papier. 20 januari 1941 (gebaseerd op de administratieve notatie onderaan). W. Waas. Het marktbestuur / de gemeente (geadresseerd als "Weled: Heeren"). Weled: Heeren
Tot mijn spijt moet ik u schrijven
als dat ik voorloopig de markt
Jan. Evertsstraat niet komt bezoeken
daar er op het oogenblik niet veel te
verdienen is. Maar daar ik wel genegen
bent de plaats te betalen.
Hopende dat u daar mee
accoord gaat.
Teeken ik met
W. Waas
3 Oosterparkstraat 103 III [hoog]
Alhier
Bij voorbaat mijn dank
[Administratieve stempel/notatie:]
No 76/3/1 M. 1941 20/1 De brief is opgesteld in een zakelijke maar enigszins informele stijl, kenmerkend voor een marktkoopman uit het midden van de 20e eeuw. De taal bevat enkele grammaticale bijzonderheden die typisch zijn voor die tijd en sociale laag, zoals "als dat ik" en de vervoeging "bent" waar "ben" wordt bedoeld.
De kern van de boodschap is economisch: door de schaarste of verminderde klandizie in de eerste winter van de bezettingstijd is de handel op de markt in de Jan Evertsenstraat (Amsterdam-West) niet rendabel. De afzender is echter bereid het stageld door te betalen ("de plaats te betalen") om zijn vergunning en vaste plek voor de toekomst veilig te stellen. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De kwaliteit van het papier (donker, ruw pakpapier) getuigt van de beginnende materiaalschaarste.
De markt in de Jan Evertsenstraat was een belangrijke handelsplek in de toen relatief nieuwe wijk De Baarsjes. De notatie onderaan de brief ("76/3/1") wijst erop dat dit document deel uitmaakt van het archief van de Dienst van het Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Dit soort verzoeken was noodzakelijk om te voorkomen dat een standplaats wegens ongeoorloofde afwezigheid werd ingetrokken.
Samenvatting
De brief is opgesteld in een zakelijke maar enigszins informele stijl, kenmerkend voor een marktkoopman uit het midden van de 20e eeuw. De taal bevat enkele grammaticale bijzonderheden die typisch zijn voor die tijd en sociale laag, zoals "als dat ik" en de vervoeging "bent" waar "ben" wordt bedoeld.
De kern van de boodschap is economisch: door de schaarste of verminderde klandizie in de eerste winter van de bezettingstijd is de handel op de markt in de Jan Evertsenstraat (Amsterdam-West) niet rendabel. De afzender is echter bereid het stageld door te betalen ("de plaats te betalen") om zijn vergunning en vaste plek voor de toekomst veilig te stellen.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De kwaliteit van het papier (donker, ruw pakpapier) getuigt van de beginnende materiaalschaarste.
De markt in de Jan Evertsenstraat was een belangrijke handelsplek in de toen relatief nieuwe wijk De Baarsjes. De notatie onderaan de brief ("76/3/1") wijst erop dat dit document deel uitmaakt van het archief van de Dienst van het Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Dit soort verzoeken was noodzakelijk om te voorkomen dat een standplaats wegens ongeoorloofde afwezigheid werd ingetrokken.