Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 76/2/1 1941
DOORGEZONDEN: 13/1-'41.
[Hoofdtekst]
Th. B. Roof
pl 55 J. Evertsenstraat
(ook pl. Bloemenmarkt 1/3 t/m 30/6)
Afgedaan
Aan Roof toegestaan tot Maart
a.s. zijn plaats niet in te nemen.
Zal met Juli a.s. zoo noodig alsdan
opnieuw schrijven.
Marktgeld wordt betaald.
H. Strijer
Ter kennisneming.
[Ondertekening middenonder]
[Paraaf] 22/1 '41
Op legpl 25/1 41
[Aantekeningen rechterkant]
210 [paginanummer?]
15-1-'41
de Haer
p 22/1 -
22-1-'41
de Haer
Kennis genomen
[Paraaf]
23-1-'41. Dit document legt een ambtelijk besluit vast aangaande de markthandel van de heer Th. B. Roof. Roof beschikt over twee standplaatsen in Amsterdam: een vaste plek (nummer 55) in de Jan Evertsenstraat en een seizoensplek op de Bloemenmarkt (van maart tot eind juni).
De essentie van de notitie is dat Roof toestemming heeft gekregen om zijn standplaats tot maart 1941 niet in te nemen. Er wordt genoteerd dat hij rond juli 1941 eventueel opnieuw zal schrijven indien de situatie dat vereist. Cruciaal voor de gemeente is de vermelding "Marktgeld wordt betaald"; hiermee behoudt de handelaar zijn rechten op de schaarse standplaatsen, ook als hij er tijdelijk geen gebruik van maakt. De diverse parafen en data tonen de bureaucratische route die het document heeft afgelegd tussen verschillende ambtenaren (waaronder de heren Strijer en De Haer) voor goedkeuring en archivering ("Op legpl" oftewel opgelegd/gearchiveerd). Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen en brandstof al merkbaar, wat invloed had op de markthandel. De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke winkelstraat met een dagmarkt. De Bloemenmarkt aan de Singel is eveneens een iconische Amsterdamse locatie.
Dergelijke administratieve stukken geven inzicht in de strikte regulering van de openbare ruimte en de economische activiteit in oorlogstijd. Het feit dat iemand zijn marktgeld doorbetaalt zonder de plek te gebruiken, kan duiden op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of een tijdelijk tekort aan handelswaar, waarbij men de vergunning voor de toekomst absoluut wilde veiligstellen. De gebruikte terminologie en de formele afhandeling zijn typerend voor de Amsterdamse gemeentelijke administratie van die tijd. B. Roof H. Strijer J. Evertsenstraat M. No
Samenvatting
Dit document legt een ambtelijk besluit vast aangaande de markthandel van de heer Th. B. Roof. Roof beschikt over twee standplaatsen in Amsterdam: een vaste plek (nummer 55) in de Jan Evertsenstraat en een seizoensplek op de Bloemenmarkt (van maart tot eind juni).
De essentie van de notitie is dat Roof toestemming heeft gekregen om zijn standplaats tot maart 1941 niet in te nemen. Er wordt genoteerd dat hij rond juli 1941 eventueel opnieuw zal schrijven indien de situatie dat vereist. Cruciaal voor de gemeente is de vermelding "Marktgeld wordt betaald"; hiermee behoudt de handelaar zijn rechten op de schaarse standplaatsen, ook als hij er tijdelijk geen gebruik van maakt. De diverse parafen en data tonen de bureaucratische route die het document heeft afgelegd tussen verschillende ambtenaren (waaronder de heren Strijer en De Haer) voor goedkeuring en archivering ("Op legpl" oftewel opgelegd/gearchiveerd).
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen en brandstof al merkbaar, wat invloed had op de markthandel. De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke winkelstraat met een dagmarkt. De Bloemenmarkt aan de Singel is eveneens een iconische Amsterdamse locatie.
Dergelijke administratieve stukken geven inzicht in de strikte regulering van de openbare ruimte en de economische activiteit in oorlogstijd. Het feit dat iemand zijn marktgeld doorbetaalt zonder de plek te gebruiken, kan duiden op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of een tijdelijk tekort aan handelswaar, waarbij men de vergunning voor de toekomst absoluut wilde veiligstellen. De gebruikte terminologie en de formele afhandeling zijn typerend voor de Amsterdamse gemeentelijke administratie van die tijd.