Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 12 augustus 1941. C. Schindeler, Jan Evertsenstraat 82, Amsterdam (W). [Linksboven in paarse inkt en potlood:]
№ 76/6/1 M.1941 13/8
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 12 Augustus 1941
[Aanhef:]
Aan den Weledelen Heer
Directeur van het Marktwezen,
[In de marge in potlood, ambtelijke aantekening:]
M.I. Turp. [?]
heeft Schindeler
ook nog niet
een zaak in
de Kinkerstr.
bij brug Kostver-
lorenvaart?
[Brieftekst:]
Ondergetekende verzoekt beleefd aandacht voor het volgende: de Heer L. Biel heeft in de ten Katestraat een uitstekend renderende vishandel. Bovendien heeft zijn vrouw een standplaats in de Jan Evertsenstraat op nog geen twintig meter afstand van mijn vishandel.
Hierin zit een grote onbillijkheid, vooral daar ik een toer heb te blijven bestaan en het voor hun, met hun weinige kosten, makkelijk is mij te beconcurreren.
Vertrouwende, dat hierin verandering kan worden gebracht, verblijft
Hoogachtend,
C. Schindeler
Jan Evertsenstraat 82
Amsterdam (W.) * Inhoud: C. Schindeler, eigenaar van een viswinkel aan de Jan Evertsenstraat 82, klaagt bij de Directeur van het Marktwezen over de toewijzing van een marktstandplaats aan de vrouw van de heer L. Biel. Deze standplaats bevindt zich op minder dan twintig meter van zijn winkel. Schindeler voert aan dat de familie Biel al een goedlopende zaak heeft in de Ten Katestraat en dat de lage vaste lasten van een marktstal ("weinige kosten") ten opzichte van een winkelpand zorgen voor oneerlijke concurrentie, wat zijn voortbestaan bedreigt.
* Schrift en Taal: De brief is geschreven in een duidelijk leesbaar, formeel cursief handschrift. Het taalgebruik is hoffelijk maar dringend ("verzoekt beleefd", "grote onbillijkheid"). De spelling ("Augustus", "den Weledelen Heer") is conform de toen geldende normen.
* Annotaties: De potloodnotitie in de marge is van cruciaal belang. Een ambtenaar stelt de vraag of Schindeler zelf ook niet een zaak heeft elders (Kinkerstraat bij de Kostverlorenvaart). Dit wijst erop dat de autoriteiten de geloofwaardigheid van de klager direct toetsten door zijn eigen commerciële belangen te controleren. * Historische context: De brief dateert van augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit was een periode van toenemende schaarste, rantsoenering en strikte regulering van de handel door de overheid.
* Sociaal-economisch: In Amsterdamse volksbuurten zoals De Baarsjes (Jan Evertsenstraat) en de Kinkerbuurt (Ten Katestraat) was de spanning tussen gevestigde winkeliers en marktkooplieden een terugkerend thema. Winkeliers hadden hogere overheadkosten (huur, belastingen) en voelden zich benadeeld door ambulante handel die vlak voor hun deur mocht staan.
* Bestuurlijk: De "Directeur van het Marktwezen" was de instantie die standplaatsvergunningen verleende en toezag op de ordentelijke gang van zaken op de Amsterdamse markten. Dergelijke klachtenbrieven geven een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers in oorlogstijd.