Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 433
Dossier 76
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbericht/Interne notitie betreffende een standplaatsvergunning.

Origineel

Ambtsbericht/Interne notitie betreffende een standplaatsvergunning. [Rechtsboven, met potlood of andere pen:]
Oproepen
p 12/11 ’41
9.30. uur

[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Inspecteur,

De beste oplossing zou m.i. zijn, de standplaatsvergunning
van Sara Biet-Schelvis te doen wijzigen van perceel
J. Evertsenstr. 172 naar de scheiding van de perceelen
J. Evertsenstr. 56/58. Dat is dan voor een slagerij
en voor een sigaren winkel.

Deze plaats is op 110 meter afstand van den winkel
van den Schindeler.

Vischwinkels zijn daar niet.

Biet heeft [geen - doorgehaald] bezwaar om te worden verplaatst
naar de brug.

[Linksonder:]
A’dam 29 Oct. ’41

[Middenonder, diagonale aantekening:]
mondeling behandeld op 11/11 ’41
[Paraaf]

[Rechtsonder, latere aantekening:]
Schindelaar deelt mede, dat hij onder herbouw van slagerij zijn verzoek intrekt.
HG 12/11 ’41 Het document is een ambtelijk advies over het verplaatsen van een markt- of standplaatsvergunning in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De kern van het verzoek is om de standplaats van Sara Biet-Schelvis te verplaatsen van nummer 172 naar de grens tussen de nummers 56 en 58.

De argumentatie voor deze specifieke plek is tweeledig:
1. Het bevindt zich voor een slagerij en een sigarenwinkel, waardoor er geen directe concurrentie is met de handel van Biet-Schelvis (vermoedelijk vis, gezien de opmerking "Vischwinkels zijn daar niet").
2. De afstand tot een concurrent ("den Schindeler") wordt bewaard op 110 meter.

Opvallend is de wijziging in de tekst: "geen" lijkt te zijn doorgehaald bij de opmerking over bezwaar, maar de context suggereert dat de verplaatsing naar "de brug" bespreekbaar was. De zaak wordt uiteindelijk op 12 november 1941 afgesloten omdat de heer Schindelaar (de concurrent) zijn bezwaar of verzoek intrekt vanwege de verbouwing van zijn eigen slagerij. Dit document stamt uit oktober/november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam Biet-Schelvis duidt op een Joodse achtergrond (beide achternamen komen veelvuldig voor binnen de Portugees- en Hoogduitse Joodse gemeenschappen van Amsterdam). In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en handelsmogelijkheden.

De Jan Evertsenstraat was en is een belangrijke winkelstraat in Amsterdam-West. De bureaucratische afhandeling van standplaatsen was in 1941 niet alleen een kwestie van verkeersveiligheid of concurrentie, maar raakte direct aan de anti-Joodse maatregelen waarbij Joden vaak verbannen werden naar specifieke markten of locaties. Hoewel dit document oogt als een reguliere administratieve kwestie tussen een ambtenaar en een inspecteur, moet het gezien worden in het licht van de systematische uitsluiting die in die maanden in alle geledingen van het stadsbestuur werd doorgevoerd. Veel leden van de families Biet en Schelvis zijn tijdens de Holocaust weggevoerd en vermoord. Sara Biet-Schelvis den Schindeler (Schindelaar) Inspecteur.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies over het verplaatsen van een markt- of standplaatsvergunning in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De kern van het verzoek is om de standplaats van Sara Biet-Schelvis te verplaatsen van nummer 172 naar de grens tussen de nummers 56 en 58.

De argumentatie voor deze specifieke plek is tweeledig:
1. Het bevindt zich voor een slagerij en een sigarenwinkel, waardoor er geen directe concurrentie is met de handel van Biet-Schelvis (vermoedelijk vis, gezien de opmerking "Vischwinkels zijn daar niet").
2. De afstand tot een concurrent ("den Schindeler") wordt bewaard op 110 meter.

Opvallend is de wijziging in de tekst: "geen" lijkt te zijn doorgehaald bij de opmerking over bezwaar, maar de context suggereert dat de verplaatsing naar "de brug" bespreekbaar was. De zaak wordt uiteindelijk op 12 november 1941 afgesloten omdat de heer Schindelaar (de concurrent) zijn bezwaar of verzoek intrekt vanwege de verbouwing van zijn eigen slagerij.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober/november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam Biet-Schelvis duidt op een Joodse achtergrond (beide achternamen komen veelvuldig voor binnen de Portugees- en Hoogduitse Joodse gemeenschappen van Amsterdam). In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en handelsmogelijkheden.

De Jan Evertsenstraat was en is een belangrijke winkelstraat in Amsterdam-West. De bureaucratische afhandeling van standplaatsen was in 1941 niet alleen een kwestie van verkeersveiligheid of concurrentie, maar raakte direct aan de anti-Joodse maatregelen waarbij Joden vaak verbannen werden naar specifieke markten of locaties. Hoewel dit document oogt als een reguliere administratieve kwestie tussen een ambtenaar en een inspecteur, moet het gezien worden in het licht van de systematische uitsluiting die in die maanden in alle geledingen van het stadsbestuur werd doorgevoerd. Veel leden van de families Biet en Schelvis zijn tijdens de Holocaust weggevoerd en vermoord.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Garen Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Slagerij Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →