Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 442
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

18 januari 1941. Van: De Directeur (van de Centrale Markt te Amsterdam).

Origineel

18 januari 1941. De Directeur (van de Centrale Markt te Amsterdam). (Rechtsboven handgeschreven): M. Broerse

(Middenboven handgeschreven): Verzonden 20/1

(Linksboven):
D/HG.

77/1/3 H.
1

(Rechts):
18 Januari 1941.

(Links):
Straf overkruier G.L. Been
Centrale Markt.

(Rechts):
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 13 Januari jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat G.L. Been, wien als overkruier toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van eenige handkarren, welke toebehoorden aan grossiers der Centrale Markt. Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl Been voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzijds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 16 tot en met 29 Januari 1941.

Ik ben van meening, dat een persoon, wien bij wijze van gunst wordt toegestaan op de Centrale Markt als kruier zijn brood te verdienen en die zich dan aan diefstal gaat schuldig maken, niet langer op die markt kan worden geduld. Ik heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat Been, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht, voorgoed, zulks met ingang van 30 Januari a.s. Been voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.

(Rechtsonder):
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de diefstal van handkarren door een 'overkruier' (een sjouwer die goederen vervoert) genaamd G.L. Been.

De directeur heeft Been reeds een disciplinaire straf opgelegd van twee weken toegangsverbod (16 t/m 29 januari 1941) op basis van het marktreglement. Hij acht deze straf echter onvoldoende. De directeur hanteert een moreel argument: omdat het mogen werken op de markt als een 'gunst' wordt gezien, verwerkt men dit recht onherroepelijk bij een vergrijp als diefstal. Hij verzoekt de wethouder daarom om een permanente verbanning van Been van de markt, ondanks het feit dat Been geen eerdere overtredingen op zijn naam had staan. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De controle op de markt was daarom uiterst rigoureus om zwarte handel en diefstal te voorkomen. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in oorlogstijd een politiek zeer gevoelige en machtige positie. De harde opstelling van de directeur — het eisen van een levenslang beroepsverbod voor een eerste vergrijp — weerspiegelt de gespannen sfeer en de noodzaak tot strikte ordehandhaving in de vitale voedselketen tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de diefstal van handkarren door een 'overkruier' (een sjouwer die goederen vervoert) genaamd G.L. Been.

De directeur heeft Been reeds een disciplinaire straf opgelegd van twee weken toegangsverbod (16 t/m 29 januari 1941) op basis van het marktreglement. Hij acht deze straf echter onvoldoende. De directeur hanteert een moreel argument: omdat het mogen werken op de markt als een 'gunst' wordt gezien, verwerkt men dit recht onherroepelijk bij een vergrijp als diefstal. Hij verzoekt de wethouder daarom om een permanente verbanning van Been van de markt, ondanks het feit dat Been geen eerdere overtredingen op zijn naam had staan.

Historische Context

Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De controle op de markt was daarom uiterst rigoureus om zwarte handel en diefstal te voorkomen. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in oorlogstijd een politiek zeer gevoelige en machtige positie. De harde opstelling van de directeur — het eisen van een levenslang beroepsverbod voor een eerste vergrijp — weerspiegelt de gespannen sfeer en de noodzaak tot strikte ordehandhaving in de vitale voedselketen tijdens de oorlogsjaren.

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →