Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 445
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal (politierapport).

9 januari 1941.

Origineel

Proces-verbaal (politierapport). 9 januari 1941. PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 771/4 M. 1941
Politie te Amsterdam
2e sectie 2e afdeeling
No. PROCES-VERBAAL.

Proces-verbaal contra Gijsbert Lammert Been, oud 22 jaar, kruier, wonende Palmstraat 71 I te Amsterdam.(C), verdacht van diefstal van drie handkarren, respectievelijk gepleegd op 27 December 1940, 30 December 1940 en 4 Januari 1941, van de Centrale Markt te Amsterdam.

Op Donderdag 9 Januari 1941, omstreeks 10 uur v.m., werd mij, ondergetekende, Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende aan de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door den mij bekenden Jan de Geus, oud 46 jaar, groothandelaar in fruit, gevestigd Centrale Markt, Hal 11 en wonende 3e Helmersstraat 36 huis alhier, aangifte gedaan en verklaarde hij als volgt: "Sedert 28 December 1940 wordt door mij van de Centrale Markt een handkar vermist, welke aldaar hoofdzakelijk door mijn personeel werd gebruikt. Toen ik zoo juist in het Halgebouw voor mijn pakhuis stond, zag ik een mij van aanzien bekend persoon met de door mij vermiste handkar rijden. Tevens zag ik, dat aan de voorzijde van de laadbak van die handkar thans vermeld stond Gebr.W.J.van Rooyen Waterlooplein 69. Evenwel herkende ik toch deze kar beslist als mijn eigendom. Ik heb aan niemand toestemming gegeven om deze kar van het terrein van de Centrale Markt weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Ik verzoek U een nader onderzoek te willen doen en indien hiertoe termen aanwezig tegen de(n) eventueele(n) dader(s) een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U".

(Handtekeningen: B. Felthuis en J. de Geus)

Op aanwijzing van De Geus heb ik, verbalisant, op 9 Januari 1941 in de Hal van de Centrale Markt staande gehouden een mij bekenden kruier, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Joseph Vos, oud 22 jaar, kruier en wonende Jodenbreestraat 42 I te Amsterdam-Centrum, terwijl deze een handkar voortduwde die door De Geus als zijn eigendom was herkend. Vos verklaarde mij desgevraagd, dat hij deze handkar des morgens had gehuurd van den hem bekenden karrenbaas Van Rooyen, welke een karrenverhuurderij heeft op het Waterlooplein 69 alhier, doch omtrent de verdere herkomst van de handkar niets te weten. Bij onderzoek bleek mij, verbalisant, deze verklaring juist te zijn. Evenwel heb ik, gehoord de verklaring van De Geus, de handkar van Vos inbeslaggenomen en bij de portiers van de Centrale Markt voorloopig onder bewaking gesteld.

Vervolgens heb ik op 9 Januari 1941 op de Centrale Markt gehoord een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Wolf van Rooyen, oud 56 jaar, karrenverhuurder en wonende Waterlooplein 100 III te Amsterdam-Centrum. Van Rooyen verklaarde mij desgevraagd als volgt: "De handkar, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van Rooyen de door mij van Vos inbeslaggenomen handkar), herken ik als mijn eigendom en heb ik heden morgen aan den mij bekenden kruier genaamd Vos, verhuurd. Deze handkar heb ik op 30 December 1940 van een mij bekend persoon genaamd G.L. Been gekocht en hem hiervoor f 26,10 betaald. Van deze koop heb ik aanteekening gemaakt in mijn register, vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van dde Gemeente Amsterdam, ingevolge Artikel 1 der Verordening ter voorkoming van gevaar voor begunstiging van misdrijven, terwijl ik van Been een door hem geteekende kwitantie heb ontvangen. Van Been heb ik voorts nog op 27 December 1940 en op 4 Januari 1941 een handkar gekocht en hem hiervoor respectievelijk f 27,60 en f 25,- betaald. Ook hiervan heb ik aanteekening gemaakt in genoemd register en van Been twee door hem geteekende kwitanties ontvangen. Toen ik Been vroeg waarom hij deze karren verkocht, verklaarde hij mij, dat hij hiermede van de Centrale Markt voor verschillende personen aardappelen had vervoerd, doch het daarmede thans zoo druk had, dat hij dit nu per paard en wagen ging doen. Eenig bewijs, waaruit mij had kunnen blijken, dat de handkarren zijn eigendommen waren had hij niet, doch waar Been voordien wel meer bij mij in de karrenloods was geweest om een handkar of bakfiets te halen en hij zich bij het verkoopen der karren had gelegitimeerd door het mij vertoonen van zijn toegangskaart voor de Centrale Markt als expe... [tekst breekt af] Dit proces-verbaal schetst een klassiek geval van diefstal en heling op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is als volgt:
1. De ontdekking: De fruithandelaar Jan de Geus herkent op 9 januari 1941 zijn eigen gestolen handkar, ondanks dat de naam van een karrenverhuurder (Van Rooyen) er inmiddels op is geschilderd.
2. De keten: De kar wordt op dat moment gebruikt door kruier Joseph Vos, die hem te goeder trouw heeft gehuurd bij Wolf van Rooyen op het Waterlooplein.
3. De verdachte: Wolf van Rooyen verklaart dat hij de kar (en nog twee andere) heeft gekocht van Gijsbert Lammert Been. Been gebruikte een plausibel dekverhaal: hij zou overstappen van handkarren op paard en wagen vanwege de drukte in het aardappeltransport.
4. Administratie: Opvallend is dat Van Rooyen de transacties netjes heeft genoteerd in zijn register conform de gemeentelijke verordeningen en kwitanties heeft gevraagd. Dit wijst erop dat de dief (Been) zich vrij brutaal en officieel profileerde op de markt. * Tijdsgeest: Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening in de stad.
* Locatie: De adressen (Waterlooplein, Jodenbreestraat) duiden op de Joodse buurt in Amsterdam. Dit is saillant gezien de datum; slechts een maand later (februari 1941) zouden de spanningen in deze wijken leiden tot de Februaristaking.
* Economie: De prijzen voor de handkarren (tussen de 25 en 27 gulden) geven een inzicht in de waarde van transportmiddelen in die tijd. De schaarste aan gemotoriseerd transport maakte handkarren en paard-en-wagen essentieel voor de fijnmazige distributie in de stad.
* Rechtspraak: De verwijzing naar de "Verordening ter voorkoming van gevaar voor begunstiging van misdrijven" toont aan hoe de gemeente Amsterdam trachtte de handel in gestolen goederen te reguleren via verplichte registers voor handelaren in gebruikte goederen.

Samenvatting

Dit proces-verbaal schetst een klassiek geval van diefstal en heling op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is als volgt:
1. De ontdekking: De fruithandelaar Jan de Geus herkent op 9 januari 1941 zijn eigen gestolen handkar, ondanks dat de naam van een karrenverhuurder (Van Rooyen) er inmiddels op is geschilderd.
2. De keten: De kar wordt op dat moment gebruikt door kruier Joseph Vos, die hem te goeder trouw heeft gehuurd bij Wolf van Rooyen op het Waterlooplein.
3. De verdachte: Wolf van Rooyen verklaart dat hij de kar (en nog twee andere) heeft gekocht van Gijsbert Lammert Been. Been gebruikte een plausibel dekverhaal: hij zou overstappen van handkarren op paard en wagen vanwege de drukte in het aardappeltransport.
4. Administratie: Opvallend is dat Van Rooyen de transacties netjes heeft genoteerd in zijn register conform de gemeentelijke verordeningen en kwitanties heeft gevraagd. Dit wijst erop dat de dief (Been) zich vrij brutaal en officieel profileerde op de markt.

Historische Context

  • Tijdsgeest: Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening in de stad.
  • Locatie: De adressen (Waterlooplein, Jodenbreestraat) duiden op de Joodse buurt in Amsterdam. Dit is saillant gezien de datum; slechts een maand later (februari 1941) zouden de spanningen in deze wijken leiden tot de Februaristaking.
  • Economie: De prijzen voor de handkarren (tussen de 25 en 27 gulden) geven een inzicht in de waarde van transportmiddelen in die tijd. De schaarste aan gemotoriseerd transport maakte handkarren en paard-en-wagen essentieel voor de fijnmazige distributie in de stad.
  • Rechtspraak: De verwijzing naar de "Verordening ter voorkoming van gevaar voor begunstiging van misdrijven" toont aan hoe de gemeente Amsterdam trachtte de handel in gestolen goederen te reguleren via verplichte registers voor handelaren in gebruikte goederen.

Locaties

Centrale Markt Jan van Galenstraat Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →