Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 446
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal (getuigenverklaringen en bekentenis).

9, 10 en 12 januari 1941.

Origineel

Proces-verbaal (getuigenverklaringen en bekentenis). 9, 10 en 12 januari 1941. diteur, meende ik dat er geen bezwaar bestond tegen het koopen daarvan. Had ik geweten, dat hij deze karren door misdrijf had verkregen dan zou ik ze beslist niet hebben gekocht."

Op mijn verzoek heeft Van Rooyen ook de twee andere handkarren, welke hij van Been gekocht had, naar de Centrale Markt overgebracht op 9 Januari 1941 en heb ik deze, evenals de eerstgenoemde handkar, van Van Rooyen inbeslaggenomen en eveneens onder bewaking gesteld van de portiers van de Centrale Markt. Na inzage van het reeds genoemde register van Van Rooyen bleek mij, verbalisant, dat hij van de genoemde koopen inderdaad aanteekening had gemaakt. Ik heb dit register terstond weer aan Van Rooyen teruggegeven, doch hem hierbij aangezegd, dat hij dit te allen tijde ter beschikking moet houden van de Justitie. Voorts heb ik van Van Rooyen nog inbeslaggenomen de drie besproken kwitanties, welke door mij bij dit proces-verbaal zullen worden gevoegd. Vervolgens heb ik aan Van Rooyen een foto vertoond van een, bij den dienst van het Marktwezen bekend staanden kruier genaamd: G.L. Been, oud 22 jaar en wonende Palmstraat 71 I alhier en verklaarde Van Rooyen mij, dat deze persoon dezelfde was van wien hij de handkarren gekocht had.

Ten aanzien van de drie door mij inbeslaggenomen handkarren kan ik nog het volgende verklaren. De handkar, die hij op 27 December 1940 van Been gekocht had, was gemerkt met "J.L.d.G.16"; de handkar, welke hij op 30 December 1940 van Been gekocht had en door De Geus als zijn eigendom herkend was, was behoudens de thans daarop vermelde naam en het adres van Van Rooyen, niet van een bepaald kenmerk voorzien, terwijl op de laadbak van de handkar, welke Van Rooyen op 4 Januari 1941 van Been gekocht had, vermeld stond "P. Kars".

Op 10 Januari 1941 heb ik, verbalisant, op het terrein van de Centrale Markt gehoord een mij bekend persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Pieter Kars, oud 58 jaar, groothandelaar in groenten en fruit, gevestigd Centrale Markt, pakhuis C 6. en wonende 2e Kostverlorenkade 16 te Amsterdam-West, die mij, nadat ik hem van het vorenstaande in kennis had gesteld en hem de drie door mij inbeslaggenomen handkarren had vertoond, aangifte deed en als volgt verklaarde: "Van de drie handkarren, welke U mij vertoont herken ik de met "P. Kars" gemerkte als mijn eigendom. Deze handkar, welke door mijn personeel of mijn klanten hoofdzakelijk op de Centrale Markt werd gebruikt, vermis ik sedert 4 Januari 1941. Waar het echter wel meer voorkwam, dat zij eenige dagen zoek was, heb ik van deze vermissing niet bij het Marktwezen, noch bij de Politie aangifte gedaan. Aan den persoon van wien U mij een foto vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Kars een foto van genoemden Been), heb ik echter geen toestemming gegeven om deze kar van het terrein van de Centrale Markt weg te nemen, deze te verkoopen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Indien hiertoe termen aanwezig, verzoek ik U dan ook tegen dezen persoon een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U".

(Handtekeningen: Onleesbaar/S. Elth.... en P. Kars)

Op Zondag 12 Januari 1941, omstreeks 10 uur v.m. heb ik, verbalisant, bij het toegangshek van de Centrale Markt aangehouden een mij bekenden kruier en hem overgebracht naar de portiersloge van de Centrale Markt, alwaar hij door mij voorloopig is gehoord. Bedoelde kruier, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Gijsbert Lammert Been, geboren te Amsterdam 10 April 1918, van beroep kruier en wonende Palmstraat 71 I te Amsterdam-Centrum, verklaarde mij desgevraagd als volgt: "De drie handkarren, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Been de drie door mij van Van Rooyen inbeslaggenomen handkarren), heb ik van het terrein van de Centrale Markt weggenomen, alwaar zij onbeheerd stonden. De handkar gemerkt met "J.L.d.G.16" heb ik op 27 December 1940 weggenomen; de handkar waar thans de naam en het adres van Van Rooyen opstaan op 30 December 1940 en de met "P. Kars" gemerkte handkar op 4 Januari 1941. Op de genoemde datums heb ik deze handkarren verkocht aan den mij bekenden karrenbaas Van Rooyen, gevestigd Waterlooplein 69 alhier. Van Van Rooyen heb ik voor deze karren respectievelijk ƒ 27,50, ƒ 26,10 en ƒ 25,- ontvangen. Voor elk van deze bedragen heb ik aan Van Rooyen een door mij geteekende kwitantie verstrekt. De kwitanties, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Been de door mij van Van Rooyen inbeslaggenomen kwitanties), herken ik als dezelfde, welke ik aan Van Rooyen heb gegeven als bewijs voor de van hem ontvangen bedragen. Van het geld heb ik niets meer over. Een bankbiljet van ƒ 20,- ben ik verloren en heb dit tot nu toe nog niet kunnen terugvinden. Voor het overige gedeelte heb ik in dien tusschentijd in verschillende cafetaria's etenswaren gekocht, ver Dit document vormt het slotstuk van een opsporingsonderzoek naar de diefstal van transportmiddelen (handkarren) in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De bewijsvoering is zeer gedetailleerd opgebouwd:
* De Koper (Van Rooyen): Verklaart te goeder trouw te zijn en heeft de transacties netjes in zijn register genoteerd en kwitanties gevraagd.
* De Benadeelde (Kars): Identificeert zijn eigendom aan de hand van de inscriptie "P. Kars" en verklaart geen toestemming voor verkoop te hebben gegeven.
* De Verdachte (Been): Legt een volledige bekentenis af. Hij bekent de karren onbeheerd te hebben meegenomen op specifieke data (27 dec, 30 dec en 4 jan) en geeft toe ze voor bedragen tussen de 25 en 28 gulden te hebben verkocht.
* Bewijslast: De politie beschikt over de fysieke karren, getekende kwitanties, een register en een fotografische identificatie. Het document dateert uit januari 1941, ten tijde van de Duitse bezetting van Nederland. De setting is de Centrale Markt in Amsterdam, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Karrenbazen en kruiers vormden een essentiële schakel in het transport van goederen tussen de markt en de rest van de stad (zoals het Waterlooplein).

De bedragen die genoemd worden (rond de 25 gulden per kar) waren in die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen vaak rond dit bedrag. Opvallend is de vermelding dat de verdachte het geld direct heeft uitgegeven in "cafetaria's", wat kan wijzen op de precaire economische omstandigheden en voedselsituatie tijdens de eerste oorlogsjaren, waarbij men direct consumeerde wat men aan contanten verkreeg. De juridische afhandeling volgt hier het normale Nederlandse strafrecht, zoals dat onder toezicht van de bezetter werd gecontinueerd voor commune delicten (zoals diefstal).

Samenvatting

Dit document vormt het slotstuk van een opsporingsonderzoek naar de diefstal van transportmiddelen (handkarren) in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De bewijsvoering is zeer gedetailleerd opgebouwd:
* De Koper (Van Rooyen): Verklaart te goeder trouw te zijn en heeft de transacties netjes in zijn register genoteerd en kwitanties gevraagd.
* De Benadeelde (Kars): Identificeert zijn eigendom aan de hand van de inscriptie "P. Kars" en verklaart geen toestemming voor verkoop te hebben gegeven.
* De Verdachte (Been): Legt een volledige bekentenis af. Hij bekent de karren onbeheerd te hebben meegenomen op specifieke data (27 dec, 30 dec en 4 jan) en geeft toe ze voor bedragen tussen de 25 en 28 gulden te hebben verkocht.
* Bewijslast: De politie beschikt over de fysieke karren, getekende kwitanties, een register en een fotografische identificatie.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1941, ten tijde van de Duitse bezetting van Nederland. De setting is de Centrale Markt in Amsterdam, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Karrenbazen en kruiers vormden een essentiële schakel in het transport van goederen tussen de markt en de rest van de stad (zoals het Waterlooplein).

De bedragen die genoemd worden (rond de 25 gulden per kar) waren in die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen vaak rond dit bedrag. Opvallend is de vermelding dat de verdachte het geld direct heeft uitgegeven in "cafetaria's", wat kan wijzen op de precaire economische omstandigheden en voedselsituatie tijdens de eerste oorlogsjaren, waarbij men direct consumeerde wat men aan contanten verkreeg. De juridische afhandeling volgt hier het normale Nederlandse strafrecht, zoals dat onder toezicht van de bezetter werd gecontinueerd voor commune delicten (zoals diefstal).

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt Waterlooplein Palmstraat).

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →