Proces-verbaal (Politie Amsterdam)
Origineel
Proces-verbaal (Politie Amsterdam) [Linksboven, handgeschreven in rood/blauw potlood:]
Gezien [paraaf]
[Getypt:]
PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/7/4 M.
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e Sectie 2e Afdeeling.
PROCES-VERBAAL.
[Linkerkolom]
Proces-verbaal contra Antonius Gerardus Erken, oud 18 jaar, kruier, wonende Willemstraat 108 te Amsterdam, verdacht van diefstal van 13 ledige kisten en contra Piet Faas, oud 20 jaar, knecht, wonende Haarlemmerdijk 96 te Amsterdam, verdacht van medeplichtigheid aan dien diefstal, gepleegd op 24 Maart 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van Cornelis de Jong, oud 56 jaar, groothandelaar in groenten, gevestigd Centrale Markt alhier en wonende Admiraal de Ruyterweg 25.
[Rechterkolom]
Op Zaterdag 22 Maart 1941, des voormiddags omstreeks 10 uur, werd ik ondergetekende, Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer Gemeente en dienstdoende aan de Centrale Markt alhier, door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Johan Cop, oud 22 jaar, personeel bij den groentengrossier C. de Jong en wonende Baffinstraat 37 te Amsterdam-West, in de hal van de Centrale Markt aangesproken en verklaarde hij aldus: "Heden morgen omstreeks 9.30 uur bevond ik mij in het pakhuis Hal 20, hetwelk mijn patroon, de groentengrossier C. de Jong voor de uitoefening van zijn bedrijf van Marktwezen in huur heeft, toen een mij van aanzien bekend persoon mij vertelde, dat twee hen van aanzien bekende personen vermoedelijk eenige ledige groentekisten hadden weggenomen van een partij, welke aan de achterzijde van pakhuis Hal 20 staat. Terstond begaf ik mij met dezen persoon naar de achterzijde van dit pakhuis, doch zagen wij niemand bij de stapel ledige kisten, welke daar staat en waarvan het mij bekend is, dat deze kisten aan mijn patroon toebehooren. Bij het natellen van het aantal bleek mij evenwel, dat van bedoelde stapel 19 kisten verdwenen waren. Zooals ik U reeds zei, is den naam van den persoon, die mij de mededeeling deed, niet bekend, doch is het mij wel mogelijk hem bij wederzien te herkennen."
Gezien de geringe aanwijzingen leverde een door mij, verbalisant, ingesteld onderzoek toen geen resultaat op. Waar ik de mogelijkheid echter groot achtte, dat een dergelijke daad zou worden herhaald, heb ik op Maandag 24 Maart 1941 van des voormiddags 8 uur speciaal pakhuis Hal 20 onder bewaking genomen. Om ongeveer 8.30 uur v.m. werd mij toen door Cop voornoemd, die zich in pakhuis Hal 20 bevond, een persoon aangewezen, welke door hem werd herkend als degene, die hem Zaterdag 22 Maart 1941 de hiervoor reeds genoemde mededeeling had gedaan. De door Cop bedoelde persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Willem Gerardus Bernardus Hagenbeek, oud 21 jaar, knecht en wonende Van Speijkstraat 116, alhier, verklaarde mij als volgt: "Op Zaterdag 22 Maart 1941, omstreeks 9.20 uur v.m. passeerde ik aan de achterzijde van pakhuis Hal 20, toen ik twee mij van aanzien bekende personen, die blijkbaar een ledige handkar bij zich hadden, achter bedoeld pakhuis bij een stapel ledige kisten zag staan. Toen ik even later weer langs deze plaats kwam zag ik daar nu een aantal ledige kisten op. Waar ik vermoedde, dat zij deze kisten hadden weggenomen van de stapel, welke achter het pakhuis Hal 20 staat, heb ik mij direct naar Cop begeven en hem in kennis gesteld van hetgeen ik had gezien. Tezamen zijn wij toen direct naar de bedoelde stapel kisten gegaan, doch waren de twee personen niet meer te zien. Naar Cop mij toen vertelde miste hij 19 kisten van de stapel. Hoewel ik de namen van deze twee personen niet weet is het mij wel mogelijk hen bij wederzien te herkennen.
Nadat ik, verbalisant, Hagenbeek had gehoord heb ik mij weer naar de achterzijde van pakhuis Hal 20 begeven en zag ik om circa 9.30 uur v.m. twee mij onbekende personen naderen, die een handkar met zich voerden. Deze personen, die mij later opgaven respectievelijk te zijn genaamd: Antonius Gerardus Erken, geboren te Amsterdam, 5 Maart 1923, van beroep kruier, wonende Willemstraat 108 te Amsterdam-Centrum en: Piet Faas, geboren te Amsterdam, 7 December 1919, van beroep groentenknecht, wonende Haarlemmerdijk 96 te Amsterdam-Centrum, zetten de handkar, die zij met zich voerden, dicht bij de stapel ledige kisten, welke achter pakhuis Hal 20 stond, neer, terwijl zij zich op min of meer verdachte wijze daarbij ophielden, hetgeen mij bleek uit het feit, dat zij eenige malen om zich heen keken en voorts hun aandacht blijkbaar richtten op de stapel kisten. Nadat zij even met elkaar hadden staan praten begaf Faas zich naar de toegangspoort van het gebouw, welke zich bevindt naast pakhuis Hal 28 en bleef daar blijkbaar op den uitkijk staan. Hierna zag ik, verbalisant, dat Erken van de besproken stapel kisten een deel afnam en deze op meergenoemde handkar deponeerde, waarna hij zich met deze handkar wilde verwijderen. Juist toen Erken zich wilde verwijderen werd hij door een knecht van /de twee personen met dezelfde handkar rijden, doch bevonden zich
ggk.
[Handtekening linksonder]
[Onleesbaar/Paraaf]
--- * Juridische context: Het document is een officieel proces-verbaal van de Amsterdamse politie. Het beschrijft een geval van diefstal van bedrijfseigendommen (houten groentekisten) op de Centrale Markt.
* Opsporingsmethode: Opvallend is de actieve surveillance ("onder bewaking genomen") door de ambtenaar na een eerdere melding van diefstal. Dit wijst op een proactieve aanpak van kleine criminaliteit op de marktterreinen.
* Feitelijke weergave: Het verslag is zeer gedetailleerd over tijden, locaties (Hal 20, Hal 28) en de gedragingen van de verdachten ("verdachte wijze", "om zich heen keken", "op den uitkijk staan").
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk-juridisch Nederlands uit het midden van de 20e eeuw (bijv. "des voormiddags", "hetwelk", "verbalisant").
* Opmerking bij de tekst: De tekst breekt onderaan de pagina af midden in een zin ("doch bevonden zich"). De afkorting "ggk" onderaan staat waarschijnlijk voor "gezien en goedgekeurd" of een administratieve code.
--- Dit document stamt uit maart 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting niet expliciet wordt genoemd, is de economische context van belang: door schaarste en distributiemaatregelen werden ook eenvoudige zaken als houten verpakkingsmaterialen (kisten) waardevol. De diefstal vond plaats op de Centrale Markt in Amsterdam (gelegen bij de Jan van Galenstraat), die in die tijd het kloppende hart was van de voedselvoorziening in de stad. De verdachten zijn jonge mannen (18 en 20 jaar) uit volksbuurten zoals de Jordaan (Willemstraat) en de Haarlemmerbuurt. Voor historici biedt dit document inzicht in de dagelijkse rechtshandhaving en de sociale omstandigheden in oorlogstijd. C. de Jong Marktwezen Politie