Proces-verbaal (pagina 3)
Origineel
Proces-verbaal (pagina 3) 29 maart 1941 -3-
Maart 1941 mij eveneens aan diefstal van ledige kisten zou hebben schuldig gemaakt ontken ik beslist."
Hierna hoorde ik, verbalisant, verdachte Faas, die mij het volgende verklaarde: "Hedenmorgen om 8 uur heb ik mij met een handkar op het terrein van de Centrale Markt begeven om aldaar voor mijn baas ledige kisten in te leveren en de door hem bij verschillende grossiers gekochte goederen te ontvangen. Toen ik mij om ongeveer 9 uur v.m. ter hoogte van het Halgebouw bevond ontmoette ik daar den mij bekenden Erken, die mij vertelde, dat hij van plan was om, waar een gunstige gelegenheid was, eenige ledige kisten weg te nemen. Hij verzocht mij toen hem hierbij behulpzaam te zijn door hem de handkar, die ik bij mij had ter leen te geven, opdat hij daarmede de ledige kisten, die hij zou kunnen wegnemen, kon vervoeren. Eerst wilde ik er niet op in gaan, doch toen hij mij vertelde, dat hij nog eenige boetes moest betalen of anders een week naar een tuchthuis moest, heb ik toch aan zijn verzoek gevolg gegeven. Wij hebben ons toen samen naar de achterzijde van pakhuis Hal 20 begeven en de handkar aldaar dicht bij een stapel ledige kisten neergezet. Terwijl ik nu op eenigen afstand ging staan om uit te kijken nam Erken een gedeelte van de stapel ledige kisten af en laadde die op de handkar, welke ik hem ter leen had gegeven. Direct nadat hij dit had gedaan werd hij echter door iemand vast gegrepen en met de handkar medegenomen, terwijl ik onmiddellijk daarna door U werd aangehouden en naar pakhuis Hal 20 werd overgebracht. De kisten, welke U mij vertoont, (ik, verbalisant, vertoon aan Faas de door mij inbeslaggenomen kisten, welke zich nog op meergenoemde handkar bevinden) behoorden niet tot degenen, welke ik voor mijn baas moest inleveren, doch zijn waarschijnlijk degenen, die Erken heeft weggenomen. Het lag niet in mijn bedoeling om met Erken het statiegeld van de kisten, hetwelk hij dacht te ontvangen, te deelen. Dat ik mij op Zaterdag 22 Maart 1941 op de Centrale Markt aan diefstal van ledige kisten heb schuldig gemaakt ontken ik."
Tenslotte hoorde ik, verbalisant, op 24 Maart 1941 Cornelis de Jong, oud 56 jaar, grossier in groenten en fruit, gevestigd Centrale Markt Hal 20 en wonende Admiraal de Ruyterweg 25 te Amsterdam-West, die mij, nadat ik hem van vorenstaande in kennis had gesteld, aangifte deed en verklaarde: "Ik heb van Marktwezen, voor de uitoefening van mijn bedrijf, pakhuis Hal 20 van de Centrale Markt in huur. Aan de achterzijde van dit pakhuis staat een partij ledige kisten, waarvoor ik aan de betrokken veiling, waarvan deze kisten afkomstig zijn, al naar gelang de waarde van elke kist, een bedrag aan statiegeld heb betaald. Zooals U mij thans mededeelt heeft deze persoon, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan De Jong verdachte Erken) hedenmorgen 13 ledige kisten van de genoemde stapel weggenomen, met de bedoeling om het statiegeld, dat hij hiervoor zou ontvangen voor zichzelf te behouden. Ik heb aan dezen persoon echter geen toestemming gegeven om de ledige kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Was het dezen persoon gelukt zijn daad onopgemerkt te volvoeren dan zou ik hierdoor zijn benadeeld voor een bedrag van f 7,80. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan De Jong de door mij inbeslaggenomen kisten) herken ik als soortgelijk aan degenen, welke veelal door mij worden gebruikt. Indien hiertoe termen aanwezig verzoek ik U tegen Erken een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."
[Signatuur onleesbaar] C. de Jong
Na voorloopig door mij, verbalisant, te zijn gehoord, heb ik Erken en Faas weer heengezonden.
Van de dertien door mij inbeslaggenomen kisten heb ik er 11 aan De Jong teruggegeven, terwijl ik een kist, gemerkt "V.V.Honselersdijk" en een kist gemerkt "V.V.Naaldwijk" in beslag heb gehouden. Beide kisten zullen door mij op wettige wijze worden gedeponeerd aan de Griffie van de Arrondissements-Rechtbank alhier.
En heb ik hiervan, op den door mij afgelegden ambtseed, dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend en gesloten te Amsterdam 29 Maart 1941.
De Ambtenaar van het Marktwezen,
Commissaris, [Signatuur: Veltman(?)] Het document beschrijft de afronding van een onderzoek naar de diefstal van veilingkisten op de Amsterdamse Centrale Markt. De kern van de zaak is als volgt:
- Verdachte Faas geeft toe zijn handkar te hebben uitgeleend aan de andere verdachte, Erken, zodat deze kisten kon stelen. Faas beweert dat hij dit uit medelijden deed omdat Erken boetes moest betalen en anders naar de gevangenis (tuchthuis) moest. Hij ontkent echter medeplichtigheid aan een eerdere diefstal op 22 maart en beweert dat hij niet zou meedelen in de winst.
- Cornelis de Jong, een lokale grossier, doet formeel aangifte. Er zijn 13 kisten ontvreemd met een totale statiegeldwaarde van 7,80 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd, vergelijkbaar met ongeveer 60-70 euro nu).
- De verbalisant heeft de verdachten na verhoor heengezonden, maar houdt twee specifieke kisten (gemerkt met de veilingen van Honselersdijk en Naaldwijk) achter als bewijsmateriaal voor de rechtbank. Dit document stamt uit maart 1941, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan goederen en transportmiddelen toe.
De Centrale Markt in Amsterdam was het kloppend hart van de voedseldistributie. Kleine criminaliteit, zoals de diefstal van emballage (kisten), kwam veelvuldig voor omdat het statiegeld een snelle manier was om aan contant geld te komen. De ambtenaren van het 'Marktwezen' traden hierbij vaak op als hulpofficieren van justitie. Het feit dat er specifiek wordt gesproken over veilingkisten uit het Westland (Naaldwijk/Honselersdijk) illustreert de logistieke lijnen die destijds de stad bevoorraadden.