Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 154
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief / Officiële correspondentie.

30 maart 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Ambtsbrief / Officiële correspondentie. 30 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). VP/HG. Extra

24/10/2 M.
30 Maart 1939.

Toilethuisje Amstelveld.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 23 dezer om spoedig advies ontvangen stukken no. 733 L.M. 1937 heb ik de eer U te berichten, dat het toilethuisje op het Amstelveld, dat sedert geruimen tijd niet meer wordt gebruikt, voor het Marktwezen geen beteekenis heeft. Mijnerzijds bestaat tegen verwijdering in het geheel geen bezwaar. Indien echter handhaving, om andere redenen, wenschelijk zou zijn, dan kan ik mij ook daarmede vereenigen.

De Directeur, Deze korte ambtelijke correspondentie betreft een besluitvormingsproces over de openbare ruimte in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  • Status van het object: Het toilethuisje op het Amstelveld is op dat moment al geruime tijd buiten gebruik.
  • Standpunt Dienst: De directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen, gezien de context van het Amstelveld als marktplein) geeft aan dat het gebouwtje geen enkel nut meer dient voor de marktactiviteiten.
  • Besluitvorming: Er is vanuit zijn expertise geen bezwaar tegen de sloop ("verwijdering"). Echter, de directeur houdt een slag om de arm: mochten andere diensten (zoals Monumentenzorg of Stadsreiniging) redenen zien om het te behouden, dan legt hij zich daar ook bij neer.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de typisch formele en beleefde ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "mijnerzijds", "daarmede vereenigen"). Het Amstelveld in Amsterdam is historisch een belangrijke plek voor markten (zoals de bekende maandagse plantenmarkt). In de jaren '30 vond er een rationalisatie van de stadsruimte plaats, waarbij veel verouderde straatmeubilair of ongebruikte faciliteiten werden heroverwogen.

De Wethouder voor de Levensmiddelen was in die periode vaak verantwoordelijk voor de marktwezen-portefeuille. De term "kantbrief" in de tekst verwijst naar een korte schriftelijke instructie of vraag die vaak in de kantlijn van een ander dossierstuk was geschreven om advies te vragen. De vermelding "A l h i e r" (met spaties tussen de letters voor nadruk) was de standaardwijze om aan te geven dat de ontvanger zich in dezelfde stad bevond als de afzender.

Samenvatting

Deze korte ambtelijke correspondentie betreft een besluitvormingsproces over de openbare ruimte in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  • Status van het object: Het toilethuisje op het Amstelveld is op dat moment al geruime tijd buiten gebruik.
  • Standpunt Dienst: De directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen, gezien de context van het Amstelveld als marktplein) geeft aan dat het gebouwtje geen enkel nut meer dient voor de marktactiviteiten.
  • Besluitvorming: Er is vanuit zijn expertise geen bezwaar tegen de sloop ("verwijdering"). Echter, de directeur houdt een slag om de arm: mochten andere diensten (zoals Monumentenzorg of Stadsreiniging) redenen zien om het te behouden, dan legt hij zich daar ook bij neer.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de typisch formele en beleefde ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "mijnerzijds", "daarmede vereenigen").

Historische Context

Het Amstelveld in Amsterdam is historisch een belangrijke plek voor markten (zoals de bekende maandagse plantenmarkt). In de jaren '30 vond er een rationalisatie van de stadsruimte plaats, waarbij veel verouderde straatmeubilair of ongebruikte faciliteiten werden heroverwogen.

De Wethouder voor de Levensmiddelen was in die periode vaak verantwoordelijk voor de marktwezen-portefeuille. De term "kantbrief" in de tekst verwijst naar een korte schriftelijke instructie of vraag die vaak in de kantlijn van een ander dossierstuk was geschreven om advies te vragen. De vermelding "A l h i e r" (met spaties tussen de letters voor nadruk) was de standaardwijze om aan te geven dat de ontvanger zich in dezelfde stad bevond als de afzender.

Gerelateerde Documenten 6