Administratieve kaart/notitie betreffende een marktvergunning.
Origineel
Administratieve kaart/notitie betreffende een marktvergunning. 27 november 1938/1939 tot 6 april 1939. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/11/1 1939
DOORGEZONDEN: 31/3
[Hoofdtekst:]
J. de Groot
voorkeurskaart no. 156 Waterlooplein
no 30/103/5 d/d 29/3/39 bakken van
oliebollen en patates-frites op
Waterlooplein toegestaan.
[Aantekeningen onderaan:]
Opbergen.
[Doorgehaalde tekst: Verl. stroom ...]
Zal vergunning morgen aan
Burgemeester en Wethouders oproepen
3-4-39
[Paraaf/Handtekening] p. 5/4 39
5-4-39
de Boer.
[Rechtsonder:]
Opb 6-4-39 [Paraaf]
[Handtekening]
[Gedrukte tekst onderaan:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Administratief proces: Het document volgt de goedkeuring van een vergunning voor een marktkoopman (J. de Groot). De vergunning betreft een specifieke locatie (Waterlooplein) en specifieke producten (oliebollen en patates-frites).
* Tijdlijn: De beslissing is genomen op 29 maart 1939. De kaart laat zien dat het dossier op 31 maart is doorgezonden, op 3 april is voorbereid voor het college van B&W, en op 5 en 6 april administratief is afgehandeld ("Opb" staat waarschijnlijk voor Opbergen).
* Terminologie: "Voorkeurskaart" duidt op een systeem van anciënniteit of vaste standplaatsen op de markt. Het bakken van "patates-frites" op straat was in 1939 een opkomend fenomeen in Nederland. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van de gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken). Het Waterlooplein was destijds een zeer drukke en belangrijke markt, midden in de Joodse buurt van Amsterdam. De strikte regulering van wat er verkocht mocht worden (oliebollen en frites) was kenmerkend voor de marktverordeningen van die tijd. De vermelding van patates-frites is interessant, daar dit destijds nog een relatief nieuw type snack was op de Nederlandse markten in vergelijking met de traditionele oliebol.