Ambtelijke brief/rapportage betreffende een tuchtrechtelijke maatregel.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende een tuchtrechtelijke maatregel. 8 augustus 1941 (verzonden op 11 augustus 1941). [Handgeschreven rechtsboven:] W. Broere [?]
[Stempel/kenmerk linksboven:] 77/36/3 II n 2
[Handgeschreven blauw potlood:] Verzonden 11/8
[Rechtsboven:] G.
8 Augustus 1941.
Straf kooper K.A.J.Smit
Centrale Markt.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 1 Augustus jl. door den contrôleur D.H.V. Schiermeier van myn dienst opgemaakt rapport, waaruit blykt, dat K.A.J.Smit, wonende Admiraal de Ruyterweg 164 huis, alhier, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een ledige kist, toebehoorende aan den kooper A.Poortje. Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwyl Smit voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzyds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tyd van veertien dagen, namelyk van 5 tot en met 18 Augustus 1941.
Nadat Smit de toegang tot de Centrale Markt is ontzegd, heeft hy alsnog getracht althans een persoon, in stryd met de waarheid, te zynen behoeve een verklaring te doen afleggen (vide rapport d.d. 5 Augustus 1941 van den contrôleur Schiermeier van myn dienst, dat in bylage dezes wordt overgelegd).
Ik ben van meening, dat Smit in verband met den door hem gepleegden diefstal voor langeren tyd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Smit, in aansluiting op myn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tyd van zes maanden, zulks met ingang van 19 Augustus a.s.
Smit is in April van dit jaar gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tyd van een week, eveneens wegens diefstal van een ledige kist. By de bepaling van deze straf was rekening gehouden zoowel met den leeftyd van den betrokkene als met de omstandigheid, dat hy sinds meer dan 25 jaar een bekende winkelzaak dryft op den Admiraal de Ruyterweg. Tevens toonde Smit een zoodanig... [einde pagina] Dit document is een ambtelijke voordracht voor een zwaardere strafmaatregel tegen een Amsterdamse koopman, K.A.J. Smit. De essentie van de zaak is de diefstal van een lege kist op de Centrale Markt. Hoewel de initiële straf een marktontzegging van veertien dagen was, wordt hier gepleit voor een verlenging naar zes maanden.
De argumenten voor deze strafverzwaring zijn:
1. Recidive: Smit is in april 1941 al eerder beboet voor exact hetzelfde vergrijp (diefstal van een lege kist).
2. Beïnvloeding: Smit heeft na zijn schorsing geprobeerd een getuige een valse verklaring te laten afleggen.
3. Beroepsernst: Ondanks dat hij al 25 jaar een bekende winkelier is (wat voorheen als verzachtende omstandigheid gold), wordt zijn gedrag nu als onacceptabel beschouwd voor de orde op de markt. Het document dateert uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur van Amsterdam was in deze periode aangepast aan het 'Führerprinzip'; er wordt in de tekst verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (waarschijnlijk Edward Voute, die kort daarna burgemeester werd).
De Centrale Markt was in oorlogstijd een vitale schakel in de voedselvoorziening en distributie. Diefstal, hoe klein ook (zoals een lege kist, die destijds waarde had vanwege materiaaltekorten), en fraude werden in deze context zeer hoog opgenomen om de discipline in de distributieketen te handhaven. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor de distributie en de gang van zaken op de markten in een tijd van toenemende schaarste. A. Poortje D.H.V. Schiermeier K.A.J. Smit W. Broere