Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage. 12 juni 1939 (gebaseerd op de handgeschreven datum rechtsboven). Het stempel linksboven dateert uit de eerste helft van 1939. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 24/13/2 1939
DOORGEZONDEN: 10/6
[Rechtsboven:]
137
Insp.
Advies s.v.p.
12-6-39 [paraf]
[Midden:]
8
[Hoofdtekst:]
Amstelveld
Inderdaad is Sternfeld door mij in overleg met directeur toegestaan om als standwerker een plaats in te nemen op de markten Amstelveld en Uilenburg onder voorwaarde dat Sternfeld zich in hoofdzaak zou bepalen tot den verkoop van een of ander artikel en met zijn attracties, zooals het breken van ijzer, enz uitsluitend zou trachten publiek te lokken.
Sternfeld heeft zich daaraan echter niet gehouden. De attracties werden hoofdzaak en de verkoop van zijn artikel bijzaak. Het was een... De tekst betreft een ambtelijke rapportage over een verleende marktvergunning. De schrijver (waarschijnlijk een inspecteur of marktmeester) legt uit dat een zekere Sternfeld toestemming had om als standwerker op twee specifieke Amsterdamse markten te staan.
De kern van de rapportage is een overtreding van de geldende regels voor standwerkers. De voorwaarde voor hun aanwezigheid was dat de "attractie" (het spektakel om mensen te trekken, in dit geval "het breken van ijzer") slechts een middel mocht zijn om publiek te lokken voor de daadwerkelijke verkoop van goederen. Volgens de rapporteur draaide Sternfeld dit om: hij gaf een show (hoofdzaak) zonder dat de verkoop centraal stond. Dit werd gezien als een ongeoorloofde manier om een standplaats te gebruiken. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel in de jaren dertig. Het Amstelveld en de Uilenburg (een buurt met een grote Joodse populatie) waren belangrijke handelsplaatsen.
De datering (juni 1939) is historisch pikant: het is slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De achternaam "Sternfeld" wijst op een Joodse achtergrond van de standwerker. In deze periode nam de administratieve druk op en controle van Joodse Amsterdammers toe. Hoewel dit document op het eerste gezicht een louter economische/bureaucratische kwestie lijkt over marktregels, past de nauwgezette rapportage over kleine overtredingen door Joodse handelaren in het bredere tijdsbeeld van die jaren. De notitie lijkt een voorbereiding te zijn voor een sanctie of het intrekken van de vergunning.