Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 17 september 1941 (ingekomen/verwerkt op 18 september 1941). J.M. Bommel. "Den W.E. Heer" (Wel Edel Achtbare Heer, vermoedelijk een rechter of ambtenaar van het Openbaar Ministerie). № 77/42/6 M. 19 A [stempel] 17/9 . 1941
18/9 [bijgeschreven]
Aan Den W E Heer
Bij Deze verzoek ik u W E Heer
het vonnis van J M Bommel dat
tot mij spijt is gebeurd met die
Druiven welke onverkoopbaar
waren mij zoo een straf opte leggen
Daar 2 Markmeesters ze zelf heeft
gezien en dat ik wel 4 of 6 groente
winkelier tot getuigen kan krijgen
die de Druiven ook gezien heeft
Daar mij Patroon geen werk voor
mij hadt was de Patroon er mee
bewilligd maar wist niet dat de
straf zoo zwaar zou uitvallen
Daarom verzoek ik U E Heer
het vonnis zooveel mogelyk te
wijzigen
Zoo verblyf ik in afwachting
W E Dienaar
J M Bommel.
Elandsstraat 95 III
Centrum 77 In deze brief verzoekt J.M. Bommel om herziening of vermindering van een opgelegd vonnis. De kern van de zaak betreft een incident met "onverkoopbare druiven". Hoewel de exacte aard van de overtreding niet expliciet wordt genoemd, suggereert de tekst dat Bommel gestraft is voor handelingen met bedorven of kwalitatief slechte waar.
Bommel voert drie argumenten aan ter verdediging:
1. Getuigenis van autoriteiten: Twee markmeesters (toezichthouders op de markt) hebben de staat van de druiven persoonlijk waargenomen.
2. Getuigenis van vakgenoten: Hij kan vier tot zes andere groentewinkeliers oproepen die kunnen bevestigen dat de druiven inderdaad onverkoopbaar waren.
3. Toestemming van de werkgever: Zijn "patroon" (werkgever) had op dat moment geen ander werk voor hem en stemde in met zijn handelen, al had deze de ernst van de juridische gevolgen niet voorzien.
De brief is geschreven in een formele, ietwat onderdanige stijl ("W.E. Dienaar"), passend bij de tijdgeest en de verhouding tussen burger en overheid, ondanks enkele grammaticale imperfecties. Het document dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was er een streng toezicht op de kwaliteit en distributie van goederen om zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan. De "Markmeester" speelde een cruciale rol in dit toezicht.
De Elandsstraat ligt in de Jordaan, destijds een volksbuurt in Amsterdam. Het feit dat Bommel op de derde verdieping (95-III) woonde en spreekt over een "patroon", duidt op een achtergrond in de arbeidersklasse of kleine middenstand. Een zware straf of boete zou in die tijd, waarin schaarste heerste, een enorme impact hebben op het levensonderhoud van een gezin. Dit verklaart de dringende toon van het verzoek om het vonnis "zooveel mogelyk te wijzigen". J.M. Bommel W.E. Dienaar W.E. Heer