Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 198
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift of klaagschrift).

Van: J. Burgerhout, wonende aan de Lijnbaansgracht 382 I te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift of klaagschrift). J. Burgerhout, wonende aan de Lijnbaansgracht 382 I te Amsterdam. zoodat ik geen kans kreeg om mijn brood te kun-
nen verdienen. Toen sprak ik met marktmeester
De Vries daarover en deze zeide, dater aan den andere
kant, tegenover Brillenslijper nog een plaats ope-
was en dat ik daar dan wel kon staan, maar dat
was een teleurstelling voor mij, daar ^het volk^ alle naar
de andere kant, waar de standwerkers e demonstraturs
staan loope. en aan de kant waar ik nu sta haast
geen volk loopt. En nu ik van mijn plaats aan den
waterkant weg ben, nu krijgen de standwerkers
aan weerszijde van hun plaats een groote tusschen-
ruimte, had ik dat toen ook gehad ik was op
mijn oude plaats blijven staan, maar toen moeste
wij vlak op elkaar staan, dat U begrijpt wel
dat iemand van 67 jaar daarniet tege op kon
tegen twee jonge manne, daar had de marktmeester
ook eenigzins rekening mee moeten houden en mij
dan aan de andere kant van Machielse een plaats
kunnen aanwijzen, want daar waren nog drie plaatsen
vrij, waarvoor ik mij direct op de lijst in het huisje
van de markt meester als No 1 heb laten plaatsen, doch
ik vist visch achter het net.
Hoopende een gunstig antwoord van UEd: te mogen
vernemen, verblijf ik
Uw Hoogachtend
Lijnbaansgracht 382 I J. Burgerhout
A:dam.. In deze brief uit J. Burgerhout, een 67-jarige marktkoopman uit Amsterdam, zijn ongenoegen over zijn huidige standplaats. De kern van zijn betoog is dat de marktmeester (De Vries) hem naar een locatie heeft verplaatst waar nauwelijks publiek komt ("geen volk loopt"), terwijl de drukte zich concentreert aan de overkant bij de standwerkers en demonstrateurs.

Burgerhout voelt zich onrechtvaardig behandeld omdat hij zijn oude plek aan de waterkant moest opgeven vanwege ruimtegebrek. Hij wijst op zijn leeftijd en stelt dat hij fysiek niet kon concurreren met de "twee jonge manne" die vlak op hem stonden. Saillant detail is zijn bewering dat hij zich als eerste ("No 1") had ingeschreven voor een van de drie vrije plaatsen aan de gunstige kant van de markt, maar dat hij desondanks "achter het net viste". De brief is een direct beroep op de redelijkheid van de autoriteiten (geadresseerd als UEd, Uw Edelgestrenge/Edelachtbare) om zijn broodwinning veilig te stellen. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de informele economie van Amsterdam in de vroege 20e eeuw. De marktreglementering was destijds streng maar ook onderhevig aan de grillen of besluiten van de marktmeester. De brief illustreert de precaire positie van oudere arbeiders en kleine zelfstandigen in een tijd zonder uitgebreid sociaal vangnet; voor een 67-jarige was de marktplaats letterlijk de enige manier om "zijn brood te kunnen verdienen".

De genoemde locaties en namen (Lijnbaansgracht, de "waterkant", mogelijk de Westermarkt of Noordermarkt gezien de context) plaatsen het verhaal in de Jordaan of directe omgeving. Het taalgebruik, met archaïsche vormen zoals "loope" en de uitdrukking "visch achter het net vissen", is typerend voor een tijd waarin de spellingwetten nog in beweging waren en de burger zich eerbiedig doch dwingend tot de overheid richtte.

Samenvatting

In deze brief uit J. Burgerhout, een 67-jarige marktkoopman uit Amsterdam, zijn ongenoegen over zijn huidige standplaats. De kern van zijn betoog is dat de marktmeester (De Vries) hem naar een locatie heeft verplaatst waar nauwelijks publiek komt ("geen volk loopt"), terwijl de drukte zich concentreert aan de overkant bij de standwerkers en demonstrateurs.

Burgerhout voelt zich onrechtvaardig behandeld omdat hij zijn oude plek aan de waterkant moest opgeven vanwege ruimtegebrek. Hij wijst op zijn leeftijd en stelt dat hij fysiek niet kon concurreren met de "twee jonge manne" die vlak op hem stonden. Saillant detail is zijn bewering dat hij zich als eerste ("No 1") had ingeschreven voor een van de drie vrije plaatsen aan de gunstige kant van de markt, maar dat hij desondanks "achter het net viste". De brief is een direct beroep op de redelijkheid van de autoriteiten (geadresseerd als UEd, Uw Edelgestrenge/Edelachtbare) om zijn broodwinning veilig te stellen.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de informele economie van Amsterdam in de vroege 20e eeuw. De marktreglementering was destijds streng maar ook onderhevig aan de grillen of besluiten van de marktmeester. De brief illustreert de precaire positie van oudere arbeiders en kleine zelfstandigen in een tijd zonder uitgebreid sociaal vangnet; voor een 67-jarige was de marktplaats letterlijk de enige manier om "zijn brood te kunnen verdienen".

De genoemde locaties en namen (Lijnbaansgracht, de "waterkant", mogelijk de Westermarkt of Noordermarkt gezien de context) plaatsen het verhaal in de Jordaan of directe omgeving. Het taalgebruik, met archaïsche vormen zoals "loope" en de uitdrukking "visch achter het net vissen", is typerend voor een tijd waarin de spellingwetten nog in beweging waren en de burger zich eerbiedig doch dwingend tot de overheid richtte.

Gerelateerde Documenten 6