Ambtelijke notitie / intern memo betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memo betreffende marktvergunningen. Aangezien de schuld van Brand weer geregeld oploopt, geef ik U in overweging thans aan den Wethouder voor te stellen zijn vergunning tot het plaatsen van stallen op de markt Maasplein, definitief in te trekken.
P. Wayeres en A. Jansen moeten nu worden gewaarschuwd, dat zij zorg hebben te dragen, hun schuld spoedig af te doen, daar anders zal worden voorgesteld hun vergunning in te trekken.
27-3-'41
de Boer
A Jansen zal van heden af geregeld afbetalen.
28-3-'41
de Boer
[Omcirkelde tekst:]
wachten tot 85/1/14 terug is bij inspecteur.
Brand heeft betaald. Overige kramers-verhuurders, die achterstallig zijn in betaling zijn op 15/4-'41 gewaarschuwd (zie 85/1/15 en 17).
16/4-'41 [onleesbare paraaf]
opb [?] 16/4 '41 Het document is een administratieve opvolging van achterstallige betalingen door marktkooplieden of stalhouders op het Maasplein. De tekst schetst een escalatieproces:
1. Dreiging: Vanwege oplopende schulden wordt voorgesteld de vergunning van de heer Brand in te trekken via de Wethouder.
2. Waarschuwing: De heren Wayeres en Jansen krijgen een laatste waarschuwing om hun schulden te voldoen.
3. Resultaat: Een dag later (28 maart) is er een afspraak met Jansen. Medio april blijkt dat Brand zijn schuld heeft voldaan, terwijl andere achterstallige "kramers-verhuurders" alsnog officieel zijn gewaarschuwd.
4. Referenties: Er wordt verwezen naar dossiernummers (85/1/14, 15 en 17), wat duidt op een gestructureerd archiefsysteem. Het document dateert uit het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie niet direct wordt benoemd, weerspiegelt de notitie de strikte voortzetting van het gemeentelijk apparaat en de handhaving van marktverordeningen in die tijd. Het Maasplein in Rotterdam was een belangrijke locatie voor handel en bedrijvigheid; de marktmeester of een vergelijkbare ambtenaar (hier mogelijk "de Boer") hield nauwgezet toezicht op de inkomsten van de gemeente via de marktgelden. De nadruk op het intrekken van vergunningen toont aan dat dit een effectief dwangmiddel was in een tijd van economische schaarste en onzekerheid. Brand P. Wayeres A. Jansen Wethouder Inspecteur De Boer (ondertekenaar).
Samenvatting
Het document is een administratieve opvolging van achterstallige betalingen door marktkooplieden of stalhouders op het Maasplein. De tekst schetst een escalatieproces:
1. Dreiging: Vanwege oplopende schulden wordt voorgesteld de vergunning van de heer Brand in te trekken via de Wethouder.
2. Waarschuwing: De heren Wayeres en Jansen krijgen een laatste waarschuwing om hun schulden te voldoen.
3. Resultaat: Een dag later (28 maart) is er een afspraak met Jansen. Medio april blijkt dat Brand zijn schuld heeft voldaan, terwijl andere achterstallige "kramers-verhuurders" alsnog officieel zijn gewaarschuwd.
4. Referenties: Er wordt verwezen naar dossiernummers (85/1/14, 15 en 17), wat duidt op een gestructureerd archiefsysteem.
Historische Context
Het document dateert uit het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie niet direct wordt benoemd, weerspiegelt de notitie de strikte voortzetting van het gemeentelijk apparaat en de handhaving van marktverordeningen in die tijd. Het Maasplein in Rotterdam was een belangrijke locatie voor handel en bedrijvigheid; de marktmeester of een vergelijkbare ambtenaar (hier mogelijk "de Boer") hield nauwgezet toezicht op de inkomsten van de gemeente via de marktgelden. De nadruk op het intrekken van vergunningen toont aan dat dit een effectief dwangmiddel was in een tijd van economische schaarste en onzekerheid.