Administratieve lijst van openstaande posten of schulden.
Origineel
Administratieve lijst van openstaande posten of schulden. 22 maart 1941 (hoofdtekst); 25 maart 1941 (stempel); april 1941 (notities onderaan). [Stempel linksboven:]
No 05 / 1 / 13 M. 1941 25/3
[Hoofdtekst:]
Schulden kramenverhuur
per 22 maart 1941
Schuld vrije afrekening
S. Abram | 1.44. | 0.63.
F. Wagener | 9.- | 9.67
J. Brand | 5.18 | 3.77. [In rood:] X
M. Gelder | 3 ~ | 2.73.
J.J. G. K. Harings | 0.58 | 0.52
mol | 0.02 | 0.02
M. Schelvis | 1.77. | 1.71
J. I. N. Fritchy | 0.43 | 0.25
L. M. Gerding | 5.30 | 3.00
M. J. Gijskens | 2.46 | 0.40
A. Jansen | 7.69 | 0.60
J. Jongbloed | 1.37 | 1.34.
J. C. Meijer | 2.02 | 0.97
L. Pikkers | 0.63 | tegoed 0.09.
A. J. Roger | 2.30 | 1.16
S. Schelvis | 2.60 | 1.55
D. Gubbels sr. | 1.19 | 0.47
Fr. Gubbels jr. | 2.67. | 1.44
Gomido | 2.90 | 1.37
M. Vos | 3.03 | 1.32
S. Vos | 6.04. | 2.50.
[Onderaan links, met blauwe/zwarte pen:]
Opbergen
14-4 '41
de Haan
[Onderaan rechts, in rode inkt:]
Inspecteur
zie J. Brand
op b d 16/4 '41
[Rechteronderhoek:] D * Inhoud: Het document is een financiële overzichtslijst van marktkooplieden die huur verschuldigd waren voor hun kramen. De eerste kolom (groen onderstreept) toont de initiële schuld; de tweede kolom toont het bedrag na een "vrije afrekening" (mogelijk een minnelijke schikking of gedeeltelijke kwijtschelding).
* Annotaties: De rode X bij J. Brand en de bijbehorende rode notitie onderaan wijzen op een specifieke casus die door een inspecteur moest worden afgehandeld. Bij L. Pikkers is sprake van een "tegoed", wat betekent dat deze persoon meer had betaald dan strikt noodzakelijk.
* Ambtelijke verwerking: De opmerking "Opbergen" door de ambtenaar De Haan op 14 april 1941 markeert de afsluiting van dit administratieve proces voor het archief. * Historisch kader: Maart/april 1941, Nederland tijdens de Duitse bezetting. Dit is kort na de Februaristaking. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen in de economische sfeer steeds strenger.
* Sociaal-economisch: Namen zoals Abram, Schelvis en Vos op de lijst duiden op een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in het Amsterdamse (of lokale) marktwezen. Veel van deze ondernemers werden in 1941 gedwongen hun activiteiten te staken of werden naar afgezonderde markten verplaatst.
* Bureaucratie: Het document illustreert de nauwkeurige wijze waarop de bezettingsbureaucratie de kleinhandel en de bijbehorende geldstromen bleef administreren en controleren, zelfs in tijden van grote maatschappelijke onrust. A. Jansen C. Meijer D. Gubbels F. Wagener J. Brand J. Gijskens J. Jongbloed J. Roger K. Harings L. Pikkers M. Gelder M. Gerding M. Schelvis M. Vos N. Fritchy S. Abram S. Schelvis S. Vos Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een financiële overzichtslijst van marktkooplieden die huur verschuldigd waren voor hun kramen. De eerste kolom (groen onderstreept) toont de initiële schuld; de tweede kolom toont het bedrag na een "vrije afrekening" (mogelijk een minnelijke schikking of gedeeltelijke kwijtschelding).
- Annotaties: De rode X bij J. Brand en de bijbehorende rode notitie onderaan wijzen op een specifieke casus die door een inspecteur moest worden afgehandeld. Bij L. Pikkers is sprake van een "tegoed", wat betekent dat deze persoon meer had betaald dan strikt noodzakelijk.
- Ambtelijke verwerking: De opmerking "Opbergen" door de ambtenaar De Haan op 14 april 1941 markeert de afsluiting van dit administratieve proces voor het archief.
Historische Context
- Historisch kader: Maart/april 1941, Nederland tijdens de Duitse bezetting. Dit is kort na de Februaristaking. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen in de economische sfeer steeds strenger.
- Sociaal-economisch: Namen zoals Abram, Schelvis en Vos op de lijst duiden op een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in het Amsterdamse (of lokale) marktwezen. Veel van deze ondernemers werden in 1941 gedwongen hun activiteiten te staken of werden naar afgezonderde markten verplaatst.
- Bureaucratie: Het document illustreert de nauwkeurige wijze waarop de bezettingsbureaucratie de kleinhandel en de bijbehorende geldstromen bleef administreren en controleren, zelfs in tijden van grote maatschappelijke onrust.