Administratieve notitie/memo (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam).
Origineel
Administratieve notitie/memo (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). 13 september 1941 (datum van de lijst), met latere toevoegingen en stempels tot oktober 1941. [Bovenaan]:
Schulden kramenverhuurders
per 13 Sept 1941
[Lijst]:
J. Brand, Houtrijkstraat 75 II — f. 5.95 [voorzien van een groot kruis 'X']
M. Cohen, Waterlooplein 51 — [f.] 4.44
[Midden]:
Tot betaling aanmanen s.v.p.
[In cirkel, diagonaal geschreven]:
Heeft oude
schuld voldaan
oct 41
de Boer
[Stempels en nummers onderaan]:
No 85/1/37 [paarse stempel]
11. 1941 16/9 [grote paarse stempel met handgeschreven toevoeging]
16 SEP. 1941 [paarse datumstempel]
[Kleine ronde onleesbare paarse stempel rechtsmidden]
[Rechtsonder, handgeschreven]:
Tung [?]
m. v. Brand thans
voorstellen tot intrekking
[Paraaf] 17/9 '41 Het document is een interne administratieve kaart van de gemeente Amsterdam (vermoedelijk de marktmeester of de financiële administratie van de markten). Het betreft een achterstand in de betaling van marktgeld door twee individuen: J. Brand en M. Cohen.
- J. Brand: Woonachtig in de Houtrijkstraat (Spaarndammerbuurt). Er staat een kruis door zijn bedrag en onderaan staat een notitie die voorstelt om over te gaan tot "intrekking", wat waarschijnlijk duidt op het intrekken van de marktvergunning wegens wanbetaling of andere redenen.
- M. Cohen: Gevestigd op het Waterlooplein 51. Het Waterlooplein was destijds de kern van de Joodse markt in Amsterdam.
- De Boer: Een ambtenaar met deze naam heeft in oktober 1941 genoteerd dat de oude schuld alsnog is voldaan. Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal:
- Anti-Joodse maatregelen: In 1941 werden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden steeds strenger. Vanaf juni 1941 mochten Joden alleen nog op specifiek aangewezen markten staan. De naam "M. Cohen" aan het Waterlooplein wijst vrijwel zeker op een Joodse koopman.
- Uitsluiting: Het proces van "intrekking" van vergunningen was een veelgebruikt middel om Joden (en politiek onwelgevalligen) uit het economische leven te weren. Hoewel dit document in eerste instantie over een financiële schuld lijkt te gaan, vonden dergelijke administratieve handelingen plaats in een klimaat van toenemende uitsluiting en bureaucratische vervolging.
- Archiefwaarde: Dergelijke documenten zijn vaak afkomstig uit de archieven van het Amsterdamse Marktwezen en dienen als bewijslast voor de manier waarop de bezetting doorwerkte in de dagelijkse, lokale administratie.